Berichten door Martijn Mussche
De juiste vorm voor een gesprek met een ervaringsdeskundige | 6 november 2024
We bespraken in een eerdere blog de manieren om in contact te treden met ervaringsdeskundigen van gemeentelijk beleid over armoede en schulden. In deze blog leggen we uit hoe wij dit soort gesprekken aanpakken en geven we tips vanuit onze ervaring.
Unravelling heeft ervaring met ongestructureerde en semigestructureerde interviews, groepsgesprekken en ‘veldwerk’ om in contact te treden met ervaringsdeskundigen die te maken hebben met armoede of schulden. Deze methodes nemen we onder de loep.

Een interview
Een semigestructureerd of een ongestructureerd interview past goed bij ervaringsdeskundigen. Een gesprek in deze vorm biedt de nodige vertrouwelijkheid en ‘intimiteit’. We gebruiken bij een ongestructureerd interview een topiclijst. Je draagt dan bepaalde onderwerpen aan zodat je in de loop van de reeks interviews een beeld krijgt van de ervaringen op dat gebied. Dit type interview heeft wel beperkingen. In feite ben je vooral het ‘verhaal’ aan het ophalen. Bij een semigestructureerd interview zorg je wel voor vaste vragen maar is er ook ruimte voor doorvragen en afwijken van de vaste vragen. Daarmee bouw je flexibiliteit in om een vertrouwde setting te creëren terwijl je wel je vragen stelt.
Praktische tip 1: Heb geduld. Mensen vertellen vaak meer dan je nodig hebt in het onderzoek. Relevante informatie vergaren kost tijd, dus zorg dat je die tijd hebt.
De ervaringsdeskundige vertelt over iets heel persoonlijks als het over schulden en armoede gaat. Dit geldt ook voor gesprekken in het kader van de Participatiewet, de Jeugdwet of de WMO. De geïnterviewde moet dan ook een drempel over om open kaart te spelen. Leg uit wat er met de resultaten gebeurt en benadruk anonimiteit. Sommige mensen zijn bang om kwaad te spreken over de gemeente of hulpverlenende organisaties. Er kan sprake zijn van stress, frustratie, angst en wantrouwen jegens overheidsinstanties en hulpverlenende organisaties. Als onderzoeker ben je daar soms onbedoeld een verlengstuk van. Daarom kost het soms even de tijd om het vertrouwen te winnen. Het helpt als de onderzoeker zich (wanneer passend) ook enigszins durft bloot te geven. Het moet kunnen voelen als een ‘gewoon’, gelijkwaardig gesprek.
Praktische tip 2: Overweeg of je alleen interviewt of met z’n tweeën. Het eerste voelt sneller intiem en veilig voor de geïnterviewde, maar de onderzoeker moet zich ook veilig voelen.
Een persoonlijk interview werkt goed om echt de diepte in te gaan. Welke financiële problemen heeft de ervaringsdeskundige, welke drempels zijn er, is er overzicht in het hulpaanbod, is er vertrouwen in de goede intenties van de gemeente, helpt de geboden hulp? Het gesprek leent zich ook om ‘afvinklijstjes’ af te gaan zoals het aanbod van de gemeente, de organisaties en voorbeelden van drempels, om te zien of deze mogelijkheden en ervaringen herkend worden. Dit kan veelzeggend zijn bij een wat groter aantal geïnterviewden. Doe dit pas aan het einde van het gesprek: het ‘vinken’ op een lijst brengt je terug naar de rollen van interviewer en geïnterviewde; een opgebouwde vertrouwenssfeer verdwijnt dan.
Praktische tip 3: Geef een eventuele vergoeding direct bij aanvang van het gesprek, niet achteraf. De geïnterviewde moet voelen dat de vergoeding ‘afhankelijk’ is van het verloop van het gesprek.
Een groepsgesprek
In ons onderzoek voor rekenkamer Dordrecht hebben we ervaringsdeskundigen gevraagd om met elkaar in gesprek te gaan. Eerst hebben we veel aandacht besteed aan vertrouwelijkheid – ook onder deelnemers onderling. De deelnemers hadden allen positieve ervaring met het buurthuis waar we het gesprek hielden en waren via een vertrouwde tussenpersoon benaderd. Hoewel deze niet aanwezig was bij het gesprek, was deze link cruciaal om dit groepsgesprek te kunnen organiseren.
Praktische tip 4: Het kiezen van een goede locatie voor een gesprek (zoals een buurthuis) is belangrijk om mensen een veilig gevoel te geven. De locatie moet een toegankelijke sfeer hebben en ook letterlijk toegankelijk zijn. Ook de bereikbaarheid is belangrijk.
In het gesprek hebben we ruim de tijd genomen om vertrouwen op te bouwen. We openden het met een inloop met koffie. Toen we begonnen, introduceerden we onszelf, gaven we een toelichting over privacy en deelden de beloofde VVV-bonnen uit. De eerste vragen gingen over een aantal door ons opgestelde ‘casussen’. Tegen welke hindernissen zou deze fictieve persoon aan lopen bij het vragen van hulp? Welke hulp zou hij ontvangen? Zou hij daarmee uiteindelijk echt geholpen zijn? Om het laagdrempelig te houden gebruikten eenvoudig taalgebruik en visuele werkmethoden (zoals stickers plakken). Pas in deel 2 bespraken we het eigen oordeel van de deelnemers over de aangeboden hulpverlening. We lieten het open of mensen over eigen ervaring wilden spreken of het liever algemeen hielden. Op dat moment kenden we elkaar al ruim een uur. We merkten dat deze volgorde hielp: mensen durfden het aan om persoonlijke informatie en ervaringen te delen en ook kritisch te zijn op de gemeente en hulpverlenende organisaties. Dit bood waardevolle inzichten voor het onderzoek.
Praktische tip 5: De geïnterviewde moet een drempel over om open kaart te spelen. Let heel goed op de opbouw en kies minimaal één werkvorm waar men geen eigen ervaringen hoeft te delen.
Het veldwerk
Onze veldwerklocaties bij onderzoek naar armoedeproblematiek zijn doorgaans openbare plaatsen zoals wijk- en buurtcentra, bibliotheken en andere wijkgerichte voorzieningen. We bezoeken bijvoorbeeld een koffie-ochtend of bijeenkomsten waar mensen ondersteuning kunnen krijgen bij financiële en administratieve zaken. Dit doen we op verschillende tijden en locaties. We krijgen soms de vraag om specifieke doelgroepen te bereiken via het veldwerk, zoals jonge gezinnen, ouderen of mensen met een lage digitale- of taalvaardigheid. Daar is een creatieve aanpak voor nodig. Welke bijeenkomsten kunnen we bezoeken, welke contactpersonen hebben we nodig? Welke bijeenkomsten trekken het publiek dat we willen bereiken (bijvoorbeeld een vrijwillige Nederlandse-taalcursus)?
Praktische tip 6: Tijdens het veldwerk komen er veel indrukken op je af. Zorg daarom dat je (ten minste) in tweetallen op pad gaat, om achteraf de indrukken met elkaar te delen en daarop te reflecteren. Ook verzamel je zo meer informatie. Met meer mensen op pad gaan kan ook, maar zorg dat de groepsgrootte niet overweldigd.
