Berichten getagd ‘Gemeenteraad’

Rekenkameronderzoek subsidiebeleid Zaltbommel | Maart 2026

De rekenkamer van Zaltbommel heeft in 2025 Unravelling Onderzoek & Advies opdracht gegeven onderzoek te doen naar het subsidiebeleid van de gemeente Zaltbommel. Aanleidingen waren signalen vanuit de gemeenteraad en gesprekken met fracties over de werking, transparantie en effectiviteit van het subsidiestelsel. Centrale onderzoeksvragen betroffen de mate waarin subsidies bijdragen aan beleidsdoelen, de doelmatigheid van de middelenbesteding en het functioneren van het beleid in de uitvoering. Het onderzoek was gericht op subsidies in verschillende domeinen, waaronder het sociaal domein, cultuur en sport. Daarbij is gekeken naar de samenhang tussen beleid en subsidieregelingen, de wijze van sturing en verantwoording, en de ervaringen van zowel de gemeente als subsidieontvangers.

Methode

De bevindingen zijn gebaseerd op documentstudie van beleidsdocumenten, subsidieregelingen, -aanvragen, -verantwoordingen, -beschikkingen en evaluaties. Daarnaast zijn interviews gehouden met beleidsmedewerkers, accounthouders, bestuurders en subsidieontvangers, en is een interactieve raadsessie georganiseerd om input van de gemeenteraad op te halen. Het casusonderzoek richtte zich op verschillende regelingen, waaronder de Sociale Basis, cultuur, dorpshuizen en inwonersinitiatieven.

Beleid en samenhang

Het subsidiebeleid van de gemeente Zaltbommel is gebaseerd op een activiteitgerichte aanpak, waarbij activiteiten (output) worden ingezet om bredere doelstellingen (outcome) te realiseren. In de praktijk ontbreekt echter een expliciete beleidsmatige onderbouwing voor een groot deel van de subsidieregelingen. Voor domeinen als sport en cultuur zijn geen heldere beleidskaders of toetsbare doelstellingen geformuleerd, waardoor onduidelijk blijft welke resultaten de gemeente precies wil bereiken en hoe subsidies daaraan bijdragen. Dit bemoeilijkt gerichte sturing.

Uitvoering en sturing

De uitvoering kenmerkt zich door een sterke nadruk op relaties en samenwerking tussen gemeente en subsidieontvangers. Bij grotere subsidies vindt sturing plaats via accounthouders en prestatieafspraken, waarbij in gesprekken wordt afgestemd op doelen en activiteiten. Formele, expliciete beoordelingscriteria ontbreken echter vaak of zijn gefragmenteerd opgenomen in verschillende documenten. Dit leidt tot inconsistente beoordelingen en beperkte transparantie voor aanvragers. Kleinere organisaties ervaren het aanvraagproces als complex en weinig inzichtelijk. Bovendien vormt de late toekenning van subsidies een structureel knelpunt dat de continuïteit van activiteiten ondermijnt.

Transparantie en toegankelijkheid

Het subsidiebeleid bestaat uit een reeks afzonderlijke regelingen zonder een verbindend overkoepelend kader. Dit gebrek aan samenhang bemoeilijkt het totaaloverzicht, zowel voor de gemeente zelf als voor aanvragers. Nieuwe initiatieven en innovatieve aanbieders vinden daardoor moeilijk hun weg naar het bestaande systeem. Verder worden incidentele subsidies niet systematisch geregistreerd en soms herhaaldelijk verstrekt zonder afdoende beleidsmatige grondslag. Dit beperkt de financiële transparantie en maakt het lastig het totale subsidiegebruik adequaat te overzien.

Doeltreffendheid en doelmatigheid

Subsidies dragen in veel gevallen aantoonbaar bij aan de realisatie van activiteiten en maatschappelijke initiatieven. Inzicht in de daadwerkelijke effecten op outcome-niveau ontbreekt echter. Verantwoording is overwegend outputgericht (gericht op aantallen en beschrijvingen van activiteiten) en biedt onvoldoende grondslag voor een oordeel over het maatschappelijk rendement. De verhouding tussen ingezette middelen en behaalde resultaten is niet systematisch inzichtelijk, waardoor het moeilijk vast te stellen is in hoeverre subsidies daadwerkelijk bijdragen aan de beoogde beleidsdoelen. Het subsidiebudget is weinig flexibel: continuering van bestaande subsidies is de norm, terwijl toetreding van nieuwe initiatieven ingewikkeld is. Dit zet druk op de beschikbare middelen en staat vernieuwing in de weg.

Rol van de gemeenteraad

De gemeenteraad vervult een kaderstellende rol in het subsidiebeleid, maar beschikt in de praktijk over ontoereikende stuurinformatie om die rol adequaat in te vullen. Informatievoorziening aan de raad is voornamelijk incidenteel van aard en sluit niet aan op de informatiebehoefte. Raadsleden geven aan behoefte te hebben aan meer inzicht in de effecten van subsidies en aan periodieke rapportages die hen beter in staat stellen hun kaderstellende en controlerende rol te vervullen.

