Berichten getagd ‘Rekenkameronderzoek’

Voorwaarden voor een goed functionerende rekenkamer | 16 sept 2021

De lokale rekenkamer is een nuttig instrument voor gemeenten. De rekenkamer doet onafhankelijk onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Daarmee draagt de lokale rekenkamer bij aan de kaderstellende en controlerende taken van de raad en daardoor aan een beter (lokaal) bestuur. In een eerder blog was al te lezen dat het van belang is dat slapende rekenkamers door gemeenten worden gewekt. In deze blog van Rubin ten Broeke lees je meer over de voorwaarden voor een goed functionerende lokale rekenkamer.

Voorwaarde 1: voldoende onderzoeksbudget

Sommige lokale rekenkamercommissies beschikken over een (zeer) beperkt onderzoeksbudget. Daardoor kunnen deze rekenkamers geen of weinig onderzoek uitvoeren. Ook bestaat het gevaar dat deze rekenkamercommissies slapend worden. Er bestaat een informele norm van €1 per inwoner voor het budget van rekenkamers (€1,24 gecorrigeerd voor indexatie). Deze norm is echter gedateerd: deze komt uit 2004 en is nooit bijgesteld. Voor het bepalen van het onderzoeksbudget van rekenkamers door de raad zouden volgens de Werkgroep lokale rekenkamers ook de omvang van de gemeentebegroting en de wensen van de raad over het aantal onderzoeken en het type onderzoeken moeten meespelen.

Voorwaarde 2: goed samenspel tussen rekenkamer en raad

De lokale rekenkamer is in 2004 in het leven geroepen als hulptroep en instrument van de raad om het beleid van de gemeente op een onafhankelijke manier te onderzoeken. Daarmee draagt zij bij aan een beter bestuur. Uit onderzoek blijkt dat een goede, professionele relatie tussen raad en rekenkamer ervoor zorgt dat de raad zijn taken beter kan uitvoeren. In deze professionele relatie is het van belang dat de betrokkenheid van de raad bij de rekenkamer is geborgd. Dit kan bijvoorbeeld door het inrichten van een klankbordgroep van raadsleden of door als rekenkamer regelmatig overleg te houden met de raad, onder andere door het organiseren van een inloopspreekuur.

Voorwaarde 3: de rekenkamer als onafhankelijk orgaan

De wetgever heeft altijd voor ogen gehad dat de rekenkamercommissie zou opereren als onafhankelijk orgaan. Een uitdaging in het samenspel tussen raad en rekenkamer is het vinden van balans tussen afstand (onafhankelijkheid) en nabijheid (als rekenkamer aansluiten bij wensen en behoeften van de raad). Zoals Martijn Mussche eerder in zijn blog schreef kan deze onafhankelijkheid van de rekenkamer in het geding komen wanneer raadsleden lid zijn van een rekenkamercommissie (of rekenkamerfunctie). Een zuivere scheiding tussen gemeenteraad en rekenkamer is daarom nodig om potentiële conflicten tussen raad en rekenkamer te vermijden, en ervoor te zorgen dat de rekenkamer als onafhankelijk orgaan kan opereren.

Integraal Veiligheidsplan Meierijstad | 10 september 2021

Op 5 juli 2018 is het Integraal Veiligheidsplan Meierijstad (IVP) 2019-2022 vastgesteld. Het IVP heeft als doel de veiligheid voor inwoners van Meierijstad te waarborgen. Omdat de gemeente Meierijstad bij de start van het onderzoek ongeveer halverwege de beleidsperiode was, besloot de rekenkamercommissie Meierijstad om het IVP tussentijds te evalueren. In dit onderzoek is ingezoomd op het thema ‘verbinding zorg en veiligheid’. De rekenkamercommissie heeft voor dit thema gekozen omdat hierbij de rol van de gemeente het grootst is.