Een belangrijk kenmerk van veldwerk dat wij voor onze onderzoeken naar armoedeproblematiek hebben gedaan, is dat we ‘open’ optreden: we laten weten dat wij onderzoekers zijn die nieuwsgierig zijn naar een persoonlijke ervaring en er niet zijn om interacties tussen personen te observeren. Als we op een dergelijke bijeenkomst komen stellen we ons voor en zijn we transparant over waar we onderzoek naar doen. Dit kan al voldoende zijn om een gesprek op gang te brengen. Het is belangrijk hier zo min mogelijk in te sturen en zorgvuldig te zijn in het stellen en beantwoorden van vragen.
Praktische tip 7: Het vergt sociale vaardigheden om een prettig gesprek aan te gaan. Wees flexibel in je taalgebruik en vermijd jargon, maar blijf jezelf.
Het is ook belangrijk om onafhankelijkheid te benadrukken. Dit doe je niet door kritisch te zijn op de gemeente, want daarmee stuur je de ervaringskundige ook deze kant op. Het helpt om simpelweg een vraag neer te leggen, bijvoorbeeld: zijn er nog meer manieren om hulp te bieden aan mensen die niet rond komen? Vraag in zo’n setting niet meteen naar persoonlijke ervaringen. Ook hier is het een kwestie van geduld. Vaak vragen we op een gegeven moment iets als: zien jullie dit ook om je heen? of denk je dat er in deze buurt mensen wonen die meer hulp nodig hebben? Mensen vertellen graag over hun eigen buurt. Naarmate het gesprek vordert, durven mensen ook sneller eigen ervaringen te delen. Soms biedt dat ook mogelijkheden om hen uit te nodigen voor een interview op een ander moment.
Praktische tip 8: Stuur het gesprek vanuit compassie en geduld, mensen vertellen niet meteen relevante dingen. Kort samenvatten wat er verteld is maakt dat de ander zich gehoord voelt. Je kan dat dan makkelijk opvolgen met een nieuwe vraag.
Veldwerk nodigt niet uit tot het maken van opnames, want dit zal mensen afstoten. Dit geldt in mindere mate ook voor een notitieblok. Het is niet verkeerd om aantekeningen te maken, maar benoem dit expliciet: nu zeg je iets wat nieuw voor mij is en erg interessant. Is het goed als ik dit opschrijf? Zo neem je je gesprekspartner serieus en ben je transparant. Leg het notitieblok daarna ook weer weg. Direct na afloop van je veldwerk kun je een kwartier nemen je eigen aantekeningen en gedachten in stilte uit te wisselen met een collega: dit zijn dan je ruwe resultaten.
Deze blog is geschreven door Miriam Dorigo. Wil je meer weten? Neem dan contact met haar op.
Welke route bewandel je wanneer er een integriteitsschending heeft plaatsgevonden? | 23 oktober 2024
Wanneer we het over integriteit en integriteitsschendingen hebben kan de vraag naar boven komen: wat betekent dat nu eigenlijk, integriteit? Wat houdt het in om integer te handelen?
Het Nederlands woordenboek zegt hierover het volgende: [integriteit is] de eigenschap dat u eerlijk en betrouwbaar bent. Met deze kernwaarden ‘eerlijkheid’ en ‘betrouwbaarheid’ wordt de lat voor integer handelen gelijk mooi hoog gelegd. Als deze kernwaarden gevolgd worden, zou er snel geconcludeerd kunnen worden dat iemand waarschijnlijk integer handelt. Jammer genoeg is dit niet altijd het geval. Mensen kunnen immers ook oneerlijk en onbetrouwbaar handelen, contra-integer dus. Dit kan leiden tot een integriteitsschending. Wanneer dit op je werk gebeurt, kan het onduidelijk zijn wat je daaraan kan doen.
In deze blog worden verschillende routes uiteengezet die bewandeld kunnen worden wanneer je een integriteitsschending wil aankaarten. Welke routes zijn er en waar kan je Unravelling tegenkomen?

Waar begint je route?
Een integriteitsroute begint bij het vermoeden van een integriteitsschending. Voorbeelden hiervan zijn (de schijn van) een belangenverstrengeling en vriendjespolitiek. Ook grensoverschrijdend gedrag is een voorbeeld van een integriteitsschending. Discriminatie, pesten, en (seksuele) intimidatie zijn voorbeelden van grensoverschrijdende gedragingen. Organisaties hebben vaak een gedragscodes waarin wordt aangegeven wat gewenste omgangsvormen zijn en welke omgangsvormen verboden zijn. Wanneer iemand, of jijzelf, gepest of gediscrimineerd wordt op werk, is het van belang om dit aan te kunnen kaarten bij de werkgever, of anders bij een ander onafhankelijke entiteit.
Let op: soms kan er (ook) sprake zijn van een strafbaar feit. In dergelijke gevallen zal niet altijd een integriteitsroute voor de hand liggen, maar juist een melding of aangifte bij de politie.
Welke integriteitsroutes kun je bewandelen?
Leidinggevende en/of afdeling human resources
In beginsel ligt het voor de hand om een integriteitsschending intern aan te kaarten. Dit betekent dat je naar de leidinggevende kan gaan om een melding te doen. Wanneer er onduidelijkheid is over wie de leidinggevende is (of deze persoon is de oorzaak van de melding) kan er ook gekozen worden om naar de afdeling human resources te gaan. Deze interne route heeft korte lijntjes (je leidinggevende en human resources zijn als het goed is makkelijk te contacteren) en zal mogelijk relatief snel een oplossing bieden voor de integriteitsschending. Wanneer er sprake is van een arbeidsconflict kan de leidinggevende als mediator optreden.
Vertrouwenspersoon
Wanneer de leidinggevende en de afdeling human resources geen prettige of zelfs een onveilige keuze zijn, kan je aankloppen bij de vertrouwenspersoon van jouw organisatie. De meeste organisaties hebben een vertrouwenspersoon aangesteld, bij wie onder andere integriteitskwesties gemeld kunnen worden. Deze vertrouwenspersoon kan intern of extern zijn aangesteld, maar is altijd onafhankelijk. In beginsel is deze persoon verantwoordelijk voor het in behandeling nemen van meldingen van werknemers die zijn lastiggevallen of die hulp en advies nodig hebben. Vervolgens zal deze persoon ook nagaan of een oplossing in de informele sfeer mogelijk is.
Integriteitscommissie
Een integriteitscommissie is een commissie die binnen een organisatie is aangesteld en die tot taak heeft maatregelen te nemen wanneer er zich integriteitskwesties voordoen. Deze taak kan uitgevoerd worden door bijvoorbeeld trainingen geven. Een integriteitscommissie zal, wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, een onderzoek uitvoeren naar de integriteitskwestie.
Je kunt bij deze integriteitscommissie terecht wanneer je een misstand, een integriteitskwestie of een bejegeningskwestie wilt melden. Denk aan corruptie, maar ook aan de eerder genoemde grensoverschrijdende gedragingen. Een integriteitscommissie heeft de autorisatie om onafhankelijk onderzoek te doen binnen de organisatie.
Sinds 2 juni 2020 is de onafhankelijke integriteitscommissie van het ministerie van Justitie en Veiligheid operationeel, de Integriteitscommissie JenV. Meer over deze integriteitscommissie en de ambitie van de overheid voor een rijksbrede commissie in een volgende blog.