Conclusies en aanbevelingen

De rekenkamer concludeert dat de gemeente Zaltbommel subsidies breed inzet om maatschappelijke doelen te ondersteunen en daarbij kan rekenen op betrokken uitvoerders en samenwerkingspartners. Het subsidiebeleid biedt echter onvoldoende houvast voor gerichte sturing, transparantie en verantwoording. Het ontbreken van duidelijke, meetbare doelstellingen en een overkoepelend beleidskader maakt beoordeling van doeltreffendheid en doelmatigheid structureel lastig en belemmert tijdige bijsturing.

Unravelling beveelt aan het subsidiebeleid langs vier lijnen te versterken: de ontwikkeling van een overkoepelend kader dat de afzonderlijke regelingen verbindt; het vergroten van transparantie over zowel structurele als incidentele subsidieverstrekking; het formuleren van concrete en toetsbare doelstellingen per domein en het verbeteren van monitoring en resultaatgerichte rapportage. Aanvullend dient de toegankelijkheid voor nieuwe initiatieven te worden vergroot en de informatievoorziening aan de gemeenteraad structureel te worden versterkt, zodat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol effectiever kan vervullen.

Opdrachtgever: Rekenkamer Zaltbommel
Onderzoekers: Marion Mulaji en Miriam Dorigo
Oplevering rapport: september 2025

Lees hier het rapport: Rapport subsidiebeleid Zaltbommel

Rekenkameronderzoek MFC It Spektrum | Maart 2026

In het dorp Burdaard, behorend bij de gemeente Noardeast-Fryslân, staat een groot en modern gebouw: MFC It Spektrum. Het gebouw werd in 2009 gebouwd voor de stichting Multifunctioneel Centrum Burdaard. Er waren hoge ambities voor het gebouw, wat zich vertaalde in een ontwerp met onder meer een ruimte voor een huisarts en een apotheek, meerdere vergaderzalen, een sportzaal, ruimtes voor sportverenigingen, een theater en uiteindelijk ook een zwembad. Deze ambities sloten echter niet aan bij de wensen van het dorp. Er ontstonden financiële en bestuurlijke problemen rondom het gebouw. In de periode 2022-2024 volgde een zoektocht van het college naar oplossingen voor de problemen die waren ontstaan. Het college heeft de gemeenschap uit Burdaard-Jislum e.o. (mienskip) op meerdere manieren betrokken in het besluitvormingsproces. Ook stelde het college de Projectgroep Behoud Basisvoorzieningen Burdaard-Jislum e.o. in om een oplossingsrichting te ontwikkelen. Het college en de raad wezen in oktober 2024 de door de projectgroep geadviseerde oplossingsrichting af. Dit leidde tot ontevredenheid in de projectgroep en in de mienskip.

Unravelling deed in 2025 in opdracht van de Rekenkamer van de gemeente Noardeast-Fryslân onderzoek naar de aanpak van het college. Hierbij stond de volgende vraag centraal:

Hoe heeft het college de zoektocht naar een oplossing voor de problemen rond MFC It Spektrum in Burdaard in de periode 2022-2024 opgepakt en uitgewerkt?

Dit onderzoek geeft inzicht in de feiten en omstandigheden rond dit proces. Het doel is om te identificeren wat er goed ging en wat er beter kon, met het oog op toekomstige trajecten waarin de betrokkenheid van de mienskip van belang is. De rekenkamer heeft haar eigen conclusies en aanbevelingen opgesteld.

Methode

De onderzoekers voerden het onderzoek uit door middel van een documentanalyse en het afnemen van interviews.

De documentanalyse bevatte circa 320 documenten. Het betrof openbare documenten uit het raadsinformatiesysteem, maar ook niet openbare documenten zoals notulen van de klankbordgroep, de projectgroep Behoud Basisvoorzieningen Burdaard-Jislum e.o. en de ambtelijke interne overlegstructuur van de gemeente. Daarnaast zijn er interviews afgenomen met sleutelfiguren, waaronder het Bestuur MFC It Spektrum, de Vertegenwoordiger vrijwilligers en raadsleden.

Bevindingen

De feiten en omstandigheden rond het MFC werden aan de hand van de concepten ‘bovenstroom’ en ‘onderstroom’ uiteengezet. De bovenstroom omvat de formele processen, rollen en besluitvorming zoals deze zijn vastgelegd in afspraken, kaders en beleidsstukken. De onderstroom gaat in op de emotionele en relationele dynamiek tussen de betrokken partijen. Juist hier kwamen spanningen, misverstanden en teleurstellingen naar voren.

Bovenstroom

De gemeenteraad formuleerde begin 2023 enkele globale voorwaarden voor het MFC (behoud van basisvoorzieningen, beheersbare exploitatie, draagvlak en bereidheid tot keuzes). Deze werden als richtinggevend kader gezien, maar waren inhoudelijk en financieel niet scherp uitgewerkt en werden bovendien niet vastgelegd in een formeel raadsbesluit.

In maart 2023 werd een projectgroep ingesteld door het college, het bestuur van de stichting en de klankboordgroep om gedeeltelijke sloop te verkennen. De projectgroepverschoof gaandeweg naar het scenario van volledige sloop en kleinschalige nieuwbouw, met instemming van de wethouder. De raad werd hierover wel per brief geïnformeerd, maar door verzending in de zomervakantie kreeg dit weinig aandacht, waardoor het oorspronkelijke raadskader feitelijk verschoof zonder formele heroverweging.

