Berichten door Martijn Mussche

Onafhankelijke rekenkamer of amendement? | 25 aug 2021

Onafhankelijke rekenkamers

Het kabinet streeft met de aankomende Wet versterking decentrale rekenkamers naar onafhankelijke rekenkamers in alle Nederlandse gemeenten. Martijn Mussche licht toe waarom dat een goede zaak is.

Raadsbehandeling van een rekenkamerrapport

Laatst gebeurde het weer. Een raadscommissie besprak een rekenkamerrapport. De voorzitter van de raadscommissie liet achtereenvolgens diverse raadsleden aan het woord en er ontspon zich een mooi inhoudelijk debat. Toen een bepaald raadslid aan bod kwam, toonde deze zich even wat ongemakkelijk. Hij gaf aan tevens rekenkamercommissielid te zijn en had om die reden tot dan toe “op zijn handen gezeten” in het debat. Hij wilde als medeverantwoordelijke voor het rekenkameronderzoek eigenlijk op de achtergrond blijven, maar tegelijk ook zijn visie geven en reageren op de inbreng van de andere raadsleden. En zo ging het ook. Hij zette zijn pet als rekenkamercommissielid af en zette zijn pet als raadslid op. Het was een kort moment van ongemak, waarna het debat ‘’gewoon’’ weer verder ging.

Debat in een raadscommissie

Wat er zich in die situatie voordeed, was een kleine frictie tussen twee rollen: die van rekenkamercommissielid en die van raadslid. Het zijn rollen die niet hoeven te conflicteren, zoals in bovengenoemd voorbeeld, maar die wel kunnen conflicteren. Door een zuivere scheiding aan te brengen tussen gemeenteraad en rekenkamer kan dit potentiële conflict worden vermeden. De rekenkamer is dan echt onafhankelijk en kan zich vanuit die onafhankelijke positie onbezwaard kritisch uitlaten over zowel college als raad. Een dergelijke kritische houding is lastig als raadsleden invulling geven aan de rekenkamerfunctie. Het openbaar bestuur is gebaat bij een onafhankelijke en kritische blik. Een blik die niet gekleurd of belemmerd wordt door politieke-bestuurlijke overwegingen. Het is dan ook een goede zaak dat de rekenkamerfunctie verdwijnt en dat elke gemeente een onafhankelijke rekenkamer krijgt.

Van rekenkamerfunctie naar onafhankelijke rekenkamer

Ongeveer twintig jaar geleden zorgde een amendement voor de vreemde constructie van de rekenkamerfunctie. Hierdoor konden raadsleden lid zijn van een rekenkamercommissie. Nu, bijna twintig jaar later, doet het kabinet met de Wet versterking decentrale rekenkamers een nieuwe poging om de rekenkamer als onafhankelijk orgaan in te richten. In eerste instantie had het kabinet voor ogen dat raadsleden als adviseur onderdeel konden uitmaken van een rekenkamer. Naar aanleiding van opmerkingen van de Raad van State schrapte het kabinet deze mogelijkheid uit het uiteindelijke wetsvoorstel. Het kabinet vindt het belangrijk dat de rekenkamer institutioneel wordt versterkt en de onafhankelijkheid vergroot. Dat betekent dat raadsleden geen plek krijgen in de nieuwe rekenkamers.

Gooit een amendement nu weer roet in het eten?

Net als twintig jaar geleden is er echter sprake van een amendement dat roet in het eten dreigt te gooien. Het amendement Van der Molen stelt dat, met uitzondering van de voorzitter, de helft van de rekenkamerleden tevens raadslid mag zijn. Kortom, alles blijft grofweg bij het oude en ook het vage concept van ‘rekenkamerfunctie’ blijft met dit amendement bestaan. Dat komt de onafhankelijke positie en daarmee de statuur van een rekenkamer niet ten goede. Waar een wetsvoorstel veelal diep doordacht is, aangepast op basis van een uitgebreide consultatie, gecheckt door de Raad van State en uitgewerkt in een memorie van toelichting, geldt dat niet voor een amendement. Een amendement dat, zoals de ervaring leert, zo maar kan worden aangenomen, ook al is het echt geen verbetering. Benieuwd hoe dit verder gaat. Als het goed is, weten we na de behandeling in de Tweede Kamer op 27 september 2021 meer.