Huis voor Klokkenluiders
Het Huis voor Klokkenluiders is een organisatie die advies geeft aan werknemers die kennis hebben van maatschappelijke misstanden, die onderzoek doet naar de behandeling van dergelijke klokkenluiders en die bijdraagt aan een integere samenleving door overheden te stimuleren hun integriteit te bewaken. Je kan een melding doen bij het Huis voor Klokkenluiders wanneer je denkt dat er sprake is van een misstand met een maatschappelijk belang. Het is van belang dat je pas naar het Huis voor Klokkenluiders stapt, wanneer er geen andere autoriteit of toezichthouder bevoegd is om onderzoek te doen.
Het Huis voor Klokkenluiders zal nagaan of er inderdaad sprake is van een misstand met een maatschappelijk belang (misstandonderzoek) óf een melder onjuist behandeld is vanwege diens melding (bejegeningsonderzoek).
Wanneer kom je Unravelling tegen?
Onderzoekers van Unravelling werken in opdracht en in samenwerking met het Huis voor Klokkenluiders en ondersteunen de Integriteitscommissie JenV bij verschillende onderzoeken naar integriteitskwesties binnen uitvoeringsorganisaties van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarnaast houdt Unravelling zich ook op breder vlak bezig met integriteitsonderzoek, feitenonderzoek en cultuuronderzoek.
Unravelling komt vaak in beeld wanneer integriteitskwesties intern niet zomaar opgelost kunnen worden. Een voorbeeld daarvan is een ingewikkelde integriteitskwestie binnen een gemeente. De burgemeester kan ervoor kiezen een onderzoek uit te laten voeren door een extern onderzoeksbureau. In een dergelijk geval kan Unravelling het onderzoek uitvoeren in opdracht van de burgemeester.
Hetzelfde geldt voor andere organisaties waarbij een oplossing in de informele sfeer niet mogelijk blijkt te zijn. De organisatie kan er dan voor kiezen om een externe partij bij de oplossing te betrekken. Unravelling zal dan onafhankelijk onderzoek doen en advies geven aan de organisaties. Aangezien integriteitskwesties vaak gevoelig kunnen liggen, zijn er ook onderzoeken en rapporten die niet openbaar gemaakt kunnen worden. Unravelling zal altijd vertrouwelijk en integer omgaan met informatie die binnen een onderzoek naar voren komt. Op onze website kun je onze openbare onderzoeken en casusbeschrijvingen vinden, zoals onze onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de topsport en het topsportklimaat.
Deze blog is geschreven door Pita Klaassen. Wil je meer weten? Neem dan contact op met haar of Martijn Mussche.
In gesprek met ‘de doelgroep’ bij armoede en schulden: hoe doe je dat? | 5 september 2024
Zoals te lezen in dit artikel probeert gemeente Arnhem de schulden van inwoners kwijt te schelden. De gemeente heeft echter moeite om kandidaten te vinden. Sommige inwoners blijven, zelfs na uitleg, de hulp weigeren. Inwoners voelen enorme argwaan jegens ‘de overheid’ en alle vertegenwoordigers ervan, maar ook jegens hulpverleners van hulpverlenende organisaties die niet aan de overheid gerelateerd zijn. Zelfs wij, als onafhankelijk onderzoekers, moeten soms wantrouwen overwinnen voordat mensen met ons in gesprek durven gaan. Toch legt Unravelling vaak contact met inwoners tijdens rekenkameronderzoeken naar armoede en schulden. Onze leercurve in deze projecten was stijl. Hoe leg je nu contact met mensen? Hoe krijg je ze zo ver om open te zijn over zo’n gevoelig onderwerp?
Op onze website hebben we in een van onze cases al geschreven over dit onderwerp. We gaan in deze blog dieper in op de manieren van contact leggen, de woordkeuze en de verschillende vormen van in gesprek gaan. Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden, waaronder veldwerk, groepsgesprekken of enquêtes. In deze blog gaan we uit van een scenario waarin we mensen werven om ze één op één te interviewen.

Over wie spreken we eigenlijk?
De ‘doelgroep’, de ‘inwoners’… Over wie spreken we eigenlijk? Een woord als ‘doelgroep’ stelt het gemeentelijk beleid centraal: wie is de doelgroep van het beleid? En de term ‘inwoner’ is weinig specifiek. Wij gebruiken het liefst het woord ‘ervaringsdeskundige’. We willen kennis en ervaring putten van deze mensen en daarvan leren. ‘Ervaringsdeskundige’ betekent: een gelijkwaardig gesprek waarin de geïnterviewde centraal staat.
Woordkeuze is essentieel
Het kiezen van eenvoudig taalgebruik in de communicatie is belangrijk. Het devies is: korte zinnen en veel gebruikte, gemakkelijke woorden. Maar welke woorden dan precies? Dat is de crux. Het is essentieel om in de eerste communicatie woorden als ‘armoede’ en ‘schulden’ te vermijden. Er zijn weinig mensen die zichzelf echt als ‘arm’ definiëren. En praten over schulden? Een deel van deze doelgroep is juist als de dood om geconfronteerd te worden met ‘het probleem’.
Als Unravelling mensen werft, vragen we of men ‘moeite heeft om rond te komen’ of: ‘kom je (soms) geld tekort’? Subtiele keuzes kunnen het verschil maken: ‘heb je te maken met’ in plaats van ‘heb je ervaring met’. Want ‘ervaring’ klinkt zwaarder dan ‘ermee te maken hebben’. Ervaringsdeskundigen denken al snel: ‘mijn problemen zijn niet ernstig genoeg’. Zo mogelijk is het ook beter om het woord ‘gemeente’ niet te noemen in de eerste communicatie. Daarop haken mensen af. Het wantrouwen richting de gemeente kan immers groot zijn en daardoor afschrikwekkend werken.
Concreet, toegankelijk, anoniem
Bij het leggen van contact is het belangrijk om de vraag eenvoudig te houden. Vraag alleen naar naam, e-mailadres of telefoonnummer en niet naar aanvullende informatie bij een (digitaal) aanmeldformulier. Benadruk anonimiteit en vertel dat de geïnterviewde geen papieren en formulieren mee hoeft te nemen. Bij een uitnodiging voor een interview maak je het concreet: waar, op welke dag? En als je kiest voor een vergoeding voor een interview: vermeld dat.
Zoeken naar verbinding
Goed, onze communicatie is in orde: we hebben een klein uitnodigingsformulier gemaakt en een (digitale) flyer. Maar hoe zorgen we dat ervaringsdeskundigen die boodschap krijgen?
Er zijn verschillende ingangen. Een flyer over ons verzoek om met elkaar te spreken kan en moet breed uitgezet worden. Natuurlijk is het daarbij belangrijk om via de gemeente en hulpverlenende organisaties te werven. Bij de Voedselbank, in de hal van het gemeentehuis, op het bureau van de gemeentelijke consulent: daar moet deze flyer sowieso te vinden zijn. Maar bedenk je wel: de mensen die de flyer daar zien, zijn al ‘gevonden’ door de gemeente. Als je zoekt naar verborgen armoede, zijn andere plekken van belang: het buurtcentrum, de bibliotheek, de kleuteringang van een lokale basisschool, misschien wel het prikbord van de supermarkt of de kantine van een voetbalclub, een weggeef-kastje. Als het mag, zijn dit goede plekken om een flyer op te hangen. Denk eens aan de optie om (via de gemeente) een brief uit te sturen naar willekeurige inwoners. Het voordeel: de lezer hoeft niet digitaal vaardig te zijn. Het kan ook goed werken om inloopspreekuren en koffie-uurtjes te bezoeken om persoonlijk mensen te werven. Dit is tijdrovend maar is in zichzelf al een leerzaam moment in het onderzoek.