Daarnaast speelde er de kwestie dat de vorige projectleider meerdere rollen vervulde, namelijk van adviseur voor de stichting, facilitator van de projectgroep én opsteller van het raadsvoorstel. Dit zorgde voor frictie en wantrouwen.

Ten slotte adviseerde de projectgroep in maart 2024 om het MFC volledig te slopen en kleinschalig nieuw te bouwen. Dit voorstel bleek financieel onvoldoende onderbouwd doordat kapitaallasten niet waren meegenomen en de afdeling Financiën nauwelijks betrokken was. Hierdoor steeg de raming van €4,6 naar €6,7 miljoen, wat leidde tot het intrekken van het raadsvoorstel en het beëindigen van de samenwerking met de projectleider.

Onderstroom

De mienskip zag het verlieslatende MFC als een erfenis uit het verleden, maar kreeg vanaf 2022 opnieuw vertrouwen in het proces door de verbindende rol van de projectleider. Binnen de projectgroep werd de verschuiving van gedeeltelijke naar volledige sloop als een logisch resultaat van gezamenlijke analyses gezien. De raad was volgens hen goed geïnformeerd en stelde geen beperkingen. Daardoor verwachtte de projectgroep dat het advies, waarvoor zij ook steun van gemeente en mienskip veronderstelden, in april 2024 in de raad zou worden besproken.

Wethouder Jouta ervoer haar positie als lastig: zij wilde de bestuurlijke controle herstellen, maar zag ook de teleurstelling die dit bij de projectgroep en de mienskip veroorzaakte. De kritische reactie van het college op het advies van maart 2024 leidde tot een vertrouwensbreuk. Tegelijk bleef er verwarring bestaan over rollen en mandaat: de projectgroep voelde zich eerst een gelijkwaardige partner maar kreeg een adviesrol.

De projectgroep ervoer diepe teleurstelling, vooral over de procesgang en communicatie van het college. Het college denkt volgens hen ten onrechte denkt dat de teleurstelling vooral over het afgewezen advies gaat. Hierdoor overwogen meerdere projectgroepleden te stoppen.

Conclusie

MFC It Spektrum vervult een belangrijke functie voor de mienskip, maar door de omvang van het gebouw was een kostendekkende exploitatie niet haalbaar. Tussen 2022 en 2024 bleek hoe lastig het was om bestuurlijke verantwoordelijkheid, participatie en financiële realiteit te combineren: raadskaders waren niet formeel vastgelegd, rollen en bevoegdheden waren onduidelijk en de bestuurlijke regie was beperkt. Toen het college later afstand nam van het participatieproces en een andere oplossingsrichting koos dan die van de projectgroep, leidde dit tot wantrouwen en verlies van draagvlak. Eerder opgebouwd vertrouwen ging grotendeels verloren.

Opdrachtgever: Rekenkamer Noardeast-Fryslân
Onderzoekers: Martijn Mussche en Hannelore Schouwstra
Oplevering rapport: mei 2025

Lees hier het rapport: Rapport MFC It Spektrum

Rekenkameronderzoek armoedebeleid Kampen | Februari 2026

De rekenkamer van Kampen heeft in 2025 Unravelling Onderzoek & Advies opdracht gegeven onderzoek te doen naar het armoedebeleid van de gemeente Kampen. Aanleiding voor het onderzoek was de vraag in hoeverre het beleid doeltreffend en doelmatig is en hoe de doelgroep de uitvoering ervaart. Het onderzoek sluit aan bij recente beleidsontwikkelingen, zoals het Actieprogramma Aanpak Armoede, de Meerjarenstrategie Sociaal Domein 2040 en de in ontwikkeling zijnde Agenda Bestaanszekerheid en Kansen voor Iedereen.

Het onderzoek richtte zich niet alleen op beleidskaders en financiële inzet, maar ook op de uitvoering in de praktijk en de ervaringen van inwoners en uitvoerende partijen. Hierdoor kreeg de rekenkamer inzicht in de werking van het armoedebeleid voor verschillende doelgroepen en in de drempels die daarbij worden ervaren.

Methode

De bevindingen zijn gebaseerd op interviews met medewerkers van de ambtelijke organisatie van de gemeente Kampen en met verschillende organisaties binnen het Kamper armoedenetwerk. In deze gesprekken is ingezoomd op beleidskeuzes, uitvoering, samenwerking en de ervaren knelpunten en kansen in de praktijk. Daarnaast is een wereldcafé georganiseerd waarin raadsleden en vertegenwoordigers uit het armoedenetwerk elkaar ontmoetten en met elkaar in gesprek gingen. Deze bijeenkomst bood ruimte voor uitwisseling van perspectieven, reflectie op de onderzoeksbevindingen en verdieping van het inzicht in de werking van het armoedebeleid vanuit zowel bestuurlijk als uitvoerend perspectief. Tevens zijn gesprekken gevoerd met de doelgroep en is veldwerk verricht tijdens ontmoetingsmomenten van belangrijke organisaties binnen het armoedenetwerk.