Politie in Meierijstad

Hoofdconclusie onderzoek

De gemeente Meierijstad is vooruitstrevend en ambitieus in hetgeen zij wil bereiken op het vlak van integrale veiligheid. Dit blijkt onder meer uit de brede scope van het Integraal Veiligheidsplan Meierijstad (IVP) 2019-2022, dat op vier strategische thema’s een groot aantal activiteiten bevat. Binnen het specifiek onderzochte strategisch thema Verbinding zorg en veiligheid gaat het om 42 activiteiten verdeeld over vier subthema’s. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de gemeente voortvarend optrekt in de samenwerking met partners. De gemeente trekt de regierol naar zich toe en neemt graag het voortouw.

Er is ook een keerzijde aan deze vooruitstrevendheid en ambitie. Het college heeft er niet voor gekozen om doelen in termen van resultaten of beoogde maatschappelijke effecten te formuleren. Ten aanzien van de voorgenomen activiteiten is duidelijk dat het college (en de ambtelijke organisatie) de lat hoog legt. Niet alle activiteiten kunnen door het college worden opgepakt, maar tegelijkertijd worden er (door het college) ook geen duidelijke keuzes gemaakt. Verder kunnen op onderdelen de samenwerkingsafspraken nog wat beter.

Video’s met bevindingen onderzoek

Voor dit onderzoek zijn drie video’s gemaakt waarin de belangrijkste bevindingen van het onderzoek worden uitgelicht. Naast de bevindingen van het onderzoek komen in de video’s ook een aantal belangrijke stakeholders aan het woord: bijvoorbeeld de wijkagent, een wijk-GGD’er, een beleidsmedewerker jeugdbeleid en een jongerenwerker. Benieuwd naar deze video’s? Bekijk ze hieronder!

Doorwerking

Het college van Meierijstad heeft in haar bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport aangegeven de algemene conclusie van het onderzoek te onderschrijven. Ook neemt zij de deelconclusies en aanbevelingen ter harte. In een van de aanbevelingen kon zij zich niet vinden.

Gedurende een beeldvormende avond met de raad op 9 september 2021 zijn de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek besproken met de raad. Ook is de eerste van de bovenstaande video’s getoond.

Meerdere raadsleden gaven tijdens de beeldvormende avond aan de video’s te waarderen. Ook waren ze zeer benieuwd of de inwoners van Meierijstad deze zouden bekijken. Uit de opmerkingen en vragen van de raad bleek dat de raad zich kon vinden in de conclusies van de rekenkamercommissie. In de komende oordeelsvormende vergadering besluit de raad of hij de aanbevelingen overneemt en het college opdraagt deze uit te voeren.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Meierijstad
Onderzoekers: Martijn Mussche, Shauni Drost en Collin Hoogeveen (Bureau Alpha)
Oplevering rapport: September 2021

Rapport Integraal Veiligheidsplan Meierijstad

Onafhankelijke rekenkamer of amendement? | 25 aug 2021

Onafhankelijke rekenkamers

Het kabinet streeft met de aankomende Wet versterking decentrale rekenkamers naar onafhankelijke rekenkamers in alle Nederlandse gemeenten. Martijn Mussche licht toe waarom dat een goede zaak is.

Raadsbehandeling van een rekenkamerrapport

Laatst gebeurde het weer. Een raadscommissie besprak een rekenkamerrapport. De voorzitter van de raadscommissie liet achtereenvolgens diverse raadsleden aan het woord en er ontspon zich een mooi inhoudelijk debat. Toen een bepaald raadslid aan bod kwam, toonde deze zich even wat ongemakkelijk. Hij gaf aan tevens rekenkamercommissielid te zijn en had om die reden tot dan toe “op zijn handen gezeten” in het debat. Hij wilde als medeverantwoordelijke voor het rekenkameronderzoek eigenlijk op de achtergrond blijven, maar tegelijk ook zijn visie geven en reageren op de inbreng van de andere raadsleden. En zo ging het ook. Hij zette zijn pet als rekenkamercommissielid af en zette zijn pet als raadslid op. Het was een kort moment van ongemak, waarna het debat ‘’gewoon’’ weer verder ging.

