Het college van de gemeente Rijssen-Holten (hierna: het college) heeft besloten om door middel van een 213a-onderzoek Unravelling Onderzoek & Advies te vragen om onderzoek te doen naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van toezicht en handhaving op het vlak van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het college wilde nagaan of de aanbevelingen uit een eerder rekenkameronderzoek (Rekenkamer West-Twente) zijn opgevolgd en daarnaast wil zij een analyse van de werkdruk en de prioritering van de handhavingsactiviteiten in de gemeente.
Opvolgen van de aanbevelingen
De aanbevelingen uit het Rekenkamerrapport van 2019 zijn deels opgevolgd. Het toezicht- en handhavingsbeleid is versterkt door de invoering van integraal veiligheidsbeleid, maar verdere beleidsmatige borging blijft gewenst. De inbreng van boa’s wordt benut in de programmering, terwijl de vertaling van praktijkgegevens naar sturingsinformatie nog beperkt is. Ook is de samenwerking met de politie geformaliseerd, maar vraagt deze om voortdurende actualisatie om aan te sluiten bij de praktijk.
Werkdruk en capaciteit
De boa’s in Rijssen-Holten hebben een breed takenpakket, terwijl kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit een blijvend aandachtspunt is. Hoewel het team momenteel op de beoogde sterkte zit, zorgen capaciteitsdruk, verloop, beperkte bevoegdheden en de verschuiving van politietaken naar gemeentelijke handhaving ervoor dat prioriteiten onder druk kunnen komen te staan. Daarbij is niet altijd duidelijk wat blijft liggen bij capaciteitsproblemen. Daarom is een betere balans nodig tussen beleidsdoelen en uitvoeringscapaciteit, met meer inzicht in de inzet van capaciteit, concrete doelstellingen en betere monitoring.
Ondermijning
Ondermijning (de vermenging van de boven- en onderwereld, waarbij criminelen gebruik maken van legale structuren voor illegale activiteiten) heeft de afgelopen jaren een prominentere plek gekregen binnen het veiligheids- en handhavingsbeleid van de gemeente Rijssen-Holten. De gemeente zet daarbij in op preventie, bewustwording en samenwerking met ketenpartners. Tegelijkertijd blijft de uitvoering uitdagend door de beperkte capaciteit van boa’s en de tijdsintensieve afstemming die integrale acties vereisen. Hoewel Rijssen-Holten op sommige onderdelen beter presteert dan vergelijkbare gemeenten, blijven verdere versterking van samenwerking, capaciteit en een meer concrete aanpak noodzakelijk om ondermijning effectief te bestrijden.