Beleid en sturing

Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente Kampen duidelijke bestuurlijke inzet en beleidsmatige voortgang laat zien op het terrein van armoedebestrijding. De afgelopen jaren zijn stappen gezet richting vereenvoudiging en verruiming van regelingen, zoals de Meedoenbon en de individuele inkomenstoeslag. Tegelijkertijd is geconstateerd dat concrete, meetbare beleidsdoelen grotendeels ontbreken. Hierdoor is het lastig om systematisch te sturen op resultaten en om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid adequaat  te monitoren en te verantwoorden.

Drempels en kansen

Hoewel de gemeente beschikt over een passende set regelingen, maken niet alle inwoners die daarvoor in aanmerking komen hier gebruik van. Het bereik verschilt per voorziening en per doelgroep. Met name zzp’ers, werkenden met een laag inkomen, flexwerkers en inwoners met een migratieachtergrond blijken lastiger te bereiken.

Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen blijkt dat factoren als schaamte, stress, wantrouwen jegens de overheid en administratieve complexiteit een belangrijke rol spelen bij het niet gebruiken van beschikbare regelingen. Digitalisering en vereenvoudiging van voorzieningen bieden wel kansen om bestaande drempels weg te nemen, maar sluiten nog niet altijd aan bij de leefwereld van kwetsbare inwoners.

Samen sterker in de uitvoering

De uitvoering van het armoedebeleid kenmerkt zich door de betrokkenheid en inzet van professionals en door een sterk Kamper armoedenetwerk, waarbinnen maatschappelijke organisaties een cruciale rol spelen bij het bereiken en ondersteunen van inwoners; ook voor inwoners voor wie de weg naar de overheid minder vanzelfsprekend is. De samenwerking binnen dit netwerk is waardevol en laagdrempelig, maar ook kwetsbaar door het informele karakter en het ontbreken van structurele regie.

Het onderzoek toont aan dat de gemeentelijke armoederegisseur beleid, uitvoering en inwoners met elkaar verbindt en daarvoor positief wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de regierol van de gemeente als geheel organisatorisch nog steviger kan worden geborgd, om de samenwerking minder afhankelijk te maken van personen en hun netwerk, en beter te verankeren in de organisatie.

Doeltreffendheid en doelmatigheid

Het onderzoek laat zien dat de gemeente Kampen beschikt over een breed palet aan regelingen om inwoners met een laag inkomen of schulden te ondersteunen. Het blijkt dat het bereik van deze regelingen verschilt en dat een deel van de doelgroep geen gebruikmaakt van het beschikbare aanbod. Daardoor is het lastig om vast te stellen in hoeverre de beleidsdoelen daadwerkelijk worden gerealiseerd. Voor inwoners die wél worden bereikt, is de financiële ondersteuning vaak substantieel en kan deze bijdragen aan het verminderen van financiële stress. De doelmatigheid van de ondersteuning is daarmee aannemelijk voor deze groep. Het onderzoek laat echter ook zien dat de gemeente nog beperkt zicht heeft op de resultaten en effecten van het beleid, met name binnen de schuldhulpverlening. Het ontbreken van structurele informatie over bereik, voortgang en effecten maakt het moeilijk om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het armoedebeleid als geheel goed te beoordelen en waar nodig gericht bij te sturen.

Conclusie en aanbevelingen

Op basis van het onderzoek concludeert de rekenkamer dat de gemeente Kampen duidelijke bestuurlijke inzet toont op het terrein van armoedebestrijding en beschikt over een betrokken uitvoering en een waardevol armoedenetwerk. Tegelijkertijd blijkt dat het armoedebeleid nog onvoldoende houvast biedt voor gerichte sturing en verantwoording. Het ontbreken van concreet geformuleerde, meetbare doelen maakt het lastig om systematisch te volgen in hoeverre het beleid de beoogde effecten bereikt en om tijdig bij te sturen.

Unravelling beveelt daarom aan om het armoedebeleid te versterken met duidelijke, meetbare doelstellingen en periodieke rapportages over bereik en effecten. Daarnaast is het van belang om meer zicht te krijgen op welke doelgroepen worden bereikt en welke groepen buiten beeld blijven, zodat communicatie en toeleiding hier beter op kunnen worden afgestemd. Ook wordt aanbevolen om mensgericht en stress-sensitief werken steviger te verankeren in de uitvoering en om de regierol van de gemeente binnen het armoedenetwerk structureel te borgen. Tot slot vraagt de inrichting van de schuldhulpverlening om herijking, zodat de gemeente beter kan sturen op samenwerking, kwaliteit en resultaten.

Opdrachtgever: Rekenkamer Kampen
Onderzoekers: Annika Hofman, Linde Zwijnenburg, en Marion Mulaji, Martijn Mussche, Miriam Dorigo en Pita Klaassen
Oplevering rapport: september 2025

Lees hier het rapport: Rapport Armoedebeleid Kampen

Vertrouwen in de lokale democratie in Noordenveld | Februari 2026

In opdracht van de rekenkamer van de gemeente Noordenveld heeft Unravelling onderzoek uitgevoerd naar de actuele mate en de beleving van vertrouwen tussen de gemeente Noordenveld en haar inwoners.

