Cultuuronderzoek naar het Nederlands Fotomuseum | Juni 2026

Unravelling voerde een onafhankelijk cultuuronderzoek uit bij het Nederlands Fotomuseum. Het onderzoek vond plaats nadat de Raad van Toezicht in juli 2025 afscheid nam van de toenmalig directeur-bestuurder. De aanleiding hiervoor was een vertrouwensbreuk tussen de directeur en de Raad van Toezicht, nadat tijdens een intern onderzoek bleek dat de Raad onjuist en onvolledig was geïnformeerd. Het interne onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van een uiteindelijk in juli 2025 verschenen krantenartikel van de Volkskrant naar signalen over een onveilige werkcultuur binnen het museum. In het artikel deelden zestien (oud-)medewerkers hun zorgen over de sfeer binnen de organisatie en gaven zij aan zich onvoldoende veilig voelden om misstanden bespreekbaar te maken.

Unravelling benaderde alle 92 medewerkers die in de periode van 2019 tot en met 2025 een arbeidscontract hadden voor bepaalde of onbepaalde duur. Hiervan vulden 39 personen een vragenlijst in en werden 28 (oud-)medewerkers uitgebreid geïnterviewd. Alle bijdragen werden vertrouwelijk behandeld en geanonimiseerd verwerkt in het rapport.

Het onderzoek bracht een complex beeld naar voren van een organisatie die volop in ontwikkeling was, maar kampte met structurele spanningen in de werkcultuur. De aanstaande verhuizing van het museum zorgde voor hoge werkdruk en veel onzekerheid op de werkvloer. Verschillende medewerkers gaven aan dat zij onvoldoende steun en erkenning ervoeren vanuit de leiding. Vooral de combinatie van hoge prestatiedruk, beperkte ruimte voor kritiek en moeizame communicatie tussen teams leidde volgens respondenten tot gevoelens van onveiligheid. Ook was het personeelsverloop zorgelijk hoog tussen 2019 en 2025.


Uit het onderzoek bleek dat de leiderschapsstijl van de directeur-bestuurder als directief en autoritair werd ervaren, en onvoldoende ruimte bood voor openheid, dialoog en tegenspraak. Van de 28 geïnterviewden zeiden twintig geen of onvoldoende vrijheid te hebben gevoeld om kritiek te uiten op de directeur-bestuurder. Meer dan de helft daarvan gaf aan angst te hebben gehad voor eventuele gevolgen.

Tweeëntwintig van de medewerkers die de vragenlijst invulden gaven aan ervaring te hebben met intimidatie of machtsmisbruik. Dit machtsmisbruik bleek onder andere uit twee pogingen van de directeur-bestuurder om onderzoeken naar de werksfeer te beïnvloeden. De directeur-bestuurder gaf vooraf de wenselijke antwoorden aan deze medewerker. Een andere medewerker werd verteld dat die dankzij de directeur-bestuurder niet eerder was ontslagen, terwijl er geen ontslagdossier tegen deze persoon bestond. Er zijn ook enkele positievere geluiden. (Oud-)medewerkers die wél ruimte voor kritiek en dialoog voelden, menen dat het museum onder de directeur-bestuurder leiding grote stappen wist te zetten.


Het onderzoek omvatte, naast de thema’s rondom leiderschap, tevens een analyse van de onderlinge verhoudingen en de sfeer tussen medewerkers. Medewerkers beschreven dat er onderling niet goed gecommuniceerd werd en dat dit kon escaleren tot ruzies en tot pestgedrag. Vijftien van de (oud-)medewerkers die deelnamen aan het onderzoek zeggen pestgedrag te hebben ervaren.

Een verdere, dieperliggende oorzaak van de verstoorde werkcultuur lag in het onvoldoende functioneren van de checks and balances binnen de organisatie. De Raad van Toezicht was volgens meerdere medewerkers niet voldoende zichtbaar en benaderbaar. Daarnaast kreeg de Raad van Toezicht lange tijd geen volledig beeld van interne spanningen, onder meer door gefragmenteerde of indirecte signalen. Hierdoor ontbrak een tijdige corrigerende werking op leiderschap en organisatiecultuur, wat maakte dat patronen konden voortbestaan en verdiepen.

Opdrachtgever: De Raad van Toezicht van het Nederlands Fotomuseum
Onderzoekers: Martijn MusscheMiriam DorigoMarion Mulaji en Linde Zwijnenburg
Oplevering rapport: maart 2026