Evenementenbeleid Apeldoorn | 15 juli 2021

De rekenkamercommissie van Apeldoorn besloot in 2020 onderzoek te doen naar het gemeentelijk evenementenbeleid. Jaarlijks heeft de gemeente Apeldoorn zo’n 550 evenementen. Met het onderzoek wilde de rekenkamercommissie graag inzicht in de baten en kosten van deze evenementen en in hoeverre het evenementenbeleid robuust is.

Drakenbootfestival Apeldoorn

Bevindingen

De gemeente Apeldoorn heeft vier categorieën evenementen: publieksevenementen, topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen. Met een uitgewerkt evenementenbeleid heeft de gemeente Apeldoorn een heldere basis gelegd, maar het beleid is toe aan vernieuwing. Dit komt onder andere doordat er sinds de vaststelling divergentie is ontstaan tussen de uitvoeringspraktijk en het beleid op schrift. De organisatie en uitvoering van de evenementen binnen de ambtelijke organisatie is verspreid over diverse afdelingen. Er is sprake van afstemming, maar de rol van de ondersteunende organisatie Apeldoorn Marketing bij topsportevenementen en topevenementen is onduidelijk.

Evenementenorganisatoren van publieksevenementen zijn tevreden over het subsidietraject, maar voor topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen is er geen geformaliseerd subsidiebeleid, noch een afwegingskader . Ook lopen de subsidies voor vier categorieën evenementen via verschillende budgetten en verschillende trajecten waardoor een integrale afweging van alle evenementen niet mogelijk is.

Daarnaast zijn de ambities van het college toegenomen. Hierdoor is gaandeweg een disbalans ontstaan tussen de ambities van de gemeente Apeldoorn en het evenementenbudget. Het totale evenementenbudget is niet voldoende om alle ambities te bereiken.

Het vergunningenbeleid is over het algemeen goed in orde, maar vraagt op punten om doorontwikkeling, met name om het belang van omwonenden nog beter te borgen. Uit dit onderzoek blijkt dat het merendeel van de inwoners en ondernemers meer baten dan kosten van de evenementen ervaart. Maar de mate waarin evenementen en de uitvoeringspraktijk van het evenementenbeleid bijdragen aan de strategische doelen van de gemeente is lastig in kaart te brengen, omdat de doelen niet zijn geoperationaliseerd en niet SMART zijn geformuleerd. Daardoor kan de gemeente evenementen ook lastig sturen in de richting van de gewenste bijdrage aan de stad.

Een bijzonder element in dit onderzoek vormde een online enquête onder inwoners en ondernemers.

De rekenkamercommissie heeft naar aanleiding van deze conclusies aanbevelingen aan college en raad geformuleerd.

Doorwerking

Op 15 juli 2021 besprak de raad het rapport van de rekenkamercommissie en de bijbehorende bestuurlijke reactie in de Politieke Markt. In de raadsvergadering van september zal de raad besluiten over de conclusies en aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamer Apeldoorn
Onderzoekers: Martijn Mussche, Miriam Dorigo, Steffie Loenen en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: juni 2021

Besluitvorming Huis van Eemnes | 28 juni 2021

De Rekenkamer van Blaricum, Eemnes en Laren (BEL) besloot in 2020 onderzoek te doen naar de besluitvorming rondom het Huis van Eemnes; een multifunctioneel gemeenschapshuis waarin de bibliotheek, sport, cultuur en horeca van Eemnes zijn samengebracht.

Huis van Eemnes

Bevindingen

De hoofdconclusie van de Rekenkamer BEL is dat het besluitvormingsproces rond het Huis van Eemnes tot aan de gemeenteraadsverkiezingen naar behoren is verlopen. Dat houdt in dat het college de raad in de voorbereidende fase de mogelijkheid gaf om op basis van scenario’s en keuzemogelijkheden kaders te stellen en tussentijds te controleren en bij te sturen. De informatievoorziening richting de raad over het investeringsbedrag en de Total Cost of Ownership (TCO) had beter gekund.