De hoofdvraag van het onderzoek was:

Hoe is het gesteld met de (beleving van de) wederzijdse vertrouwensrelatie tussen de gemeente Noordenveld en haar ingezetenen?

Achtergrond

Hoewel Nederlanders over het algemeen tevreden zijn over het functioneren van de democratie, verschilt het vertrouwen in de politiek sterk tussen groepen inwoners. Op lokale schaal kan een afnemend vertrouwen grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld doordat inwoners zich niet gehoord voelen of afhaken. Voor de rekenkamer van Noordenveld was dit aanleiding om onderzoek te laten doen naar hoe inwoners de lokale democratie ervaren en hoe zij de relatie met het gemeentebestuur beoordelen.

Methode

Het onderzoek is uitgevoerd via deskresearch, een inwonersenquête, interviews met de ambtelijke organisatie, het college en de raad, en twee wereldcafés met inwoners. Een wereldcafé is een interactieve gespreksvorm waarin deelnemers in kleine groepen met elkaar in gesprek gaan over vooraf vastgestelde thema’s. In een open setting wisselen deelnemers ervaringen, perspectieven en ideeën uit en rouleren zij langs verschillende gesprekstafels. Deze aanpak maakt het mogelijk om op een toegankelijke manier uiteenlopende opvattingen en belevingen op te halen en met elkaar te verbinden.

De opbrengsten van de wereldcafés boden verdiepend kwalitatief inzicht in hoe inwoners de lokale democratie, participatie en de relatie met de gemeente ervaren.

Bevindingen

Uit het onderzoek blijkt dat de vertrouwensrelatie tussen de gemeente Noordenveld en het grootste deel van de inwoners op hoofdlijnen in orde is. Ongeveer 70% van de inwoners is neutraal tot (zeer) tevreden over de manier waarop de lokale democratie functioneert. In Noordenveld is de betrokkenheid bij de eigen leefomgeving relatief groot en ligt de opkomst bij verkiezingen hoger dan het landelijk gemiddelde.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat de vertrouwensrelatie met een aanzienlijk deel van de inwoners onder druk staat. Circa een derde van de inwoners is (zeer) ontevreden over het functioneren van de lokale democratie. Een relatief grote groep inwoners ervaart weinig invloed op besluitvorming, voelt zich onvoldoende vertegenwoordigd en heeft beperkt inzicht in hoe en waarom gemeentelijke besluiten tot stand komen.

Vertrouwen, participatie en communicatie

Veel van de ontevredenheid onder inwoners is terug te voeren op onduidelijkheid over participatieprocessen, ervaren gebrekkig verwachtingsmanagement en communicatie die als niet tijdig, versnipperd of onvoldoende toegankelijk wordt ervaren. Daarnaast leeft bij een deel van de inwoners zorgen over rolzuiverheid, informele contacten en een beeld van een gesloten of defensieve organisatie.

Jongeren, inwoners met minder digitale vaardigheden en inwoners zonder sterk sociaal of maatschappelijk netwerk, worden genoemd als groepen die meer moeite hebben om de gemeente te bereiken en om deel te nemen aan besluitvormingsprocessen.

Doeltreffendheid van het democratisch functioneren

De rekenkamer concludeert dat het vertrouwen in de lokale politiek, het bestuur en de ambtelijke organisatie in Noordenveld niet sterk afwijkt van het landelijke beeld, maar dat de rapportcijfers laag blijven. Volgens de Rekenkamer is het van belang om verschillen tussen groepen inwoners zo klein mogelijk te houden, om draagvlak voor het lokale bestuur te behouden en vervreemding of onverschilligheid te voorkomen.

Doorwerking

Op basis van het onderzoek heeft de rekenkamer aanbevelingen geformuleerd voor het college, de gemeenteraad, de ambtelijke organisatie en inwoners. Deze aanbevelingen richten zich onder meer op het verbeteren van participatie, communicatie, rolzuiverheid en het vergroten van het democratisch bewustzijn onder inwoners.

Opdrachtgever: Rekenkamer Noordenveld
Onderzoekers: Linde Zwijnenburg, Miriam Dorigo en Marion Mulaji
Oplevering rapport: november 2025

Lees hier het rapport: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordenveld&id=40820c25-920c-48fb-b91e-0ee3d22f7f45

Bouw gemeentehuis Oldambt | 26 oktober 2023

De rekenkamer van Oldambt (hierna: de rekenkamer) heeft – naar aanleiding van een motie van de gemeenteraad – besloten onderzoek te doen naar de bouw van het gemeentehuis in de gemeente. De rekenkamer heeft Unravelling gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

De bouw van een gemeentehuis is een groot project waar veel tijd mee gemoeid is. Voor het grote project stelde de gemeenteraad in 2019 € 25 mln. beschikbaar. De gemeenteraad wilde graag dat de rekenkamer het grote project zou monitoren. Daarop gaf de rekenkamer aan dat dit niet onder haar takenpakket valt. De rekenkamer gaf aan wel onderzoek te kunnen doen naar de grip van de gemeente op de bouw van het gemeentehuis.

