Cases

Coronabeleid Delft | 3 maart 2022

In opdracht van de Delftse rekenkamer heeft Unravelling onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de coronacrisis op het beleid van de gemeente en de lokale gemeenschap (tot mei 2021). Naast documentstudie en het afnemen van interviews met betrokkenen vanuit de gemeente heeft Unravelling ook gesproken met onder andere horecaondernemers, een studentenvereniging en het lokale theater. Daarnaast zijn straatinterviews uitgevoerd in Delft. Voor dit onderzoek is ook een filmpje gemaakt. Deze is hier te vinden.

Hoofdconclusie

Burgemeester, college en ambtelijke organisatie zijn in een relatief kort tijdsbestek aan de slag gegaan met een onderling afgestemde crisisaanpak. Daarbij hebben zij actief contact gelegd met de Delftse inwoners en organisaties en geluisterd naar hun zorgen en wensen. Ook hebben de burgemeester en het college de noodzakelijke besluiten genomen om op lokaal niveau de economische en maatschappelijke effecten van de coronacrisis te beperken. Zo trof de gemeente Delft financiële steunmaatregelen zoals huurkwijtschelding, het niet opleggen van reclamebelasting en het versoepelen van regels
en voorwaarden over bijvoorbeeld terrassen en verstrekte subsidies.

Bevindingen

1. Besluiten en maatregelen

Het college en de raad hebben besluiten genomen om ondernemers en organisaties te ondersteunen. De in het onderzoek geraadpleegde ondernemers en organisaties geven aan dat dat in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Bij afwegingen door de gemeente speelde het dilemma dat zij enerzijds ondernemers en organisaties de vrijheid wilde geven om ‘reguliere’ activiteiten (o.a. evenementen) doorgang te laten vinden, maar anderzijds bezoekersstromen in de stad wilde beperken.

De democratische besluitvorming verliep moeizamer (o.a. door de veranderingen met digitaal vergaderen), maar is ten tijde van de crisis wel doorgegaan. De burgemeester en het college hebben de raad in crisistijd tijdig en voldoende geïnformeerd.

2. Financiële effecten

De impact van de coronacrisis is ook in Delft groot, maar de continuïteit van Delftse organisaties is tijdens de crisis niet in gevaar gekomen. Ook op de lange termijn lijken de financieel-economische effecten beperkt. De toerismesector is wel een aandachtsgebied vanwege vele onzekerheden.

Het Rijk heeft door financiële ondersteuning aan Delftse organisaties en inwoners gezorgd voor continuïteit en bestaanszekerheid. De coronacrisis is een bovengemeentelijke crisis, die vooral door bovengemeentelijke maatregelen zoals NOW, Tozo en TVL, is aangepakt.

3. Maatschappelijke effecten

De coronacrisis heeft impact gehad op de Delftse maatschappij en heeft maatschappelijke problemen zoals tweedeling en eenzaamheid vergroot. Ook zijn door de coronacrisis leerachterstanden en achterstanden in sociale vaardigheden en burgerschapskennis bij kinderen en jongeren aandachtspunten. Verder heeft de coronacrisis de mentale gezondheid verminderd van studenten en groepen met een lagere sociaaleconomische status.

4.Leerpunten

Het college had aandacht voor de lange termijn, maar heeft geen strategisch langetermijnperspectief ontwikkeld voor de raad en inwoners. Doordat de crisis steeds langer duurde was hier wel behoefte aan. Bij eventuele volgende crises zou het college daarom gemaakte scenario’s met raad en inwoners kunnen delen en deze omzetten in een strategisch langetermijnperspectief.

Bij toezicht en handhaving door de gemeente was er soms sprake van tegengestelde belangen en effecten bij noodzakelijke maatregelen. De gemeente had daarover in haar communicatie duidelijker kunnen zijn richting ondernemers, inwoners en de handhavers zelf.