Het besluitvormingstraject kwam rond de gemeenteraadsverkiezingen in gevaar doordat raad en college ervoor kozen een enquête onder inwoners uit te zetten, waarvan de uitkomst bindend verklaard werd en mogelijk had kunnen leiden tot het terugdraaien van meerdere eerder genomen besluiten. Daarmee nam het gemeentebestuur het risico dat inwoners, stichting Huis van Eemnes, de bibliotheek en de gecontracteerde aannemer hadden kunnen betogen dat de gemeente niet handelde volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel en het rechtzekerheidsbeginsel.

Ten slotte zitten er belangrijke aandachtspunten – ook ten tijde van afronding van het onderzoek – in het maken van afspraken met de stichting en de bibliotheek over beheer, exploitatie en subsidies.

Doorwerking

Op 14 juni 2021 besprak de commissie BSM (Bestuur, Samenleving en Middelen) Het rapport van de Rekenkamer en de bijbehorende bestuurlijke reactie. In de raadsvergadering van 28 juni 2021 besloot de raad de aanbevelingen voor het college ter kennisgeving aan te nemen en de aanbevelingen voor de raad en het college over te nemen.


Opdrachtgever: Rekenkamer Blaricum, Eemnes, Laren
Onderzoekers: Martijn Mussche, Steffie Loenen en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: maart 2021

Grip op gemeentefinanciën Neder-Betuwe | 22 april 2021

De rekenkamercommissie van Neder-Betuwe besloot in 2020 onderzoek te doen naar de grip op de gemeentefinanciën. De hoofdvraag was: Op welke momenten wordt de gemeenteraad van Neder-Betuwe geïnformeerd om inzichtelijk te hebben of zij, met het oog op hun kaderstellende en controlerende rol, bij vaststelling van structureel beleid beslist over incidentele of structurele middelen en in hoeverre is deze informatievoorziening adequaat en rechtmatig?

Gemeentefinanciën – Structureel in control

Bevindingen

Dit onderzoek leidt tot een positief beeld over de sturing op gemeentelijke financiën in de gemeente Neder-Betuwe. Enkele aanpassingen kunnen zorgen voor een verdere verbetering. Het college informeert de raad van Neder-Betuwe via de P&C-documenten over structurele en incidentele baten en lasten. Deze documenten maken inzichtelijk welke baten en lasten structureel dan wel incidenteel zijn. Er zijn nog enkele verbeteringen mogelijk in de weergave van incidentele baten en lasten op basis van de stellige uitspraken en aanbevelingen van de Commissie BBV. Daarnaast zijn er enkele aandachtspunten om de informatievoorziening te verbeteren zoals de tijdigheid van P&C-documenten en van mee- en tegenvallers, beleidsinhoudelijke verantwoording en het gebruik van P&C-documenten om investeringskredieten aan te vragen.

Doorwerking

Het college gaf in de bestuurlijke reactie aan goed uit de voeten te kunnen met de aanbevelingen. Het college onderschreef ook de meeste bevindingen, maar herkende zich niet in de bevinding dat de raad niet tijdig was geïnformeerd over een tegenvaller in het sociaal domein. Op 8 april 2021 is het rapport toegelicht en besproken in de beeldvormende vergadering. De raadsleden konden zich goed vinden in de conclusies en op 22 april 2021 besloot de raad uitvoering te geven aan de aanbevelingen voor de raad en tevens het college opdracht te geven de aanbevelingen voor het college uit te voeren. De rekenkamercommissie verzocht de agendacommissie afspraken te maken over de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen voor de raad. Verder werd het presidium verzocht om afspraken te maken over de monitoring van de aanbevelingen voor het college.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Neder-Betuwe
Onderzoekers: Martijn Mussche, Steffie Loenen en Frank Galesloot (Galesloot Onderzoek en advies)
Oplevering rapport: april 2021

Coronacrisis: effecten en aanpak | 5 jan 2021

Begin 2020 werd duidelijk dat ook Nederland getroffen zou worden door de pandemie als gevolg van het coronavirus. Voor de bestrijding van dit virus verschoven de bevoegdheden van burgemeesters naar de voorzitters van de veiligheidsregio’s. Deze verschuiving in bevoegdheden, in combinatie met het snel moeten handelen vanwege de crisissituatie, leidt ertoe dat het lastig is om overzicht te houden over alle genomen maatregelen op de verschillende niveaus en bijbehorende consequenties.