Een belangrijke opmerking bij dit alles: maak gebruik van je netwerk en bouw (dus) ook een netwerk op. Het is waardevol om contact te leggen met consulenten, vrijwilligers en medewerkers van maatschappelijke organisaties en de Cliëntenraad. Deze mensen kennen de ervaringsdeskundigen. De kunst is om vertrouwen te creëren zodat zij als verbindende factor willen optreden. Dit kost enige tijd. Maar uiteindelijk is dat een hele waardevolle manier om bij de ervaringsdeskundigen terecht te komen, ook bij degenen die het vertrouwen in ‘de overheid’ al verloren hebben.
Vooruitblik naar de volgende blog
We begonnen er al mee: waar werven we eigenlijk voor? Een één op één gesprek is voor een ervaringsdeskundige best spannend. Want stel je eens voor: je wordt door een onderzoeker gevraagd om dinsdag om 10.00 in een hokje in de lokale bibliotheek te komen praten over iets waar je je iedere dag zorgen om maakt: je schulden. Het zweet staat al op je voorhoofd. Kan dat ook anders? Ja. Daarover meer in een volgende blog.
Deze blog is geschreven door Miriam Dorigo. Wil je meer weten? Neem dan contact met haar op.
Onderzoek armoedebeleid Dordrecht ‘Armoede is (niet) niks’ | 11 april 2024
De rekenkamer Dordrecht (hierna: de rekenkamer) wilde weten of het armoedebeleid van de gemeente doeltreffend is. Daarbij had de rekenkamer speciale interesse in de vraag hoe de gemeente toekomstbestendig is, door te kijken naar hoe zij omgaat met onder meer energiearmoede.
De centrale onderzoeksvraag was:
In hoeverre is het armoedebeleid van de gemeente Dordrecht als doeltreffend aan te merken, zodanig dat ook rekening gehouden wordt met armoedeval en energiearmoede. En welke instrumenten zet de gemeente daarvoor in?
We zullen aan het einde terugkomen op de conclusies en aanbevelingen die we in dit onderzoek hebben opgeleverd. Eerst zal deze casusbeschrijving iets meer vertellen over de gebruikte onderzoeksmethoden, met name het interviewen van inwoners.

Onderzoeksmethoden
Rekenkameronderzoek kent een aantal geëigende methoden: de documentstudie, waarin we beleid, uitvoeringsplannen, raadsstukken en P&C-stukken (zoals de jaarrekening) bekijken en analyseren en interviews met beleidsambtenaren en het college. Een onderwerp als armoede heeft daarnaast baat bij een bredere kijk. Het raakt inwoners van een gemeente veel persoonlijker dan bijvoorbeeld verkeersbeleid of inkoopbeleid en er is een scala aan maatschappelijke organisaties die ook een rol spelen in armoedebestrijding, waardoor het beperkt zou zijn om enkel de gemeente zelf te betrekken in het onderzoek. Daarom heeft Unravelling aan de rekenkamer aangeboden om ook in gesprek te gaan met maatschappelijke organisaties en met mensen die te maken hebben met armoede of schulden. Dit hebben we gedaan in de vorm van een rondetafelgesprek en interviews. Maar hoe komen we in contact met mensen die in armoede of schulden leven?
Wie is ‘de doelgroep’?
‘De doelgroep’ is een veelgebruikte term als er gesproken wordt over mensen die ondersteuning krijgen of nodig hebben op het gebied van financiën. Het is daarbij wel goed om er bewust van te zijn dat DE doelgroep niet bestaat. Deze ‘doelgroep’ bevat immers een grote diversiteit aan mensen die ook verschillende soorten ondersteuning nodig kunnen hebben. De ondersteuning kan bijvoorbeeld zo eenvoudig zijn als samen een formulier invullen of éénmalig de administratie op orde brengen, waarna mensen weer zelfstandig verder kunnen. Er zijn echter ook mensen die het niet lukt een gezonde financiële huishouding te voeren, behalve als zij langdurige ondersteuning krijgen. Er is bovendien een breed scala aan redenen dat mensen deze korte of langdurige hulp nodig hebben. De groep mensen over wie we spreken is dus niet onder één noemer te vangen. Kortom; de eerste vraag die een onderzoeker zich moet stellen is; over wie spreken we?
In ons geval hebben we gekozen voor mensen die nu, of in het recente verleden, financiële ondersteuning hebben ontvangen van de gemeente. In het geval van Dordrecht is dat een breed net om uit te werpen; de gemeente biedt een groot scala aan regelingen met ruimhartige inkomensgrenzen. Omdat we specifiek de ondersteuning vanuit de gemeente onderzoeken betekent deze selectie dat we in het onderzoek de mensen uitsluiten die ‘alleen’ hulp ontvingen van een maatschappelijke organisatie.
Contact leggen met inwoners die ondersteuning ontvangen
In Dordrecht hebben we de gemeente om hulp gevraagd bij het leggen van contact met de inwoners die ondersteuning ontvangen. We hebben daarbij te maken met de AVG. De gemeente kent de mensen die hulp ontvangen, maar mag deze gegevens niet met Unravelling delen om hen te benaderen voor onderzoek. Deze inwoners hebben daarvoor immers geen toestemming gegeven. We gebruiken daarom een ‘tweetrapsraket’. De eerste stap bestaat eruit dat consulenten in de uitvoering de mensen die zij al spreken, de vraag stellen of zij mee willen werken aan een onderzoek. De tweede stap is, wanneer deze mensen toestemming geven, om hun gegevens te delen met Unravelling. Wij mogen hen dan benaderen omdat het hen expliciet gevraagd is en zij toestemming hebben gegeven.
We hebben deze ‘tweetrapsraket’ in Dordrecht ook opgezet met maatschappelijke organisaties. Ook zij spreken dagelijks inwoners en kunnen hen vragen of ze willen deelnemen aan onderzoek. Dit heeft voldoende aanmeldingen opgeleverd voor een groepsgesprek en een aantal losse interviews met inwoners van Dordrecht. In een andere gemeente hebben we aanvullend een flyer ontworpen en deze in een lokale krant gezet, hetgeen ook tot aanmeldingen leidde.
Het gesprek
Een belangrijke basis van interviews met inwoners is respect en gelijkwaardigheid. Zij stellen zich kwetsbaar op en hebben geen persoonlijk belang bij het vertellen van hun verhaal, terwijl dit emotioneel belastend kan zijn. Om die reden heeft de gemeente Dordrecht ons geadviseerd een VVV-bon mee te geven aan mensen die willen meewerken aan het onderzoek. Deze bon geven we al bij aanvang van het gesprek: de druk is eraf. Daarnaast vragen wij deelnemers aan het onderzoek (als dit past) of zij het liefst één op één geïnterviewd willen worden of in een groepsgesprek willen deelnemen.