Debat in een raadscommissie

Wat er zich in die situatie voordeed, was een kleine frictie tussen twee rollen: die van rekenkamercommissielid en die van raadslid. Het zijn rollen die niet hoeven te conflicteren, zoals in bovengenoemd voorbeeld, maar die wel kunnen conflicteren. Door een zuivere scheiding aan te brengen tussen gemeenteraad en rekenkamer kan dit potentiële conflict worden vermeden. De rekenkamer is dan echt onafhankelijk en kan zich vanuit die onafhankelijke positie onbezwaard kritisch uitlaten over zowel college als raad. Een dergelijke kritische houding is lastig als raadsleden invulling geven aan de rekenkamerfunctie. Het openbaar bestuur is gebaat bij een onafhankelijke en kritische blik. Een blik die niet gekleurd of belemmerd wordt door politieke-bestuurlijke overwegingen. Het is dan ook een goede zaak dat de rekenkamerfunctie verdwijnt en dat elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer krijgt.

Van rekenkamerfunctie naar onafhankelijke rekenkamer

Ongeveer twintig jaar geleden zorgde een amendement voor de vreemde constructie van de rekenkamerfunctie. Hierdoor konden raadsleden lid zijn van een rekenkamercommissie. Nu, bijna twintig jaar later, doet het kabinet met de Wet versterking decentrale rekenkamers een nieuwe poging om de rekenkamer als onafhankelijk orgaan in te richten. In eerste instantie had het kabinet voor ogen dat raadsleden als adviseur onderdeel konden uitmaken van een rekenkamer. Naar aanleiding van opmerkingen van de Raad van State schrapte het kabinet deze mogelijkheid uit het uiteindelijke wetsvoorstel. Het kabinet vindt het belangrijk dat de rekenkamer institutioneel wordt versterkt en de onafhankelijkheid vergroot. Dat betekent dat raadsleden geen plek krijgen in de nieuwe rekenkamers.

Gooit een amendement nu weer roet in het eten?

Net als twintig jaar geleden is er echter sprake van een amendement dat roet in het eten dreigt te gooien. Het amendement Van der Molen stelt dat, met uitzondering van de voorzitter, de helft van de rekenkamerleden tevens raadslid mag zijn. Kortom, alles blijft grofweg bij het oude en ook het vage concept van ‘rekenkamerfunctie’ blijft met dit amendement bestaan. Dat komt de onafhankelijke positie en daarmee de statuur van een rekenkamer niet ten goede. Waar een wetsvoorstel veelal diep doordacht is, aangepast op basis van een uitgebreide consultatie, gecheckt door de Raad van State en uitgewerkt in een memorie van toelichting, geldt dat niet voor een amendement. Een amendement dat, zoals de ervaring leert, zo maar kan worden aangenomen, ook al is het echt geen verbetering. Benieuwd hoe dit verder gaat. Als het goed is, weten we na de behandeling in de Tweede Kamer op 27 september 2021 meer.

Slapende rekenkamers: een weg naar activering? | 12 aug 2021

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ziet een rekenkamer als ‘slapend’ wanneer er (bijna) geen onderzoek wordt gedaan, het budget (zo goed als) nul is, er geen rekenkamerleden zijn benoemd of bij een combinatie van deze factoren. Het percentage gemeenten met een actieve rekenkamer ligt al jaren rond de 90 procent en ook het aantal gemeenten zonder een rekenkamer of met een slapende rekenkamer lijkt vrij stabiel te blijven. Volgens de meest recente cijfers waren er in 2019 32 gemeenten zonder een actieve rekenkamer, en 323 met een actieve rekenkamer. De gemeenten met slapende rekenkamers voldoen formeel aan de wet, maar materieel niet. [1] Bovendien is het niet hebben van een actieve rekenkamer zonde voor de betreffende gemeenten: rekenkamers dragen met hun onderzoek immers bij aan versterking van het openbaar bestuur. In dit blog licht Rubin ten Broeke toe hoe het ervoor staat met slapende rekenkamers, en wat mogelijke oplossingen zouden kunnen zijn.