Het is evident dat de genomen maatregelen in alle gemeenten ingrijpende gevolgen op korte termijn hebben, zowel maatschappelijk als financieel. Daarnaast grijpt de coronacrisis in op het openbaar bestuur, bijvoorbeeld doordat gemeenteraadsvergadering niet als gebruikelijk konden en kunnen plaatsvinden.

Implementatie noodverordeningen en toezicht op naleving gedragsregels

Start rekenkameronderzoeken naar de effecten van de coronacrisis

Eind 2020 zijn we in twee gemeenten gestart met rekenkameronderzoeken naar de effecten van de coronacrisis. Hierin inventariseren we onder meer de besluitvorming rondom de coronacrisis. Daarnaast onderzoeken we de effecten van de coronacrisis op de gemeentefinanciën, het gemeentebeleid en op de inwoners. We hopen uit deze onderzoeken lessen te trekken over wat goed en wat minder goed werkte in de aanpak van de crisis.

Armoedebeleid Sint-Michielsgestel | 19 nov 2020

De rekenkamercommissie van Sint-Michielsgestel besloot in 2019 onderzoek te doen naar het armoedebeleid. De hoofdvraag was: Op welke wijze geeft de gemeente Sint-Michielsgestel uitvoering aan het armoedebeleid en wat zijn hierbij de gevolgen van de Participatiewet?

Magazijn Voedselbank

Bevindingen

Sint-Michielsgestel is een relatief welvarende gemeente. Echter is er ook in Sint-Michielsgestel sprake van armoede. Ongeveer 1.000 inwoners van Sint-Michielsgestel leven in armoede. Sint-Michielsgestel heeft een actueel beleidskader en een uitgebreide set aan gemeentelijke minimavoorzieningen. Ook is er een netwerk van niet-gemeentelijke voorzieningen van orgaanbieders en diverse (vrijwilligers)organisaties. Vanuit het netwerk is er behoefte aan een actieve regierol vanuit de gemeente.

Het huidige beleid leunt nog op de gedachte van eigen initiatief en zelfredzaamheid. In de praktijk belemmert de psychische belasting van armoede de zelfredzaamheid van mensen. Armoede zorgt ook voor schaamte. Een integrale en proactieve benadering van doelgroep is daarom van belang. Hierbij is het belangrijk extra aandacht te schenken aan risicogroepen. In 2018 en 2019 was de gemeentelijke capaciteit te beperkt om volledig invulling te geven aan het armoedebeleid. Ten slotte zijn zowel de gemeente als de betrokken netwerkpartners zich ervan bewust dat de doelgroep nog niet volledig wordt bereikt. De gemeente stuurt hiervoor nog niet op het verbeteren van de informatievoorziening.

Doorwerking

Het college heeft in een bestuurlijke reactie laten weten de conclusies te onderschrijven en de aanbevelingen ter harte te nemen.

Op 12 november 2020 is het rapport toegelicht en besproken. De raad besloot de conclusies en aanbevelingen uit het rapport over te nemen en verzocht het college van B&W om over een jaar te rapporteren over de stand van zaken van de aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel
Onderzoekers: Martijn Mussche en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: november 2020

Welkom aan boord!| 23 nov 2020

In november zijn twee nieuwe medewerkers gestart bij Unravelling: Miriam Dorigo en Shauni Drost.

Miriam Dorigo & Shauni Drost

Achtergrond

Miriam is socioloog en heeft al vele jaren ervaring als onderzoeker, onder meer op het vlak van leefbaarheid en mobiliteit. Shauni is jurist en heeft daarnaast ook de master Human Geography afgerond. Beiden zijn direct van start gegaan in rekenkameronderzoeken naar evenementenbeleid en naar het veiligheidsbeleid en in een integriteitsonderzoek.