Om deelnemers aan het groepsgesprek op hun gemak te stellen vroegen we hen om een fictieve casus te bespreken. De casus, een fictieve inwoner, had bijvoorbeeld schulden of kon niet goed lezen en schrijven. Op deze manier horen we hoe de gemeente inwoners behandelt en zien we of deelnemers aan het gesprek weten waar ze hulp kunnen krijgen, zonder dat ze direct hun levensverhaal op tafel hoeven te leggen. In de loop van het gesprek stellen we vragen die uitnodigen om ook eigen ervaringen te delen. We zien dat deelnemers aan het onderzoek dat ook doen, omdat ze merken dat hun verhaal ons echt verder helpt in het onderzoek. Door open vragen te stellen en hun ervaringen serieus te nemen nodigen we hen uit om zich open te stellen. Voor dit type gesprekken levert dat de meeste informatie op. Dit is dus een andere aanpak dan interviews met bijvoorbeeld gemeenteambtenaren, waarbij ook kritisch doorvragen van belang is.
Belangrijkste conclusies en aanbevelingen
De gemeente Dordrecht wil armoede tegengaan en zorgen voor bestaanszekerheid voor inwoners. Als deze zekerheid wordt bedreigd, krijgen inwoners van de gemeente op verschillende manieren ondersteuning, zoals hulp bij huisvesting, gezondheidszorg en kansen in onderwijs en werk. De rekenkamer komt tot de conclusie dat Dordrecht in vergelijking met andere gemeenten een ruimhartig armoedebeleid heeft. De gemeente gaf in 2021 enkele honderden euro’s meer dan andere gemeenten uit aan ondersteuning per inwoner in armoede. De gemeente Dordrecht heeft gedegen kennis waarmee het armoede, schulden en bijkomende problemen weet te verminderen. De gemeente doet dit onder meer door bij te dragen aan een armoedenetwerk van maatschappelijke organisaties. Dordrecht loopt voorop in de aanpak van energiearmoede, onder meer met ‘Energiehulpen’, die woningen gratis energiezuiniger maken. Via de Energiehulpen legt de gemeente ook contact met moeilijk bereikbare groepen.
Hoewel er veel goed gaat, raad de rekenkamer Dordrecht het college aan om duidelijke doelen en indicatoren vast te stellen en bij te houden. Bespreek hiervoor met de gemeenteraad wat het belangrijkste aandachtspunt is om armoede te voorkomen en maak daar structureel geld voor vrij. Aangeraden wordt ook om ervoor te zorgen dat meer inwoners gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, het persoonlijk minimabudget en de bijzondere bijstand. De rekenkamer beveelt aan om inwoners die moeilijk te bereiken zijn scherper in beeld te brengen en hen te benaderen over de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn. Een deel van de inwoners, die herhaaldelijk hulp nodig hebben in de loop der jaren, hebben baat bij een regisseur die hen structureel ondersteunt.
Doorwerking
Op 5 maart 2024 heeft Unravelling de bevindingen uit het rapport gepresenteerd in de beeldvormende sessie van de raadscommissie Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht. De oordeelsvormende sessie volgt voor de zomer van 2024.
Opdrachtgever: Rekenkamer Dordrecht
Onderzoekers: Miriam Dorigo, Rubin ten Broeke en Hannelore Schouwstra.
Oplevering rapport: 5 maart 2024
Vergelijkbaar onderzoek door Unravelling:
Integratie statushouders Bronckhorst | 13 maart 2024
Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 is het inburgeringsstelsel in Nederland erg veranderd. Het doel van de wet is om nieuwkomers snel en volwaardig te laten meedoen in de maatschappij. De regie op inburgering ligt in het nieuwe stelsel bij gemeenten. De gemeente dient statushouders zo snel mogelijk in staat te stellen om mee te kunnen doen in Nederland. Daarbij hoort ook dat de gemeente statushouders huisvest en hen zo snel mogelijk een plaats geeft in het arbeidsproces. Deze nieuwe taak en verantwoordelijkheid brengt met zich mee dat de gemeente voor belangrijke keuzes staat in de uitvoering, rekening houdend met de statushouder en lokale omstandigheden. In opdracht van de rekenkamer van Bronckhorst onderzocht Unravelling hoe dit in deze gemeente geregeld is.
De centrale onderzoeksvraag was als volgt:
Welk beleid heeft de gemeente Bronckhorst voor de opvang en integratie van statushouders en wordt dit beleid doeltreffend en doelmatig uitgevoerd?
Om tot een antwoord op deze onderzoeksvraag te komen deed Unravelling een documentstudie en interviews met uitvoerende organisaties, ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen en met inburgerende statushouders.

Conclusies
De hoofdconclusie is dat de opvang en integratie van statushouders in Bronckhorst over het algemeen goed verloopt. Zo voldoet de gemeente vanaf 2022 aan de halfjaarlijkse taakstelling. De gemeente hanteert een persoonlijke aanpak en kent alle statushouders. De gesproken externe organisaties en statushouders zijn tevreden over de aanpak van de gemeente voor inburgering. Het ontbreekt echter aan een specifiek beleid en bijbehorende doelstellingen. Ook ontbreekt actueel inzicht in de kosten voor inburgering. Daardoor zijn de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid niet vast te stellen.
Aanbevelingen
Op basis van de conclusies kwam de rekenkamer tot de volgende aanbevelingen aan het college en aan de raad (samengevat):
- Formuleer concrete doelstellingen ten aanzien van de inburgering van statushouders. Deze doelstellingen kunnen ook breder zijn dan de plichten die de wet stelt (bijvoorbeeld ten aanzien van welzijn van jeugd en leerplicht).
- Pak de in het rapport genoemde knelpunten aan en neem daarin ook de leerplicht van kinderen van statushouders mee.
- Verbeter het monitoringsproces door eerst met de raad afspraken te maken over de gegevens waar hij graag inzicht in wil, en deze vervolgens vast onderdeel te maken van de P&C-cyclus.
- Breng de raad tijdig en volledig op de hoogte van de eerste resultaten ten aanzien van de afronding van inburgeringstrajecten.
- Actualiseer de gerealiseerde uitgaven voor inburgering in 2022 en 2023 en informeer de raad daarover in de jaarrekening.
- Verken de beleidsvrijheid die de gemeente heeft ten aanzien van inburgering (bijvoorbeeld als het gaat om gezondheid en bemiddeling naar werk) en geef daar vervolgens uw visie op.
Doorwerking
Op 5 februari 2024 schreef het college in haar bestuurlijke reactie dat ze het waardeerde dat de rekenkamer de inzet van het college herkent. Het college onderschreef dat er nog geen actueel inzicht is in de specifieke kosten voor inburgering, dat er een aantal specifieke aandachtspunten zijn en dat de gemeente in ontwikkeling is om meer zicht te krijgen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de inburgering. Op 7 maart 2024 sprak de raad tijdens de Politieke Avond zijn waardering uit over het rekenkameronderzoek. Ook gaf de raad aan zich te kunnen vinden in conclusies en aanbevelingen. De beoogde eerstvolgende stap was het opstellen van een raadsvoorstel om daarmee het college formeel te verzoeken de aanbevelingen over te nemen.