Hoe ‘ontstaat’ een slapende rekenkamer?

Uit onderzoek komen meerdere redenen naar voren voor slapende rekenkamers. Deze redenen zijn door de jaren heen ongeveer gelijk gebleven:

• De raad hecht geen waarde aan een rekenkamer;
• De gemeente is te klein voor het instellen van een effectieve rekenkamer;
• De samenwerking tussen gemeenten is niet goed bevallen;
• Door herindeling moet de rekenkamer een nieuwe start maken.

Tot slot is een gebrekkig budget van de gemeenteraad voor rekenkamers een verklaring voor slapende rekenkamers. Door een gebrekkig budget kunnen rekenkamers geen (of weinig) onderzoek verrichten. Bij een gebrekkig budget ontstaat ook het gevaar dat de gemeenteraad het werk van de rekenkamer minder relevant vindt omdat de rekenkamer maar weinig onderzoek doet. Daarom kan de raad besluiten om nog minder onderzoeksbudget aan de desbetreffende rekenkamer beschikbaar te stellen.

Wet versterking decentrale rekenkamers

Op dit moment ligt er een wetsvoorstel in de Tweede Kamer om de rekenkamerfunctie af te schaffen en de (onderzoeks)bevoegdheden van lokale rekenkamers uit te breiden. Een van de redenen waarom de regering het wetsvoorstel heeft ingediend, is omdat het een impuls zou kunnen geven om slapende rekenkamers te activeren. Zo geven sommige gemeenten in een rapport van de Werkgroep Lokale rekenkamers aan dat zij, met het wetsvoorstel in het vooruitzicht, bezig zijn met een traject om hun rekenkamer te activeren. Andere gemeenten met een slapende rekenkamer geven aan het wetsvoorstel af te wachten alvorens zij beginnen met activering.

Er waren ook kritische geluiden op het wetsvoorstel. Zo is de VNG van mening dat het wetsvoorstel een ‘paardenmiddel’ is en steunt deze daarom niet. De VNG meent dat de wetswijziging zich richt op de ‘uitzonderingen’ (de slapende rekenkamers) maar dat ook de goed functionerende rekenkamers in negatieve zin worden geraakt. Zo moeten ook actieve rekenkamers (mede) bestaande uit raadsleden (rekenkamerfuncties) aanpassingen maken in hun samenstelling. Raadsleden mogen, als het wetsvoorstel door de Tweede Kamer komt, alleen nog als adviseurs deelnemen aan rekenkamers en niet meer als lid. Het verbeteren van de cultuur en kwaliteit van (inactieve) rekenkamers is volgens de VNG niet op te lossen met een structuurwijziging zoals de wetswijziging.

Andere wegen naar activering

De Werkgroep Lokale rekenkamers is door het ministerie van Binnenlandse Zaken in het leven geroepen om rekenkamers te versterken. In een rapport uit 2019 geeft de werkgroep een aantal zinvolle aanbevelingen aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om rekenkamers (verder) te versterken. Een aantal van deze aanbevelingen richt zich specifiek op het activeren van slapende rekenkamers:

1. Rol burgemeesters. De werkgroep beveelt aan om ‘de druk bij notoir slapende rekenkamers te vergroten om wakker te worden via de burgemeesters’. De burgemeesters zouden volgens de werkgroep (samen met de griffier) een belangrijke verantwoordelijkheid moeten krijgen om het onderwerp activering van slapende rekenkamers te agenderen.

2. Ondersteuning lokale rekenkamers van (zeer) kleine gemeenten. De randvoorwaarden om rekenkamers goed te laten functioneren in deze gemeenten zijn volgens de werkgroep vaak niet optimaal. De rekenkamers in deze gemeenten zijn daarom op zoek naar een vorm en werkwijze die goed past bij de lokale context waarin de rekenkamer opereert. Volgens de werkgroep zou een gezamenlijke rekenkamer voor deze gemeenten een oplossing kunnen zijn.  

