Berichten getagd ‘Rekenkamer’

Besluitvorming Hart van Laren | 27 mei 2020

De Rekenkamer van Blaricum, Eemnes en Laren (BEL) besloot in 2018 onderzoek te doen naar de besluitvorming en de informatiepositie van de raad rondom het beheer en exploitatie van Hart van Laren; een door de gemeente in het leven geroepen beheerstichting om een aantal gemeenschapsaccomodaties te beheren.

Hart van Laren is een samenwerking tussen de gemeente, de Parochie en de Bibliotheek om cultuur- en welzijnsorganisaties een plek te bieden in de gebouwen Brinkhuis en Schering & Inslag onder beheer van één stichting. In 2009 stelde de raad de visiedocumenten voor het project Hart van Laren vast, een huisvestingsplan en het beschikbare krediet van €1,7 mln. voor exploitatie in de komende 20 jaar. Hierna gingen de betrokken partijen aan de slag met de invulling van deze contouren en werd in 2012 de beheerstichting Hart van Laren in het leven geroepen. In de daaropvolgende jaren werd duidelijk dat de exploitatieresultaten achterbleven bij de verwachting en dat het krediet ontoereikend was voor het beheren van de gebouwen voor de komende 20 jaar. Discussies en onduidelijke afspraken tussen de beheerstichting, de gemeente en de Parochie – over onder meer de demarcatie van taken en verantwoordelijkheden – waren hierin complicerende factoren.

Op basis van het onderzoek formuleerde de Rekenkamer conclusies en aanbevelingen aan zowel de raad als het college. Deze gingen onder andere over het verduidelijken dan wel afronden van de benodigde overeenkomsten, zoals het subsidieproces en afspraken omtrent de exploitatie. Tevens raadt de Rekenkamer aan om een open debat te voeren over de kosten van Hart van Laren en de gemeentelijke bijdrage in de toekomst, want het verleden leert dat gemeenschapsaccomodaties zelden zonder een gemeentelijke bijdrage kunnen.

Doorwerking

Op 20 mei 2020 besprak de commissie Maatschappij & Financiën het rapport van de Rekenkamer en de bijbehorende bestuurlijke reactie. In de raadsvergadering van 27 mei 2020 gaf de portefeuillehouder aan dat het subsidieproces in beginsel stond, maar nog wel verder ingeregeld moest worden. Ook zegde ze toe met de raad in gesprek te gaan over een nieuwe visie voor Hart van Laren. De raad van Laren nam alle aanbevelingen van de Rekenkamer over.


Opdrachtgever: Rekenkamer Blaricum, Eemnes en Laren
Onderzoekers: Martijn Mussche en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: oktober 2019

Op naar een onafhankelijke rekenkamer | 23 okt 2019

Adviserend lidmaatschap raadsleden geschrapt

Er is al langere tijd een – soms hoogoplopende – discussie over de wenselijkheid van raadsleden in een rekenkamercommissie. De NVRR kwam er niet uit en schetste omfloers de contouren van een compromis: wel raadsleden in de rekenkamer, maar niet te veel en niet op de voorzittersstoel. De minister koos in eerste instantie ook voor een compromis. In het wetsvoorstel voor de Wet versterking decentrale rekenkamers uit 2018 was er nog sprake van de mogelijkheid van een adviserend lidmaatschap van raadsleden bij de rekenkamer. Dit zou een passende wijze zijn om aan een zinvolle betrokkenheid van de raad vorm te geven. De Algemene Rekenkamer, maar ook de Randstedelijke Rekenkamer en de G4-rekenkamers toonden zich al eerder kritisch over dit adviserend lidmaatschap. De Afdeling advisering van de Raad van State adviseerde de minister recent (september 2019) om de keuze voor het adviserend lidmaatschap van raadsleden nader te motiveren, aangezien er ook andere manieren zijn om de betrokkenheid van de gemeenteraad te waarborgen. De Afdeling vroeg ook aandacht voor de wettelijke afbakening van het adviserend lidmaatschap. Naar aanleiding van de opmerkingen van de Afdeling heeft de minister de mogelijkheid om raadsleden als adviseur toe te voegen aan de rekenkamer nu heroverwogen en naar eigen zeggen “geschrapt uit het wetsvoorstel”. Raadsleden kunnen dus geen lid zijn van een rekenkamer. Wellicht is er niet zozeer sprake van schrappen, maar is het zo dat de minister ervoor kiest vast te houden aan het bewezen model van de rekenkamer zoals deze nu ook al in de Gemeentewet staat. Hierbij is de onafhankelijkheid van de rekenkamer geborgd door artikel 81f dat voorschrijft dat een lid van de rekenkamer niet tegelijk raadslid (of burgemeester, wethouder of ambtenaar) van de betrokken gemeente kan zijn.

Op weg naar onafhankelijke rekenkamers

Het nieuwe wetsvoorstel repareert enkele weeffouten die door het politiek-bestuurlijke spel in de wet zijn geslopen. De minister kiest nu voor een klare lijn. Het vage concept rekenkamerfunctie verdwijnt en daarmee verdwijnt ook de rekenkamercommissie. Is het dan zo dat de gemengde rekenkamercommissies niet onafhankelijk opereerden? Nee, in onze ervaring werken de gemengde rekenkamercommissies bijna altijd naar behoren. Politiek-bestuurlijke sturing behoort tot de uitzonderingen. En als het zich voordoet, dan grijpt de voorzitter in. Ook als de voorzitter tevens raadslid is. Maar het blijft ongemakkelijk, omdat de rekenkamercommissie soms ook iets vindt van het functioneren van de raad. Ook zorgt het model van raadsleden in de rekenkamercommissie soms voor ‘gedoe’. Mogen de raadsleden in de rekenkamercommissie de verslagen van gesprekken met ambtenaren of wethouders inzien? Als de voorzitter van de rekenkamercommissie tevens fractievoorzitter is, wie voert dan het debat over het rekenkamerrapport in de raadszaal?

De Raad voor het Openbaar Bestuur gaf in dit kader aan te hechten aan het beginsel van ‘vorm volgt functie’. De Raad ziet de vorm dus als een afgeleide van de functie: in welke vorm decentrale rekenkamers zijn gegoten is niet allesbepalend voor het functioneren ervan. Op zich is dat juist. Ook een rekenkamercommissie met raadsleden kan onafhankelijk opereren. Maar als de functie van een rekenkamer is om onafhankelijk toezicht te houden, onder andere op het functioneren van de gemeenteraad, volgt daar dan niet logischerwijs uit dat de inrichting van de rekenkamer die onafhankelijkheid moet ondersteunen (en dus geen vragen moet oproepen)? Zoals het er nu naar uitziet gaat de nieuwe wet zorgen voor een betere borging van de onafhankelijkheid van de rekenkamer. Dat is een goede zaak.

Wetsvoorstel ‘versterking decentrale rekenkamers’ | 5 dec 2018

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) schaft de rekenkamerfunctie voor gemeenten af. Met het wetsvoorstel ‘versterking decentrale rekenkamers’ verdwijnt de keuzemogelijkheid voor gemeenten om zelf regels voor de rekenkamerfunctie te stellen, waardoor iedere gemeente een onafhankelijke rekenkamer moet instellen.

Lees meer