De centrale onderzoeksvraag van het onderzoek was als volgt:

In hoeverre is de organisatie ‘in control’ bij de bouw van het nieuwe gemeentehuis van Oldambt en welke lessen zijn daaromtrent te trekken voor dit project en eventuele andere grote projecten?

Het huidige pand met de HEMA en de voormalige Kijkshop.

Conclusies

Het onderzoek laat zien dat de gemeente enerzijds aandacht heeft voor de kwaliteit van het te realiseren gemeentehuis. De organisatiestructuur zit logisch in elkaar en de gemeente heeft duidelijke keuzes gemaakt ten aanzien van de aankoop van gronden voor de bouw van het gemeentehuis. Ook heeft het college de raad goed meegenomen in de bouw van het gemeentehuis. Het college heeft de raad daarover op verschillende momenten geïnformeerd.

Anderzijds komt uit het onderzoek naar voren dat de gemeente niet in control is; dat wil zeggen dat het de gemeente niet lukt om de bouw van het gemeentehuis binnen de daarvoor gestelde kaders van tijd en geld te realiseren. De belangrijkste risicofactor is de afhankelijkheid van de HEMA voor de bouw van het gemeentehuis. Ook heeft de gemeente onvoldoende oog voor de financiële gevolgen van een langere doorlooptijd en beschikt de gemeente niet over actuele projectplannen. Tot slot heeft zijn er bestuurlijk te weinig kritische tegengeluiden geweest over de verwevenheid van de bouw van het gemeentehuis met de plannen van de HEMA.

Aanbevelingen

In het rapport doet de rekenkamer vijf aanbevelingen aan raad en college om de grip op grote projecten (in de toekomst) te verbeteren:

  1. Minimaliseer de afhankelijkheid van partners in een groot project (in dit geval HEMA). Leg de uitgangspunten en randvoorwaarden daarover op voorhand (schriftelijk) vast;
  2. Zorg voor (meer) borging van kritische tegengeluiden, bijvoorbeeld door het expliciet vastleggen van voor- en nadelen;
  3. Zorg voor een periodieke (bijvoorbeeld halfjaarlijkse) actualisatie van de risicoanalyse en de beheersmaatregelen en monitor de voortgang van deze beheersmaatregelen;
  4. Vergroot de focus op doorlooptijd. Een actuele en voldoende gedetailleerde projectplanning (inclusief mijlpalenplan) is daarbij cruciaal. Bespreek in elke stuurgroepvergadering de effecten van (onvoorziene) omstandigheden en ontwikkelingen op het tijdpad en stuur actief op het realiseren van het beoogde tijdpad;
  5. Het is van belang dat de raad op van tevoren afgesproken tijden en volgens door de raad gewenste wijze het college kan bevragen over de voortgang, de mogelijke risico’s en de onderhandse wijzigingen. Laat de raad deze werkwijze vormgeven en vastleggen.

Doorwerking

Op donderdag 28 september heeft Unravelling de bevindingen gepresenteerd tijdens een door de rekenkamer georganiseerde sessie voor raadsleden. Tijdens deze sessie heeft de rekenkamer de conclusies en aanbevelingen toegelicht en het rapport aan de gemeenteraad overhandigd. De raad besluit op een nader te bepalen moment of hij de conclusies en aanbevelingen overneemt.


Opdrachtgever: Rekenkamer Oldambt
Onderzoekers: Martijn Mussche en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: 18 augustus 2023

Huisvesting van statushouders | 23 november 2022

De huisvesting van statushouders is een actueel thema waarin gemeenten een belangrijke rol spelen. Gemeenten hebben als taak van het Rijk om statushouders te huisvesten. Dat blijkt vanwege het landelijke woningkort lastig. Wat houdt deze taakstelling in, en wat zijn de resultaten voor wat betreft de huisvesting van statushouders door gemeenten? En wat is de rol van gemeenteraden, en is dit een onderwerp voor rekenkameronderzoek?

 In deze blog van collega Rubin lees je er meer over.

Overzicht woonunits asielcomplex Ter Apel. Bron afbeelding: www.flickr.com

Huisvesting van statushouders

De opvang van asielzoekers is overbelast. In de opvanglocaties van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zitten veel mensen die na een screening door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een verblijfsvergunning hebben gekregen, de zogeheten statushouders. In november 2022 gaat het om ongeveer 17.300 statushouders.

Het is van belang dat deze statushouders zo snel mogelijk doorstromen naar een woning en deel gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Niet alleen omdat statushouders het recht op een woning hebben en om de integratie van statushouders te bevorderen, maar ook omdat de opvangplekken hard nodig zijn voor asielzoekers die (nog) geen verblijfsvergunning hebben gekregen. De opvangcapaciteit van de COA-opvanglocaties staat namelijk onder grote druk: denk bijvoorbeeld aan de tientallen asielzoekers die de afgelopen maanden op stoelen in de wachtruimte van het opvanglocatie in Ter Apel moesten slapen.