3. Tijdelijke ondersteuning door ervaren rekenkameronderzoekers. Deze onderzoekers kunnen gemeenten helpen die in een traject zitten van het activeren van hun rekenkamer. De onderzoekers kunnen onder meer helpen om eenmalig een onderzoek te doen, bij wijze van ‘voorbeeld en inspiratie’.

Op 28 september 2021 staat een plenair debat in de Tweede Kamer gepland over de Wet versterking decentrale rekenkamers. Als de wet wordt aangenomen, moet deze nog door de Eerste Kamer worden behandeld. Of de wet zal leiden tot minder slapende rekenkamers zullen we dus nog moeten afwachten. In de tussentijd kunnen gemeenten, gemeenteraden en burgemeesters al wel aan de slag met bovengenoemde aanbevelingen om hun slapende rekenkamers wakker te maken.


[1] Slapende rekenkamers voldoen formeel aan de wet omdat zij door de raad zijn ingesteld. Materieel voldoen deze rekenkamers niet aan de wet omdat er geen (of minimaal) budget is voor onderzoek.

Evenementenbeleid Apeldoorn | 15 juli 2021

De rekenkamercommissie van Apeldoorn besloot in 2020 onderzoek te doen naar het gemeentelijk evenementenbeleid. Jaarlijks heeft de gemeente Apeldoorn zo’n 550 evenementen. Met het onderzoek wilde de rekenkamercommissie graag inzicht in de baten en kosten van deze evenementen en in hoeverre het evenementenbeleid robuust is.

Drakenbootfestival Apeldoorn

Bevindingen

De gemeente Apeldoorn heeft vier categorieën evenementen: publieksevenementen, topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen. Met een uitgewerkt evenementenbeleid heeft de gemeente Apeldoorn een heldere basis gelegd, maar het beleid is toe aan vernieuwing. Dit komt onder andere doordat er sinds de vaststelling divergentie is ontstaan tussen de uitvoeringspraktijk en het beleid op schrift. De organisatie en uitvoering van de evenementen binnen de ambtelijke organisatie is verspreid over diverse afdelingen. Er is sprake van afstemming, maar de rol van de ondersteunende organisatie Apeldoorn Marketing bij topsportevenementen en topevenementen is onduidelijk.

Evenementenorganisatoren van publieksevenementen zijn tevreden over het subsidietraject, maar voor topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen is er geen geformaliseerd subsidiebeleid, noch een afwegingskader . Ook lopen de subsidies voor vier categorieën evenementen via verschillende budgetten en verschillende trajecten waardoor een integrale afweging van alle evenementen niet mogelijk is.

Daarnaast zijn de ambities van het college toegenomen. Hierdoor is gaandeweg een disbalans ontstaan tussen de ambities van de gemeente Apeldoorn en het evenementenbudget. Het totale evenementenbudget is niet voldoende om alle ambities te bereiken.

Het vergunningenbeleid is over het algemeen goed in orde, maar vraagt op punten om doorontwikkeling, met name om het belang van omwonenden nog beter te borgen. Uit dit onderzoek blijkt dat het merendeel van de inwoners en ondernemers meer baten dan kosten van de evenementen ervaart. Maar de mate waarin evenementen en de uitvoeringspraktijk van het evenementenbeleid bijdragen aan de strategische doelen van de gemeente is lastig in kaart te brengen, omdat de doelen niet zijn geoperationaliseerd en niet SMART zijn geformuleerd. Daardoor kan de gemeente evenementen ook lastig sturen in de richting van de gewenste bijdrage aan de stad.

Een bijzonder element in dit onderzoek vormde een online enquête onder inwoners en ondernemers.

De rekenkamercommissie heeft naar aanleiding van deze conclusies aanbevelingen aan college en raad geformuleerd.