Tot slot heeft de coronacrisis ervoor gezorgd dat de gemeente zowel bestuurlijk als ambtelijk een grote digitaliseringsslag heeft gemaakt. College en raad wordt aanbevolen de positieve effecten van digitalisering te behouden en deze te borgen in werkprocessen. Met betrekking tot het democratische proces wordt aanbevolen om zoveel mogelijk met fysieke ontmoetingen te werken om zo ook contact te houden met burgers die drempels ervaren voor digitaal contact.

Doorwerking

Op 13 januari 2022 zijn raadsleden in de commissie Economie, Financiën en Bestuur met een presentatie geïnformeerd over het rapport en konden zij hier vragen over stellen. Tijdens de raadsvergadering van 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad besloten de conclusies en aanbevelingen uit het rapport over te nemen.


Opdrachtgever: Delftse Rekenkamer
Onderzoekers: Martijn Mussche, Steffie Loenen en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: november 2021

Banenafspraak en social return Zoetermeer | 27 jan 2022

In opdracht van de rekenkamercommissie Zoetermeer heeft Unravelling onderzoek uitgevoerd om inzicht te geven in de invulling van de gemeente aan de Wet banenafspraak en Social Return On Investment (hierna: social return).

De hoofdvraag van het onderzoek was:

Op welke wijze geeft de gemeente Zoetermeer invulling aan de Wet banenafspraak en aan social return en wat zijn de resultaten daarvan?

Achtergrond

Op 1 mei 2015 trad de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten (Wet banenafspraak) in werking. Deze wet zorgde er onder meer voor dat gemeenten verplicht werden om banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking, zo ook in de gemeente Zoetermeer.

SROI is een methode die wordt gebruikt om het sociaal rendement van een organisatie uit te rekenen. Het onderwerp social return komt in de gemeente Zoetermeer naar voren in de aanbestedingstrajecten voor diensten en werken: inschrijvers zijn verplicht een bepaald percentage van de aanneemsom aan social return op te nemen.

Dit rekenkameronderzoek was erop gericht na te gaan hoe het ervoor staat met de realisatie van de banenafspraak en social return in Zoetermeer. Hiervoor zijn interviews uitgevoerd met betrokkenen uit de gemeente en het Werkgeversservicepunt. Ook is gesproken met jobcoaches en mensen uit de banenafspraak.

Bron afbeelding: People vector created by pch.vector

Bevindingen

Beleid

Zoetermeer heeft beleid gericht op mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De gemeente Zoetermeer zet vooral in op mensen met een hoog ‘escalatierisico’ omdat hiermee maatschappelijke kosten worden beperkt. De banenafspraak komt echter niet expliciet terug in het beleid.

Het beleid voor social return is helder geformuleerd en is opgenomen in het inkoop- en aanbestedingsbeleid. Ook de doelstellingen zijn helder en duidelijk geoperationaliseerd.

Organisatie en uitvoering

Het college van Zoetermeer besteedde vanaf 2019 meer aandacht aan de invulling van de banenafspraak door de gemeente als overheidswerkgever. Sommige afdelingen van de gemeente slagen er, in de rol van overheidswerkgever, nog niet goed in om mensen uit de banenafspraak te plaatsen. Dit heeft te maken met aannames, vooroordelen en een gebrek aan kennis over mensen uit de doelgroep.

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van social return is belegd bij de afdeling inkoop en bij het team social return. Deze gedeelde verantwoordelijkheid leidt tot onduidelijkheid, bijvoorbeeld over de monitoring. Over de uitvoering van social return zijjn betrokkenen over het algemeen tevreden.

Resultaten en doelbereiking

De uitvoering van de Wet banenafspraak was niet doeltreffend omdat de kwantitatieve resultaten voor de Wet banenafspraak tussen 2018 en 2020 niet in overeenstemming waren met de gehanteerde doelen. Het beleid was, in 2019 en 2020, wel doelmatig omdat het college met beperkte middelen het aantal te realiseren banen uit het quotum bijna behaalde.

Doordat de registratie van social return beperkt is, ontbreekt zicht op de resultaten van social return. Daardoor is niet vast te stellen in hoeverre het social returnbeleid doeltreffend en doelmatig is.

