Nieuwsgierigheid is mijn drijvende kracht. In mijn werk betekent dat: ik wil het naadje van de kous weten. Ik controleer of alle bronnen op elkaar aansluiten, ik hoor het in een gesprek als iemand iets zegt wat nét niet aansluit bij wat ik al wist. En dan wil ik weten waarom.
Waar ben ik dan zo nieuwsgierig naar? Eerlijk gezegd: alles. Als kind plukte ik net zo lief ontluikende knoppen als afgeschreven printers uit elkaar, puur om te zien hoe ze van binnen in elkaar zaten. Als tiener fietste ik kriskras door de stad omdat ik de héle stad wilde kennen, niet alleen mijn eigen buurt.
Hoewel ik nog steeds veel buiten ben, betrap je me tegenwoordig eerder met een boek. Ik lees over sociale veiligheid, prikkelverwerking, disfunctionele relaties, het effect van financiële stress op het dagelijks functioneren, of over bestuurlijke verhoudingen in een voetbalclub. De gemene deler is menselijk gedrag. Ik wil begrijpen hoe mensen in elkaar zitten en hoe ze het beste met elkaar samenwerken.
In mijn werk ziet dat eruit als: uitzoeken welke voorzieningen mensen in armoede écht vooruit helpen, begrijpen wat er nodig is om een functionerende beleidscyclus te hebben waarmee een organisatie leert van succes en falen, ontdekken waarom iemand zich grensoverschrijdend gedroeg, of uitvogelen waarom zulk gedrag op de een veel meer invloed heeft dan op de ander.
Ik ben een socioloog met een hele sterke sociale radar, en dat helpt me in de vele interviews die dit vak met zich meebrengt. Maar bovenal ben en blijf ik nieuwsgierig. Op dit moment wil ik bijvoorbeeld weten: jij hebt nu mijn profiel gelezen, maar wie ben jij? En waarmee kan ik je helpen?