Doorwerking

Op 15 juli 2021 besprak de raad het rapport van de rekenkamercommissie en de bijbehorende bestuurlijke reactie in de Politieke Markt. In de raadsvergadering van september zal de raad besluiten over de conclusies en aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamer Apeldoorn
Onderzoekers: Martijn Mussche, Miriam Dorigo, Steffie Loenen en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: juni 2021

Rekenkamer verplicht voor waterschappen | 8 juli 2021

Waterschappen worden verplicht om een rekenkamer in te stellen. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat en Financiën hebben hierover 17 juni 2021 een voorstel ingediend bij de Tweede Kamer.

Waterschapstaken: onder andere waterstand regelen, afvalwaterzuivering en dijkbeheer

Er zijn 21 waterschappen in Nederland. Bij 15 van deze waterschappen is er reeds een rekenkamer(functie) en vindt er ook rekenkameronderzoek plaats, maar dat is – anders dan bij gemeenten en provincies – nog niet wettelijk geborgd. In drie andere waterschappen zijn commissies actief die een meer beperkte taak hebben dan een rekenkamer. In de overige drie waterschappen vindt geen rekenkameronderzoek plaats. Alle waterschappen geven elk jaar in totaal ongeveer drie miljard euro uit. Of dat geld doeltreffend en doelmatig wordt besteed, wordt nu dus nog niet in alle waterschappen onderzocht.

Wat verandert er precies als het voorstel door de Tweede Kamer is?

Alle waterschappen dienen een onafhankelijke rekenkamer in te stellen. Dit kan zelfstandig of in samenwerking met andere waterschappen. Ook krijgen de rekenkamers van waterschappen dezelfde onderzoeksbevoegdheden als de rekenkamers van gemeenten en provincies.

Daarnaast moeten de dagelijkse besturen van gemeenten, provincies en waterschappen – als het voorstel door de Tweede Kamer is – zelf verantwoording afleggen in de jaarrekening over de rechtmatigheid van het gevoerde bestuur. Nu velt een accountant daar nog een oordeel over.

Kritisch geluid

Er zijn ook kritische geluiden op het wetsvoorstel. De Unie van Waterschappen (UvW) schrijft in haar reactie op het wetsvoorstel dat zij de verplichting om een rekenkamer in te stellen bij alle waterschappen te ver vindt gaan. Volgens de UvW gaan (besturen van) waterschappen al op verantwoorde wijze om met de invulling van de rekenkamer(functie); 18 van de 21 waterschappen hebben zonder een wettelijke verplichting een rekenkamer(functie) of een bestuurlijk orgaan met een vergelijkbare rol. De besturen van de overige drie waterschappen zouden zich volgens de UvW voldoende goed bediend vinden door andere organen om zich een beeld te vormen van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de beleidsuitvoering.

Het verplichtende karakter van het wetsvoorstel zou er volgens de UvW bovendien voor kunnen zorgen dat er rekenkamers komen die niet aansluiten op de lokale behoefte. Waarom dat het geval zou zijn, geeft de UvW in haar reactie op het wetsvoorstel echter niet aan.

Wettelijke verplichting: noodzakelijk?

Het samenwerkingsverband van rekenkamercommissies bij waterschappen De Waterkring is positief over de verplichte rekenkamer. Waterschappen krijgen door klimaat- en energieopgaven een steeds breder takenpakket. Daarmee wordt ook de functionele bestuurstaak van de algemeen besturen (het hoogste orgaan van een waterschap dat het beleid bepaalt) bij waterschappen steeds verder opgerekt. Waterschappen gaan volgens De Waterkring als regionale waterautoriteit steeds meer taken uitvoeren die vergelijkbaar zijn met provincies en gemeenten.

Het verplicht invoeren van een rekenkamer(functie) kan algemeen besturen helpen bij het uitvoeren van hun (steeds breder wordende) taak. Een rekenkamer(functie) kan zonder vooringenomenheid een oordeel vellen over het beleid van waterschappen en de uitvoering hiervan. Dit oordeel helpt volgens de Waterkring de algemeen besturen van waterschappen in de uitvoering van beleid. Tot slot zorgt het inrichten van een onafhankelijk orgaan zoals een rekenkamer(functie) ervoor dat er beter zicht komt op de besteding van waterschapsbelasting en de doelmatigheid en doeltreffendheid hiervan.