Sturing en controle

Er zijn geen duidelijke afspraken tussen college en raad over de betrokkenheid van de gemeenteraad bij de banenafspraak en social return. Ook brengt het college de raad onvoldoende in positie om toezicht te houden en te controleren.

Doorwerking

Het college laat in haar reactie weten de conclusies en aanbevelingen ter harte te nemen.

Op 13 december 2021 is het rapport in de raad besproken door de Commissie Samenleving. De rekenkamercommissie heeft ook een aanzet gedaan tot een raadsvoorstel voor het overnemen van de aanbevelingen in het rapport door college en raad. De gemeenteraad heeft dit raadsvoorstel geamendeerd, en tijdens de raadsvergadering van 20 december 2021 aangenomen.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Zoetermeer
Onderzoekers: Martijn Mussche, Miriam Dorigo en Rubin ten Broeke
Oplevering rapport: december 2021

Armoedebeleid Woerden | 15 dec 2021

In opdracht van de rekenkamercommissie Woerden heeft Unravelling onderzoek uitgevoerd om inzicht te geven in de uitvoering en het resultaat van het armoedebeleid in Woerden tot en met 2020.

De hoofdvraag van het onderzoek was:

Wordt het armoedebeleid van de gemeente Woerden uitgevoerd zoals vastgelegd in het plan van aanpak, zo niet, welke wijzigingen hebben plaatsgevonden en wat is eind 2020 het resultaat?

Achtergrond

Woerden is een relatief welvarende gemeente. Desondanks is ook in Woerden sprake van armoede. Een schatting leert dat het gaat om ongeveer 760 huishoudens die in de gemeente in armoede leven. Op 22 juni 2017 stelde de gemeenteraad van Woerden het nieuwe armoedebeleid vast en op 16 januari 2018 nam de raad kennis van het daaruit voortvloeiende plan ‘Samen Vooruit’. Samen Vooruit bestond uit coachende begeleiding, een maatwerkfonds en het oplossen van overige hiaten.

Bevindingen

Het rekenkameronderzoek laat zien dat Samen Vooruit niet succesvol is geweest: met coachende begeleiding bereikte de gemeente minder mensen dan beoogd. Ook werd het maatwerkfonds weinig gebruikt door professionals van de gemeente.

Koerswijziging

Naar aanleiding van de tegenvallende resultaten van Samen Vooruit besloot het college op 17 maart 2020 een koerswijziging in te zetten. Het college zette Samen Vooruit om naar vroegsignalering. De koerswijziging liep vooruit op de wijziging in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) van 1 januari 2021. Met deze wet wordt het voor gemeenten verplicht en makkelijker gemaakt om gegevens met schuldeisers (woningcorporaties, zorgverzekeraars en nutsbedrijven) uit te wisselen.

Doeltreffendheid en doelmatigheid

De doeltreffendheid van het armoedebeleid tot en met 2020 is onduidelijk doordat maatschappelijke effecten en beoogde resultaten niet (voldoende) concreet zijn gemaakt in het beleid van de gemeente. Het armoedebeleid tot en met 2020 was niet doelmatig omdat er geen balans was in het resultaat en de inzet van de financiële middelen. Daarnaast is er binnen de gemeente winst te behalen als het gaat om de toegankelijkheid en bekendheid van voorzieningen voor inwoners in armoede.

Armoedenetwerk gemeente

Tot slot komt uit het onderzoek naar voren dat de gemeente beschikt over een uitgebreid netwerk van interne en externe uitvoeringspartners: de Voedselbank, Stichting Leergeld, WoerdenWijzer, Kwadraad en Ferm Werk. Over het algemeen zijn de uitvoerders tevreden over de kwaliteit en inzet van het armoedenetwerk. De gemeente kan wel meer inzetten op haar regiefunctie.

Doorwerking

Het college laat in haar reactie weten de conclusies en aanbevelingen ter harte te nemen.