Opdrachtgever: Rekenkamer Bronckhorst
Onderzoekers: Martijn Mussche en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: december 2023
Vergelijkbaar onderzoek door Unravelling:
Rekenkameronderzoek Armoedebeleid Dordrecht
Grensoverschrijdend gedrag topgolf | 18 januari 2024
Op 2 augustus jongstleden ontving de Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF) een notitie van het Centrum Veilige Sport Nederland (CVSN). Met deze notitie stelde het CVSN de NGF op de hoogte van meldingen die meerdere melders hadden gedaan bij het CVSN. Het betrof meldingen over gedragingen door de bondscoach en door de algemeen directeur. Op 30 augustus 2023 besloot het bestuur van de NGF om een extern onderzoek te beleggen, zodat een objectief en zorgvuldig beeld zou worden geschetst over feitelijke inhoud en juistheid van de meldingen. Unravelling heeft dit onderzoek naar de meldingen uitgevoerd.
De centrale onderzoeksvraag was als volgt:
Welke meldingen zijn gedaan over grensoverschrijdend gedrag binnen het topsportdomein van de NGF, welke bewijsbare feiten en omstandigheden liggen ten grondslag aan deze meldingen en in hoeverre zijn de gemelde gedragingen te kwalificeren als grensoverschrijdend gedrag?
Het onderzoek is ingestoken als een feitenonderzoek naar de meldingen. Om tot een antwoord op de onderzoeksvraag te komen voerde Unravelling gesprekken met in totaal 30 personen. Unravelling heeft zich daarbij – in nauw overleg met CVSN – ingespannen om zoveel mogelijk melders te spreken. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met (ex-)stafleden, met topsporters en met ouders van topsporters. De onderzoekers stonden open voor gesprekken met alle betrokkenen bij het topgolfprogramma die zich zouden aandienen bij de onderzoekers. Het resulteerde in een onderzoeksrapport waar het bestuur van de NGF op 19 december 2023 kennis van nam.

Conclusies
In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de communicatiestijl van de bondscoach als ongewenst werd ervaren door een aantal (ex-)stafleden, een aantal ouders van voormalig selectiespelers en een specifieke voormalig selectiespeler in het topsportcircuit. Unravelling heeft geen waarnemingen dat er bij de melders spelers of ouders van de huidige selectie zaten.
Het bestuur van de NGF gaf aan de gevolgen voor de direct betrokkenen te betreuren. Tevens benoemde het bestuur dat het de genoemde omgangsvormen op het gebied van communicatie onwenselijk achtte en dat deze niet in lijn waren met de gewenste cultuur van de NGF. In overleg met de bondscoach besloot het bestuur van de NGF de samenwerking met de bondscoach niet te verlengen na 31 december 2023.
In het onderzoek zijn geen grensoverschrijdende gedragingen van de algemeen directeur aangetroffen. De algemeen directeur legde voor oplevering van het rapport zijn functie neer en nam afscheid van de NGF.
Aanbevelingen en doorwerking
Uit het onderzoeksrapport is tevens een aantal aanbevelingen gekomen voor het topsportklimaat. Het bestuur zal zich in 2024 richten op het verbeteren van het topsportklimaat en de beoogde omgangsvormen. De aanbevelingen worden opgevolgd en in samenspraak met de (gedeeltelijk nieuwe) topsport-staf zullen er beleidsaanpassingen volgen, zo geeft het bestuur aan.
Media
NOS: Golfbond ontvangt meldingen over gedrag bondscoach en directeur
NOS: Directeur golfbond wacht onderzoek over gedrag niet af en stapt op
NOS: Bondscoach Lafeber weg bij golfbond: ‘Omgangsvormen niet in lijn met gewenste cultuur’
NOS: Oud-golfer Derksen luidt noodklok over ongewenst gedrag en slechte prestaties: ‘Doet pijn’
Opdrachtgever: Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF)
Onderzoekers: Martijn Mussche, Miriam Dorigo en Hannelore Schouwstra
Oplevering rapport: december 2023
Vergelijkbaar onderzoek door Unravelling:
Onderzoek topsportklimaat triathlon
Toezicht en handhaving Cranendonck | 4 januari 2024
De rekenkamercommissie van Cranendonck (hierna: de rekenkamer) besloot om onderzoek in te stellen naar een onderwerp dat politiek gezien in de belangstelling stond: toezicht en handhaving. De rekenkamer vroeg Unravelling dit onderzoek te doen en zich te richten op zes geprioriteerde gemeentelijke toezichts- en handhavingstaken in de openbare ruimte.
De centrale onderzoeksvraag was als volgt:
In hoeverre is de uitvoering van de gemeentelijke toezichts- en handhavingstaken op het gebied van de openbare ruimte, zoals vastgesteld in het Uitvoeringsbeleid Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2020-2023 van de gemeente Cranendonck, doeltreffend, doelmatig en rechtmatig?
Om tot een antwoord op deze onderzoeksvraag te komen deed Unravelling een documentstudie, een aantal interviews en een observatie van de ‘hotspots’ op gebied van toezicht en handhaving in de gemeente Cranendonck.

Conclusies
De hoofdconclusie is dat de gemeente Cranendonck de basis van toezicht en handhaving op orde heeft, ondanks de uitdagingen van de gemeente gezien haar omvang, ligging, het buitengebied, de uitgebreide infrastructuur en het Asielzoekerscentrum (AZC). De gemeente heeft de juiste samenwerkingsverbanden en organisatiestructuur om het beleid uit te kunnen uitvoeren. Niettemin zijn er een aantal aandachts- en verbeterpunten:
- De gemeente heeft algemene doelen en uitgangspunten in haar Uitvoeringsbeleid VTH maar deze zijn niet concreet geformuleerd.
- De monitoring en interpretatie van de resultaten van het beleid kan beter.
- De gemeente handelt situationeel en wijkt daarom (redelijkerwijs) soms af van de vastgelegde VTH-prioritering.
- De problematiek op het gebied van toezicht en handhaving is complex. De gemeente dient alert te zijn op de rechtmatigheid, subsidiariteit, proportionaliteit en complexiteit van de situatie bij het inzetten handhavingsinstrumenten.
- De samenwerkingsverbanden dragen bij aan effectief en efficiënt toezicht en handhaving.
- Beperkte capaciteit van boa’s is een knelpunt.
- Er is geen bewijs bekend van ongelijke behandeling bij toezicht en handhaving, maar er zijn wel signalen van mogelijke risico’s op ongelijke behandeling.
- De beleidscyclus wordt consequent toegepast maar de raad staat nog op afstand van de problematiek en heeft behoefte aan meer betrokkenheid door informatie en advies.
Aanbevelingen
Op basis van de conclusies kwam de rekenkamer tot de volgende aanbevelingen aan het college (aanbeveling 6 eveneens aan de raad):
- Zorg voor realistische en concrete doelstellingen en koppel daaraan concrete acties die nodig zijn om de doelstellingen te bereiken. Dit geeft de uitvoering meer houvast in haar dagelijkse werk en de raad meer duidelijkheid in zijn controlerende rol.
- Geef duiding bij data zoals criminaliteitscijfers en de aantallen overtredingen bij controles ten behoeve van de beleidsmatige prioritering, de bijstelling van beleid en de betrokkenheid van de raad (zie ook aanbeveling 6).
- Meet de veiligheidsbeleving (subjectieve veiligheid) periodiek, bijvoorbeeld door een leefbaarheidsonderzoek of een enquête onder de inwoners. Hiervoor moeten ook indicatoren uitgewerkt worden.