Markt en Kerkplein Hattem | 7 sept 2020

De gemeente Hattem had in 2014 de ambitie om een samenhangende stadsruimte te creëren door het samenvoegen en herinrichten van verschillende ruimtes. Als gevolg daarvan zijn in de jaren daarna het Markt- en Kerkplein heringericht. De rekenkamercommissie van Hattem besloot in 2019 onderzoek te doen naar de bestuurlijke en ambtelijke besluitvorming rondom deze herinrichting. De hoofdvraag was als volgt geformuleerd: In hoeverre is het proces van kaderstelling, (bestuurlijke en ambtelijke) aansturing, beheersing, toezicht en verantwoording bij het project herinrichting Markt en Kerkplein doelmatig en doeltreffend geweest en hoe is dit geborgd in de aanpak van grote projecten in Hattem?

Bestratingswerkzaamheden aan de Markt in Hattem

Bevindingen

Op hoofdlijnen is het proces van planvorming tot realisatie van het Kerkplein goed verlopen en toont het onderzoek geen grote fouten of onrechtmatigheden aan. De gemeente had veel aandacht voor een interactieve aanpak om samen met de Hattemse bevolking het nieuwe stadsbeeld vorm te geven. Positieve bevindingen waren dat de gemeente bij het tweede project de lessen uit het voorgaande traject heeft geïmplementeerd. Daarnaast wijzigde de raad binnen zijn bevoegdheid de eerste kaderstelling en verschoof daarmee de focus van esthetiek naar comfort en duurzaamheid. Natuurlijk zijn er ook enkele verbeterpunten geconstateerd. Ten eerste kent de gemeente Hattem geen formele definiëring voor (grote) projecten, al werd het project Markt en Kerkplein intern wel degelijk beschouwd als een groot project. Een formele definitie voor grote projecten – bijvoorbeeld op basis van tijd, geld & kwaliteit – kan houvast bieden in de besluitvorming en helpt in de voorfase van het project bij (het nadenken over) de afbakening en risicobeheersing. Daarnaast had de gemeente onvoldoende aandacht voor de risico’s omtrent de gewenste kwaliteit van het eindproduct. Ook heeft de gemeente onvoldoende afgewogen in hoeverre de verschillende ambities onderling verenigbaar waren. Ten slotte was er geen duidelijke proceseigenaar en integraal eindverantwoordelijke tijdens het proces.

De nieuw bestrate Markt voor de Grote of Andreaskerk in Hattem

Doorwerking

Het college heeft in een bestuurlijke reactie laten weten de conclusies gedeeltelijk te onderschrijven en de aanbevelingen deels ter harte te nemen.

Op 7 september 2020 is het rapport toegelicht en besproken in de commissie Algemene en Ruimtelijke Zaken. In deze raadscommissie is besloten het rekenkamerrapport voor kennisgeving aan te nemen. Het is daarna niet geagendeerd voor behandeling in de raadsvergadering.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Hattem
Onderzoekers: Martijn Mussche en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: juni 2020

Onderzoek op afstand | 25 mrt 2020

Het is voor iedereen nog even zoeken, maar rekenkameronderzoek hoeft niet stil te staan tijdens de coronacrisis.

De maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te verspreiden beïnvloeden het werk van vrijwel iedereen. Ook rekenkamercommissies en rekenkameronderzoekers hebben ermee te maken.

De onderzoekers van Unravelling in gesprek.

Rekenkameronderzoek op afstand

We bouwen nu in snel tempo ervaring op met het doen van onderzoek op afstand. Reeds geplande interviews voeren we nu uit met behulp van Skype. Ook andere videoconferencingoplossingen zoals Zoom zijn mogelijk. Een zakelijk interview verloopt prettig en doelmatig en het heeft echt toegevoegde waarde om elkaar te kunnen zien. Kort gezegd: het werkt prima!

Vergaderen op afstand

Ook vergaderen op afstand kan goed, zo is onze ervaring. Dat kan voor rekenkamercommissies een uitkomst bieden. De rol van de voorzitter is nog wat belangrijker voor het goede verloop van de vergadering (voortgang bewaken, sprekers de beurt geven). Het vraagt een duidelijke agenda en vooraf bestudeerde stukken (net als ook bij reguliere vergaderingen). Een voordeel is dat met wat voorbereiding de vergadering op afstand heel doelmatig kan verlopen. De vergadercyclus kan daarmee in stand blijven, de rekenkamercommissie kan besluiten nemen, onderzoekers kunnen onderzoeken toelichten en het rekenkamerwerk hoeft geen vertraging op te lopen.