Op 9 november 2021 zijn raadsleden met een informatiesessie geïnformeerd over het rapport. De rekenkamercommissie heeft ook een aanzet gedaan tot een raadsvoorstel. Met dit raadsvoorstel wilde de rekenkamercommissie de gemeenteraad handvatten en input geven voor de toekomstige ontwikkeling van het gemeentelijk armoedebeleid. De gemeenteraad heeft dit raadsvoorstel tijdens de raadsvergadering van 25 november 2021 aangenomen.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Woerden
Onderzoekers: Martijn Mussche, Rubin ten Broeke en Steffie Loenen
Oplevering rapport: oktober 2021

Coronabeleid Dordrecht | 10 nov 2021

De rekenkamercommissie van Dordrecht besloot in 2020 onderzoek te doen naar de effecten van de coronacrisis voor de gemeente Dordrecht. Met dit onderzoek wilde de rekenkamercommissie Dordrecht inzicht geven in de sturing door de gemeente op de sociaal-economische impact in 2020. Daarnaast wilde de rekenkamercommissie met dit onderzoek inzicht geven in de impact van de coronacrisis op de gemeentefinanciën, de financiële positie van de gemeentelijke organisatie, subsidieontvangers en verbonden partijen in 2020.

Bevindingen

1. Sturing op sociaal-economische en maatschappelijke impact

Uit het onderzoek komt naar voren dat de gemeente in haar aanpak van de coronacrisis oog had voor de korte termijn en voor het herstel op de lange termijn. De gemeente had in haar crisisaanpak echter geen middellangetermijnstrategie. De voornaamste rol van de gemeente was het uitvoeren van Rijksmaatregelen en maatregelen van de veiligheidsregio. Daarin speelde de gemeente een proactieve rol. In vergelijking tot de financiële ondersteuning van het Rijk, was het bereik van de steun door de gemeente klein.

De besluiten en afwegingen die het college en de gemeenteraad in de coronacrisis (2020) hebben genomen waren integraal. Deze besluiten waren erop gericht om de brede impact (sociaal economisch, volksgezondheid, maatschappelijk en financieel) van de coronacrisis op Dordrecht te beperken.

Uit het onderzoek wordt duidelijk dat de invloed van de gemeenteraad, zeker in de beginperiode van de crisis, beperkt was. Het democratische proces is wel doorgegaan, maar de raad had beperkte mogelijkheden tot bijsturing. Dit kwam ook door de belangrijke rol die de Veiligheidsregio speelde in de crisisbesluitvorming, waardoor de mogelijkheden van de raad beperkt werden. Tot slot is de raad door het college en de burgemeester tijdig en volledig geïnformeerd over de crisis.

2. Financiële effecten

Het onderzoek laat zien dat het college op systematische wijze de financiële gevolgen en mogelijke interventies inventariseerde. Het instellen van een expertisegroep zorgde er bovendien voor dat het college mogelijke maatregelen met een financiële impact integraal kon bekijken.

Bij de aan de gemeente gelieerde partijen die voor dit onderzoek zijn gesproken, zitten de zorgen vooral in de toekomst: het is nog onduidelijk in hoeverre er lange termijngevolgen zullen zijn.

De effecten op de gemeentefinanciën in 2020 zijn beperkt doordat de gemeente Dordrecht compensatie vanuit het Rijk heeft ontvangen, een doordat de gemeente activiteiten door heeft geschoven naar 2021.

Aandachtspunt voor de gemeente en haar financiën zijn het monitoren van de risico’s bij de gemeente en verbonden partijen en (subsidie) partners. Een anders aandachtspunt zijn de risico’s bij de gemeente als het gaat om de verantwoording en rechtmatigheid rondom de rijksmaatregelen (met name de Tozo).