Rekenkameronderzoek kunstijsbaan-zwembad Hoogeveen | 31 okt 2018

kunstijsbaan zwembad Hoogeveen

In maart 2017 stelde de gemeente zich garant voor de bouw van een kunstijsbaan in Hoogeveen. Najaar 2017 werd de realisatie van een nieuw zwembad aan het plan  toegevoegd. Vlak voor het raadsbesluit over dit project van bijna € 32 mln. vroeg de raad de rekenkamercommissie het besluitvormingsproces en de uitgangspunten te onderzoeken.

Lees meer

Rekenkameronderzoeken grondexploitatie: een korte meta-analyse | 29 juni 2018

Unravelling Rekenkameronderzoeken grondexploitatie

De economische crisis bracht veel gemeenten in grote financiële problemen, mede dankzij forse verliesnemingen in de grondexploitatie. In deze korte meta-analyse worden de bevindingen van zes rekenkameronderzoeken naast elkaar gelegd en op hoofdlijnen vergeleken.

rekenkameronderzoek grondexploitatie Unravelling

Cijfers liegen niet

Grondexploitatie was jaren een betrouwbare inkomstenbron voor Nederlandse gemeenten. De economische crisis bracht daar 10 jaar geleden verandering in. Er werden forse verliezen geleden en gemeenten kwamen erdoor in grote financiële problemen. Deloitte rekende in 2016 uit dat gemeenten sinds 2009 ruim € 3 miljard verlies hebben geleden door afwaarderingen in de grondexploitatie. Mede dankzij deze verliezen daalde de totale reserve van Nederlandse gemeenten met € 1,1 miljard.

Hoewel in 2017 nog altijd 1 op de 3 gemeenten te maken heeft met tekorten in de grondexploitatie (gemiddeld € 0,8 miljoen per gemeente), lijkt het ergste achter de rug. Door de aantrekkende woningmarkt en een groeiende economie durven gemeenten weer voorzichtig actief grondbeleid te voeren. Dit houdt in dat ze actief grond aankopen, ontwikkelen en (het liefst met winst) weer verkopen. Vorig jaar lag het totale saldo van grondexploitatie door Nederlandse gemeenten boven de € 1 miljard, zelfs hoger dan voor de crisis. Toch lijkt er wel iets te zijn veranderd. Werd er in 2010 nog ter waarde van zo’n € 850 miljoen aan grond aangekocht door gemeenten, in 2017 is dit gedaald tot ‘slechts’ € 147 miljoen; het laagste niveau in tien jaar tijd.

Gemeenten zijn voorzichtiger geworden en proberen de verliezen uit de crisistijd goed te maken. Maar welke conclusies werden er destijds getrokken in de verschillende rekenkamerrapporten die over dit thema verschenen? Voor deze korte meta-analyse zijn rekenkamerrapporten van zes verschillende gemeenten bestudeerd en vergeleken. Dit zijn in willekeurige volgorde: de gemeente Rotterdam (rapport gepubliceerd in 2012), Deventer (2013), Dordrecht (2013), Apeldoorn (2012), Dalfsen (2013) en Boxtel (2015). Al deze onderzoeken richten zich op de informatievoorziening, risicobeheer en sturing van het grondbedrijf van de gemeente. Op één na zijn het allemaal case studies, waarbij aan de hand van casussen het grondbeleid wordt ontrafeld en beoordeeld.