Het lange wachten op een woning heeft een grote impact op statushouders. Doordat statushouders lange tijd in de vaak overvolle opvanglocaties verblijven, lopen zij -net als andere vluchtelingen- risico’s op fysieke en geestelijke schade door de slechte omstandigheden op de locaties. Statushouders kunnen kort gezegd niet met hun leven in Nederland beginnen, ondanks dat zij door de IND zijn gescreend en het recht hebben op een woning.

Resultaatsverplichting gemeenten

Gemeenten hebben vanuit de Huisvestingswet 2014, artikel 28 de resultaatsverplichting om statushouders passende woonruimte aan te bieden. Het artikel luidt: ‘Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling.’ Het is daarmee een wettelijk vastgelegde verantwoordelijkheid van gemeenten om voldoende statushouders te huisvesten.

Daarbij is de halfjaarlijkse taakstelling die het Rijk de gemeenten oplegt voor de huisvesting van maatgevend. Concreet heeft het Rijk gemeenten (en provincies) gevraagd om in de eerste helft van 2022 minstens 10.000 statushouders van huisvesting te voorzien, en in tweede helft van 2022 minstens 13.500 statushouders.

Realiseren van de taakstelling

In de eerste helft van 2022 hebben gemeenten de huisvesting voor ongeveer 11.900 statushouders gerealiseerd. Echter, nog steeds had iets meer dan de helft van alle gemeenten (54%) – 187 gemeenten – een achterstand uit voorgaande periodes. Er was op 1 juli 2022 een achterstand van 1.833 statushouders.

De voorlopige resultaten van gemeenten in de tweede helft van 2022 laten zien dat gemeenten ongeveer 7.700 statushouders hebben gehuisvest in de maanden augustus, september en oktober 2022. Dat wil zeggen dat gemeenten -gemiddeld genomen- op koers liggen om 13.500 statushouders te huisvesten in de tweede helft van 2022. Ook hier de kanttekening dat gemeenten nog steeds te maken hebben met achterstanden uit voorgaande periodes.

Huisvesting statushouders: een onderwerp voor rekenkameronderzoek?

Gemeenteraden dienen toe te zien op de uitvoering van de taakstelling door het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad kan vanwege deze controlerende taak worden gezien als een eerste toezichthouder op de realisatie van de huisvesting van statushouders. De actualiteit van het onderwerp en de belangrijke rol die gemeenteraden hierin spelen (of zou moeten spelen), waren reden voor Unravelling om hier een rekenkameronderzoek naar uit te willen voeren. We waren benieuwd naar de rol die de gemeenteraden in gemeenten speelden, en naar mogelijke knelpunten en verbeterpunten.

Om de interesse voor het uitvoeren van dit onderzoek onder rekenkamercommissies te peilen, benaderden we de rekenkamercommissies in Gelderland en Overijssel met een onderzoeksvoorstel. Dit heeft -ondanks dat meerdere rekenkamercommissies het onderwerp interessant en relevant vonden- om meerdere redenen niet geleid tot een concreet uit te voeren rekenkameronderzoek. Genoemde redenen waren bijvoorbeeld dat het onderwerp politiek (te) gevoelig ligt of dat de betreffende gemeente al goed bezig was met het realiseren van huisvesting voor statushouders. Ook hadden enkele rekenkamercommissies al (deels) onderzoek gedaan naar de huisvesting van statushouders, bijvoorbeeld in een onderzoek naar het woonbeleid. Wel zijn er een aantal bevindingen uit ons vooronderzoek gekomen die we hieronder bespreken.

Bevindingen uit vooronderzoek

Een eerste bevinding die volgt uit onze analyse van het realiseren van de taakstelling door gemeenten, is dat de cijfers laten zien dat gemeenten (los van de eerder opgelopen achterstanden) gemiddeld genomen op koers liggen om de taakstelling van eind 2022 te behalen. De verschillen tussen gemeenten zijn aanzienlijk, waarbij sommige gemeenten voorlopen in de realisatie van de taakstelling en andere fors achterblijven.

Een tweede bevinding is dat uit de gesprekken die we hebben gevoerd met rekenkamercommissies het signaal naar voren komt dat gemeenteraden in de praktijk een beperkte sturende rol hebben voor wat betreft het realiseren van de taakstellingen. Een rekenkamercommissie zei bijvoorbeeld over de rol van de gemeenteraad bij het (realiseren van) de taakstellingen: ‘Naar onze mening heeft de gemeentepolitiek wel toezicht, maar heel weinig sturing hierop’.

Een derde bevinding is dat slechts enkele rekenkamers onderzoek hebben gedaan naar dit onderwerp. En in rekenkameronderzoeken naar woonbeleid krijgt de huisvesting van statushouders weinig of geen aandacht.

Tot slot

Door de toenemende instroom van asielzoekers in 2022 en 2023 is het van groot belang dat de uitstroom asielzoekers uit COA-locaties op peil blijft. De taakstelling voor de eerste helft van 2023 wordt dan ook fors hoger: het Rijk verwacht dan van gemeenten dat zij 21.200 statushouders huisvesten, het hoogste aantal sinds 2014. Het blijft daarom een onderwerp waar gemeenten een actieve rol in spelen. Het verdient aanbeveling dat ook gemeenteraden een actieve rol spelen als controleur, en erop toezien dat colleges zich voldoende inzetten om statushouders te (blijven) huisvesten.