- Kijk kritisch naar de binnen de gemeente beschikbare toezicht- en handhavingscapaciteit, aangezien deze weliswaar passend is voor een gemeente met de omvang van Cranendonck, maar (op dit moment) niet aansluit bij de opgave waar Cranendonck zich op het vlak van openbare orde en veiligheid en leefbaarheid mee geconfronteerd ziet.
- Geef op structurele en planmatige wijze invulling aan alle samenwerkingsverbanden. Met het oog op optimale afstemming binnen de ambtelijke organisatie omtrent alles dat met veiligheid, toezicht en handhaving te maken heeft, betekent dit het sturen op één geïntegreerd team Veiligheid, Vergunningen, Toezicht en Handhaving.
- Het is verleidelijk om van alle potentiële, maar ook van alle voorkomende problematiek een prioriteit te maken. Echter, wanneer alles prioriteit is, is eigenlijk niets prioriteit. Voorzie de raad van sturingsinformatie (informatie over objectieve en subjectieve veiligheid met duiding) en neem de raad daarin mee. Ga aan de hand daarvan het gesprek aan over het ambitieniveau, de doelen en prioritering, en de indicatoren die bepalend zijn voor het doelbereik.
Doorwerking
Op 8 mei 2023 schreef het college in de bestuurlijke reactie dat ze aandacht zal besteden aan de conclusies en aanbevelingen bij het opstellen van het eerstvolgende uitvoeringsdocument en het opstellen van het nieuwe VTH-beleidsplan. Ook zal het college zorgen voor een goede afstemming met het Integraal Veiligheidsplan (IVP) en kijken naar de mogelijkheid en relevantie van extra gesprekken met de raad over toezicht en handhaving. Op 10 oktober 2023 sprak de raad in een commissievergadering zijn waardering uit over het rekenkameronderzoek. Ook gaf de raad aan zich te kunnen vinden in conclusies en aanbevelingen. De beoogde eerstvolgende stap was het opstellen van een raadsvoorstel om daarmee het college formeel te verzoeken de aanbevelingen over te nemen.
Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Cranendonck
Onderzoekers: Martijn Mussche en Shauni Drost
Oplevering rapport: juni 2023
Vergelijkbaar onderzoek door Unravelling:
Bouw gemeentehuis Oldambt | 26 oktober 2023
De rekenkamer van Oldambt (hierna: de rekenkamer) heeft – naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad – besloten onderzoek te doen naar de bouw van het gemeentehuis in de gemeente. De rekenkamer heeft Unravelling gevraagd dit onderzoek uit te voeren.
De bouw van een gemeentehuis is een groot project waar veel tijd mee gemoeid is. Voor het grote project stelde de gemeenteraad in 2019 € 25 mln. beschikbaar. De gemeenteraad wilde graag dat de rekenkamer het grote project zou monitoren. Daarop gaf de rekenkamer aan dat dit niet onder haar takenpakket valt. De rekenkamer gaf aan wel onderzoek te kunnen doen naar de grip van de gemeente op de bouw van het gemeentehuis.
De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek was als volgt:
In hoeverre is de organisatie ‘in control’ bij de bouw van het nieuwe gemeentehuis van Oldambt en welke lessen zijn daaromtrent te trekken voor dit project en eventuele andere grote projecten?

Conclusies
Het onderzoek laat zien dat de gemeente enerzijds aandacht heeft voor de kwaliteit van het te realiseren gemeentehuis. De organisatiestructuur zit logisch in elkaar en de gemeente heeft duidelijke keuzes gemaakt ten aanzien van de aankoop van gronden voor de bouw van het gemeentehuis. Ook heeft het college de raad goed meegenomen in de bouw van het gemeentehuis. Het college heeft de raad daarover op verschillende momenten geïnformeerd.
Anderzijds komt uit het onderzoek naar voren dat de gemeente niet in control is; dat wil zeggen dat het de gemeente niet lukt om de bouw van het gemeentehuis binnen de daarvoor gestelde kaders van tijd en geld te realiseren. De belangrijkste risicofactor is de afhankelijkheid van de HEMA voor de bouw van het gemeentehuis. Ook heeft de gemeente onvoldoende oog voor de financiële gevolgen van een langere doorlooptijd en beschikt de gemeente niet over actuele projectplannen. Tot slot heeft zijn er bestuurlijk te weinig kritische tegengeluiden geweest over de verwevenheid van de bouw van het gemeentehuis met de plannen van de HEMA.
Aanbevelingen
In het rapport doet de rekenkamer vijf aanbevelingen aan raad en college om de grip op grote projecten (in de toekomst) te verbeteren:
- Minimaliseer de afhankelijkheid van partners in een groot project (in dit geval HEMA). Leg de uitgangspunten en randvoorwaarden daarover op voorhand (schriftelijk) vast;
- Zorg voor (meer) borging van kritische tegengeluiden, bijvoorbeeld door het expliciet vastleggen van voor- en nadelen;
- Zorg voor een periodieke (bijvoorbeeld halfjaarlijkse) actualisatie van de risicoanalyse en de beheersmaatregelen en monitor de voortgang van deze beheersmaatregelen;
- Vergroot de focus op doorlooptijd. Een actuele en voldoende gedetailleerde projectplanning (inclusief mijlpalenplan) is daarbij cruciaal. Bespreek in elke stuurgroepvergadering de effecten van (onvoorziene) omstandigheden en ontwikkelingen op het tijdpad en stuur actief op het realiseren van het beoogde tijdpad;
- Het is van belang dat de raad op van tevoren afgesproken tijden en volgens door de raad gewenste wijze het college kan bevragen over de voortgang, de mogelijke risico’s en de onderhandse wijzigingen. Laat de raad deze werkwijze vormgeven en vastleggen.
Doorwerking
Op donderdag 28 september heeft Unravelling de bevindingen gepresenteerd tijdens een door de rekenkamer georganiseerde sessie voor raadsleden. Tijdens deze sessie heeft de rekenkamer de conclusies en aanbevelingen toegelicht en het rapport aan de gemeenteraad overhandigd. De raad besluit op een nader te bepalen moment of hij de conclusies en aanbevelingen overneemt.
Opdrachtgever: Rekenkamer Oldambt
Onderzoekers: Martijn Mussche en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: 18 augustus 2023
Doorwerkingsonderzoek Den Helder | 12 oktober 2023
De rekenkamer Den Helder (hierna: de rekenkamer) wilde weten in hoeverre de aanbevelingen van vier door haar opgeleverde rekenkamerproducten zijn opgepakt. Daartoe heeft de rekenkamer Unravelling gevraagd een zogeheten ‘doorwerkingsonderzoek’ uit te voeren.
Een doorwerkingsonderzoek houdt in dat wordt onderzocht in hoeverre de aanbevelingen die de rekenkamer in haar rapporten heeft gedaan aan de gemeenteraad en het college ook zijn opgevolgd. Het periodiek (laten) uitvoeren van een doorwerkingsonderzoek is belangrijk voor een rekenkamer. Niet alleen geeft het zicht in de doorwerking van de rekenkameronderzoeken, maar met de uitkomsten kan de rekenkamer ook haar eigen effectiviteit verbeteren.
De centrale onderzoeksvraag van het doorwerkingsonderzoek was als volgt:
In hoeverre en op welke wijze zijn de door de gemeenteraad overgenomen aanbevelingen uitgevoerd, en wat is de doorwerking van de rekenkamerrapporten in de gemeentelijke organisatie?