Meest voorkomende bevindingen

De conclusies van deze onderzoeken vertonen een aantal overeenkomsten, waaronder:

  • Planoptimisme: Te hoge verwachtingen over de opbrengsten;
  • Onvoldoende aandacht voor risico’s en risicobeheersing;
  • Berekening weerstandscapaciteit onvolledig;
  • Informatievoorziening richting de raad onvoldoende;
  • Geen actualisatie van benodigde kader- en beleidsnota’s;

Uiteraard biedt een korte analyse als deze geen conclusies die voor alle gemeenten geldend zijn. Daarbij moet ook in acht worden genomen dat de onderzoeken ten tijde van de crisis zijn uitgevoerd en gericht waren op het blootleggen van de zwakke kanten van beleid. Deze korte analyse van zes rapporten laat zien dat er bij diverse gemeenten op grote lijnen dezelfde constateringen zijn gedaan bij onderzoek naar het grondbeleid. De verwachting waren onrealistisch hoog, er was onvoldoende aandacht voor de risico’s en mede door gebrekkige informatievoorziening schoot de controle tekort. De waarde van grond is altijd gebaseerd op schattingen en wordt beïnvloed door diverse factoren, zoals inflatie, prijsschommelingen en rente. Gemeenten nemen daardoor altijd een zeker risico bij de exploitatie van grond. Of er daadwerkelijk is geleerd van de vele (rekenkamer)onderzoeken naar dit thema moet de toekomst gaan uitwijzen.

In al deze onderzoeken wordt gesproken van zogenaamd ‘planoptimisme’, één van de belangrijkste oorzaken van de financiële misère. De gemeenten verwierven en ontwikkelden op grote schaal grond en hadden hoge verwachtingen van de toekomstige opbrengsten. Er ontstond een discrepantie tussen de  ramingen en de daadwerkelijke opbrengsten van de exploitatie. Tegelijkertijd was er volgens deze onderzoeken onvoldoende aandacht voor de risico’s. De berekening van de weerstandscapaciteit gaf bij deze gemeenten een vertekend beeld van de aanwezige risico’s in het grondbedrijf. Daarnaast blijkt uit deze onderzoeken dat de informatievoorziening richting gemeenteraad onvoldoende was voor zijn kaderstellende en controlerende taken. De oorzaak hiervan ligt onder andere bij onvolledige of niet tijdig aangeleverde informatie. Bovendien bleken de benodigde beleids- en kadernota’s vaak niet geactualiseerd en/of geëvalueerd. Daarnaast was er bij deze gemeenten geen eenduidig risicosysteem waardoor risico’s binnen de organisatie wisselend gewaardeerd en beoordeeld werden. Dit alles zorgde ervoor dat de raad onvoldoende zicht had op de risico’s en hier ook beperkt op kon sturen.


Bronnen:

  • Korthals Altes, W. (2018). Financiële gegevens bouwgrondexploitaties: Financiële gegevens bouwgrondexploitatie gemeenten tot en met 4e kwartaal 2017 (2e plaatsing). Delft: OTB-Onderzoek voor de gebouwde omgeving. Faculteit Bouwkunde, TU Delft;
  • Binnenlands Bestuur (2015) Grond, geld en gemeenten: De betekenis en gevolgen van de gemeentelijke grondexploitaties voor de bestuurlijke en financiële verhoudingen, Binnelands Bestuur, juli 2015;
  • Deloitte (2017) Gemeentelijke grondposities gehalveerd; data analyse grondposities gemeenten, ©2017 Deloitte The Netherlands;
  • Rekenkamer Rotterdam (2012) Grond voor exploitatie: Onderzoek naar grondexploitatie in tijden van crisis, September 2012, Rotterdam;
  • Rekenkamercommissie Deventer (2013) Risico’s beheerst? Onderzoek naar risicomanagement van grondexploitaties, Deventer, december 2013;
  • Rekenkamercommissie Dordrecht (2013) Achter grond; Een onderzoek naar de informatievoorziening rondom grondbeleid en grondexploitatie, Dordrecht, 2013
  • Gemeente Apeldoorn (2012) De grond wordt duur betaald: Raadsonderzoek naar het grondbedrijf in de gemeente Apeldoorn, Apeldoorn, 2012
  • Gemeente Dalfsen (2013) Onderzoek naar de (financiële) beheersing van de grondexploitatie van de gemeente Dalfsen, Dalfsen, december 2013;
  • Rekenkamercommissie gemeente Boxtel (2015) Sturing grondbeleid Boxtel, juli 2015.