Deze blog is geschreven door Rubin ten Broeke. Meer weten over de huisvesting van statushouders en het realiseren van de taakstelling? Neem dan contact op met hem of met Martijn Mussche.

Drie tips voor het interesseren van de raad voor de onderwerpen van rekenkameronderzoek | 14 september 2022

De lokale rekenkamer opereert onafhankelijk van de gemeenteraad en heeft derhalve de vrije hand in het selecteren van zijn onderzoeksonderwerpen. Deze onafhankelijkheid in onderwerpskeuze is een groot goed, maar kan ook leiden tot rapporten en uitkomsten waar niets mee gebeurt. De kans op doorwerking van een onderzoeksrapport wordt namelijk vergroot als niet alleen de rekenkamer, maar ook de raad zich interesseert in het uitgevoerde onderzoek. En het opwekken van deze interesse begint bij het selecteren van de juiste onderzoeksonderwerpen, op het juiste moment.

Maar hoe doet de rekenkamer dit? In deze blog van collega Laura lees je drie tips om als rekenkamer de raad voor je onderzoeksonderwerpen te interesseren.

Bron afbeelding: www.freepik.com

Tip 1: Heb een gedeeld beeld over wat aansprekend onderzoek is

De onderzoeksonderwerpen van de rekenkamer dienen aan te sluiten bij de praktijk, wensen en behoeften van de raad. De uitdaging is om evenwicht te vinden tussen deze aansluiting en de onafhankelijke positie die de rekenkamer bezit. Om een dergelijk evenwicht te vinden, kan het helpen om als rekenkamer met de raad te bespreken wat voor type onderzoek hen aanspreekt en dit mee te nemen bij het selecteren van onderzoeksonderwerpen. Een gedeeld beeld over wat aansprekend onderzoek is – wat in lang niet alle gemeenten bestaat – werkt bevorderend. Uit onderzoek blijkt namelijk dat wanneer rekenkameronderzoeken bij dit beeld aansluiten, deze door de raad als bruikbaar worden ervaren.

Tip 2: Weet wat er bij raadsleden en in de gemeente speelt

Zoals collega Rubin in een eerdere blog schreef, is een goede professionele relatie tussen de rekenkamer en de raad een voorwaarde voor het goed functioneren van de rekenkamer. Deze relatie komt ook van pas bij het selecteren van het onderzoeksonderwerp. Hierbij is het van belang dat de rekenkamer weet wat het gemeentebestuur beweegt, maar dat de rekenkamer tegelijkertijd voldoende distantie behoudt om te kunnen oordelen over het door hen gevoerde beleid. Het woord ‘evenwicht’ komt ook hier weer naar boven. De rekenkamer dient dus betrokken en bekend te zijn met wat er zich op politiek-bestuurlijk gebied in de gemeente en onder raadsleden afspeelt om zo onderzoeksonderwerpen te kunnen selecteren die bij deze realiteit aansluiten.

Het opstellen van een groslijst van onderwerpen en deze voorleggen aan raadsleden, helpt mogelijk bij dit betrokken en bekend zijn. Daarnaast kan het behulpzaam zijn om te vragen naar welke feitelijke onderbouwing en inzichten raadsleden missen in hun dagelijkse werk. Door dergelijke vragenrondes krijgt de rekenkamer een beter beeld over waar de behoeftes van de raad liggen, wat behulpzaam is bij het selecteren van de juiste onderzoeksonderwerpen op het juiste moment.

Tip 3: Stel duidelijke criteria vast voor de selectie van onderzoeksonderwerpen

De rekenkamer kan selectiecriteria vaststellen op grond waarvan hij onderwerpen voor rekenkameronderzoek selecteert. Denk hierbij aan criteria als: financieel en maatschappelijk belang; de timing van het onderzoek; mogelijke leereffecten op meerdere terreinen en de veronderstelde toegevoegde waarde van het onderzoeksonderwerp. Wanneer er duidelijkheid bestaat over het selectieproces van onderzoeksonderwerpen beschikt de rekenkamer over een toolbox om zijn keuzes te onderbouwen. Dan is het voor de raad helder waarom de rekenkamer bepaalde keuzes maakt. Op deze manier verminder je de kans op teleurstelling bij de raad, wanneer bijvoorbeeld bepaalde eerder besproken onderwerpen niet door de rekenkamer worden opgepakt. De rekenkamer kan dan op grond van de selectiecriteria uitleggen waarom hij voor een ander onderzoeksonderwerp heeft gekozen, wat mogelijke acceptatie vergemakkelijkt.

Tot slot

De effectiviteit van rekenkameronderzoek begint bij de onderwerpskeuze. Hierbij draait het voornamelijk om evenwicht tussen nabijheid en afstand. Het is aan de rekenkamer om dit evenwicht in samenspraak met de raad te vinden en zo hopelijk de raad te interesseren in de onderwerpen van rekenkameronderzoek.


Deze blog is geschreven door Laura van der Brugge. Meer weten over het interesseren van de raad in onderwerpen voor rekenkameronderzoek? Neem dan contact op met haar of met Rubin ten Broeke.