Belangrijkste conclusies
De onderzochte rapporten hadden uiteenlopende thema’s: de transformatie in de jeugdzorg, toezicht en handhaving, financiële risico’s van GGD Hollands Noorden en het armoedebeleid en de schuldhulpverlening. Ook is in het onderzoek gekeken naar de opvolging van de aanbevelingen die zijn gedaan in het eerdere doorwerkingsonderzoek van de rekenkamer uit 2019.
Uit het onderzoek komt naar voren dat 33% van de aanbevelingen in de vier rapporten volledig zijn opgevolgd door de raad en het college. Een kwart van de aanbevelingen is niet opgevolgd en de rest van de aanbevelingen is deels opgevolgd. Verder blijkt uit het onderzoek dat de rapporten van de rekenkamer over het algemeen niet hebben geleid tot (grote) aanpassingen in het beleid en de uitvoering. In die zin is de doorwerking van de rapporten beperkt. Ook zijn de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek slechts deels opgevolgd.
Wel leidden de rekenkamerrapporten regelmatig tot inzichten en inspiratie bij het college en de gemeente. Een voorbeeld hiervan is het rapport over het armoedebeleid; dit rapport hielp het college om de doelstellingen en bijbehorende indicatoren in het beleid scherp te stellen.
Aanbevelingen
Op basis van bovenstaande bevindingen is Unravelling samen met rekenkamer Den Helder tot de volgende aanbevelingen gekomen:
Aanbeveling 1: Pak een stevigere rol op in de opvolging van aanbevelingen (college).
Aanbeveling 2: Maak onderling afspraken over hoe (vaak) het college de raad informeert over
de opvolging van aanbevelingen (raad en college).
Aanbeveling 3: Richt een systeem in om de aan u gerichte aanbevelingen te monitoren en
periodiek (bijvoorbeeld halfjaarlijks) op de raadsagenda terug te laten keren (raad).
Aanbeveling 4: Volg de aanbevelingen uit het eerdere doorwerkingsonderzoek op (raad en college).
Doorwerking
Op maandag 4 september 2023 heeft Unravelling de bevindingen uit het rapport gepresenteerd in de raadscommissie Maatschappelijke Ontwikkeling. Tijdens de gemeenteraad van maandag 18 september besloot de raad de conclusies en aanbevelingen uit het rapport over te nemen.
Opdrachtgever: Rekenkamer Den Helder
Onderzoekers: Miriam Dorigo en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: 15 juni 2023
Sociale Monitor Ede | 21 september 2023
In opdracht van de gemeente Ede hebben we de Sociale Monitor Ede doorontwikkeld. De gemeente geeft dit document al sinds 2015 uit. Met de Sociale Monitor krijgt de gemeenteraad inzicht in hoe het ervoor staat binnen de gemeente op de thema’s van het sociaal domein (Wmo, jeugd en participatie). De gemeente Ede heeft de afgelopen tijd gewerkt aan de ontwikkeling van integraal werken langs de thema’s gezondheid en bestaanszekerheid. Deze ontwikkelingen en inzichten moesten landen in de Sociale Monitor, waarvoor Unravelling een nieuwe inhoud heeft ontwikkeld met bijpassende vormgeving. Een van de onderzoekers van Unravelling heeft dit gedaan vanuit een rol als gedetacheerd onderzoeker binnen het team Kenniscentrum van de gemeente.

Aanleiding
De gemeente Ede heeft de afgelopen tijd gewerkt aan de ontwikkeling van integraal werken langs de thema’s gezondheid en bestaanszekerheid. De gemeente benadrukt dat de thema’s verweven zijn. Een voorbeeld; wanneer een inwoner langdurig weinig geld heeft, kan dit stress opleveren. Chronische stress heeft consequenties voor de fysieke gezondheid en voor het vermogen om (financieel) gezonde keuzes te maken. Vooruitdenken en plannen worden moeilijker, en dit zorgt ervoor dat het voor de betreffende inwoner moeilijker wordt een baan te vinden en te behouden. Daardoor kan deze inwoner moeilijk voldoende inkomen verwerven, hetgeen bijdraagt aan stress.
De gemeente heeft de visie dat het belangrijk is om gezondheid en bestaanszekerheid in samenhang te zien; integraal werken levert meer op dan het werken en denken vanuit de klassieke sociale domeinen.
Proces
De gemeente was nog bezig met het ontwikkelen van een visie op de thema’s bestaanszekerheid en gezondheid en de uitvoering die hierbij aansluit. Dit proces is nog steeds gaande. Omdat deze visie in de Sociale Monitor moest worden toegelicht, heeft Unravelling de teams van beleidsmedewerkers die werken aan bestaanszekerheid en gezondheid een aantal structurerende vragen gesteld. Vragen waren bijvoorbeeld: wat verstaan we onder de begrippen bestaanszekerheid en gezondheid, wat zijn de doelen van de gemeente Ede op dit thema, hoe gaat het met de inwoners op dit thema en zien we hier ontwikkelingen en hoe wordt hieraan gewerkt door de gemeente? Het stellen van deze vragen was waardevol omdat er nog niet overal pasklare antwoorden lagen. Doordat we gesprekken organiseerden rondom deze vragen, zette de organisatie stappen in het proces om een gemeenschappelijke, gedragen en scherpe visie op deze thema’s te ontwikkelen.
Resultaat
Het waardevolle van de Sociale Monitor is dat hierin de stand van zaken in de gemeente staat beschreven. In de Sociale Monitor gaat het om de vraag: waar en met wie gaat het goed, waar en met wie minder? Dit wordt vervolgens gekoppeld aan de monitoring van de uitvoering. Raadsleden krijgen daardoor inzicht in de uitdagingen waar de gemeente voor staat en kunnen direct zien hoe de gemeente daarop inspeelt. Zo heeft de gemeente een aantal buurten waar de problematiek zich opstapelt – denk aan relatief veel inwoners met problemen met de mentale en fysieke gezondheid, weinig mensen met een baan en indicatoren dat de leefbaarheid in de buurt onder druk staat. Gemeente Ede werkt buurtgericht en daarom biedt dergelijke informatie aanknopingspunten om in de buurten waar het minder goed gaat de juiste inzet te plegen.
Bovendien beschrijft de Sociale Monitor hoe de nieuwe visie op de thema’s bestaanszekerheid en gezondheid bijdraagt aan de gemeentelijke uitvoering van beleid. In veel gemeenten wordt beleid geschetst in een vierjaarlijks statisch document dat daarna als enige referentie geldt. Er zijn echter continu maatschappelijke en economische ontwikkelingen en het college en het ambtelijke apparaat zitten niet stil. Zij gebruiken voortdurend nieuwe inzichten om beleid en uitvoering te verbeteren en aan te scherpen. Door de jaarlijkse Sociale Monitor krijgt de raad deze ontwikkelingen goed mee.
Het college heeft positief gereageerd op de Sociale Monitor en heeft de ambitie deze landelijk te delen. Op donderdag 21 september is de Sociale Monitor gepresenteerd aan de gemeenteraad. De Sociale Monitor is hieronder te raadplegen.
Opdrachtgever: Gemeente Ede
Onderzoeker: Miriam Dorigo
Oplevering: 4 september 2023