Op naar een onafhankelijke rekenkamer | 23 okt 2019

Adviserend lidmaatschap raadsleden geschrapt

Er is al langere tijd een – soms hoogoplopende – discussie over de wenselijkheid van raadsleden in een rekenkamercommissie. De NVRR kwam er niet uit en schetste omfloers de contouren van een compromis: wel raadsleden in de rekenkamer, maar niet te veel en niet op de voorzittersstoel. De minister koos in eerste instantie ook voor een compromis. In het wetsvoorstel voor de Wet versterking decentrale rekenkamers uit 2018 was er nog sprake van de mogelijkheid van een adviserend lidmaatschap van raadsleden bij de rekenkamer. Dit zou een passende wijze zijn om aan een zinvolle betrokkenheid van de raad vorm te geven. De Algemene Rekenkamer, maar ook de Randstedelijke Rekenkamer en de G4-rekenkamers toonden zich al eerder kritisch over dit adviserend lidmaatschap. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde de minister recent (september 2019) om de keuze voor het adviserend lidmaatschap van raadsleden nader te motiveren, aangezien er ook andere manieren zijn om de betrokkenheid van de gemeenteraad te waarborgen. De Afdeling vroeg ook aandacht voor de wettelijke afbakening van het adviserend lidmaatschap. Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling heeft de minister de mogelijkheid om raadsleden als adviseur toe te voegen aan de rekenkamer nu heroverwogen en naar eigen zeggen “geschrapt uit het wetsvoorstel”. Raadsleden kunnen dus geen lid zijn van een rekenkamer. Wellicht is er niet zozeer sprake van schrappen, maar is het zo dat de minister ervoor kiest vast te houden aan het bewezen model van de rekenkamer zoals deze nu ook al in de Gemeentewet staat. Hierbij is de onafhankelijkheid van de rekenkamer geborgd door artikel 81f dat voorschrijft dat een lid van de rekenkamer niet tegelijk raadslid (of burgemeester, wethouder of ambtenaar) van de betrokken gemeente kan zijn.

Op weg naar onafhankelijke rekenkamers

Het nieuwe wetsvoorstel repareert enkele weeffouten die door het politiek-bestuurlijke spel in de wet zijn geslopen. De minister kiest nu voor een klare lijn. Het vage concept rekenkamerfunctie verdwijnt en daarmee verdwijnt ook de rekenkamercommissie. Is het dan zo dat de gemengde rekenkamercommissies niet onafhankelijk opereerden? Nee, in onze ervaring werken de gemengde rekenkamercommissies bijna altijd naar behoren. Politiek-bestuurlijke sturing behoort tot de uitzonderingen. En als het zich voordoet, dan grijpt de voorzitter in. Ook als de voorzitter tevens raadslid is. Maar het blijft ongemakkelijk, omdat de rekenkamercommissie soms ook iets vindt van het functioneren van de raad. Ook zorgt het model van raadsleden in de rekenkamercommissie soms voor ‘gedoe’. Mogen de raadsleden in de rekenkamercommissie de verslagen van gesprekken met ambtenaren of wethouders inzien? Als de voorzitter van de rekenkamercommissie tevens fractievoorzitter is, wie voert dan het debat over het rekenkamerrapport in de raadszaal?

De Raad voor het Openbaar Bestuur gaf in dit kader aan te hechten aan het beginsel van ‘vorm volgt functie’. De Raad ziet de vorm dus als een afgeleide van de functie: in welke vorm decentrale rekenkamers zijn gegoten is niet allesbepalend voor het functioneren ervan. Op zich is dat juist. Ook een rekenkamercommissie met raadsleden kan onafhankelijk opereren. Maar als de functie van een rekenkamer is om onafhankelijk toezicht te houden, onder andere op het functioneren van de gemeenteraad, volgt daar dan niet logischerwijs uit dat de inrichting van de rekenkamer die onafhankelijkheid moet ondersteunen (en dus geen vragen moet oproepen)? Zoals het er nu naar uitziet gaat de nieuwe wet zorgen voor een betere borging van de onafhankelijkheid van de rekenkamer. Dat is een goede zaak.