Doorwerking

Op een nog nader te bepalen datum wordt het rapport in de raad/een raadscommissie besproken. In deze vergadering zal de raad besluiten over de conclusies en aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Dordrecht
Onderzoekers: Martijn Mussche, Rubin ten Broeke, Frank Galesloot en Steffie Loenen
Oplevering rapport: oktober 2021

Integraal Veiligheidsplan Meierijstad | 10 sept 2021

Op 5 juli 2018 is het Integraal Veiligheidsplan Meierijstad (IVP) 2019-2022 vastgesteld. Het IVP heeft als doel de veiligheid voor inwoners van Meierijstad te waarborgen. Omdat de gemeente Meierijstad bij de start van het onderzoek ongeveer halverwege de beleidsperiode was, besloot de rekenkamercommissie Meierijstad om het IVP tussentijds te evalueren. In dit onderzoek is ingezoomd op het thema ‘verbinding zorg en veiligheid’. De rekenkamercommissie heeft voor dit thema gekozen omdat hierbij de rol van de gemeente het grootst is.

Politie in Meierijstad

Hoofdconclusie onderzoek

De gemeente Meierijstad is vooruitstrevend en ambitieus in hetgeen zij wil bereiken op het vlak van integrale veiligheid. Dit blijkt onder meer uit de brede scope van het Integraal Veiligheidsplan Meierijstad (IVP) 2019-2022, dat op vier strategische thema’s een groot aantal activiteiten bevat. Binnen het specifiek onderzochte strategisch thema Verbinding zorg en veiligheid gaat het om 42 activiteiten verdeeld over vier subthema’s. Verder komt uit het onderzoek naar voren dat de gemeente voortvarend optrekt in de samenwerking met partners. De gemeente trekt de regierol naar zich toe en neemt graag het voortouw.

Er is ook een keerzijde aan deze vooruitstrevendheid en ambitie. Het college heeft er niet voor gekozen om doelen in termen van resultaten of beoogde maatschappelijke effecten te formuleren. Ten aanzien van de voorgenomen activiteiten is duidelijk dat het college (en de ambtelijke organisatie) de lat hoog legt. Niet alle activiteiten kunnen door het college worden opgepakt, maar tegelijkertijd worden er (door het college) ook geen duidelijke keuzes gemaakt. Verder kunnen op onderdelen de samenwerkingsafspraken nog wat beter.

Video’s met bevindingen onderzoek

Voor dit onderzoek zijn drie video’s gemaakt waarin de belangrijkste bevindingen van het onderzoek worden uitgelicht. Naast de bevindingen van het onderzoek komen in de video’s ook een aantal belangrijke stakeholders aan het woord: bijvoorbeeld de wijkagent, een wijk-GGD’er, een beleidsmedewerker jeugdbeleid en een jongerenwerker. Benieuwd naar deze video’s? Bekijk ze hieronder!

Doorwerking

Het college van Meierijstad heeft in haar bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport aangegeven de algemene conclusie van het onderzoek te onderschrijven. Ook neemt zij de deelconclusies en aanbevelingen ter harte. In een van de aanbevelingen kon zij zich niet vinden.

Gedurende een beeldvormende avond met de raad op 9 september 2021 zijn de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek besproken met de raad. Ook is de eerste van de bovenstaande video’s getoond.

Meerdere raadsleden gaven tijdens de beeldvormende avond aan de video’s te waarderen. Ook waren ze zeer benieuwd of de inwoners van Meierijstad deze zouden bekijken. Uit de opmerkingen en vragen van de raad bleek dat de raad zich kon vinden in de conclusies van de rekenkamercommissie. In de komende oordeelsvormende vergadering besluit de raad of hij de aanbevelingen overneemt en het college opdraagt deze uit te voeren.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Meierijstad
Onderzoekers: Martijn Mussche, Shauni Drost en Collin Hoogeveen (Bureau Alpha)
Oplevering rapport: September 2021

Rapport Integraal Veiligheidsplan Meierijstad

Evenementenbeleid Apeldoorn | 15 juli 2021

De rekenkamercommissie van Apeldoorn besloot in 2020 onderzoek te doen naar het gemeentelijk evenementenbeleid. Jaarlijks heeft de gemeente Apeldoorn zo’n 550 evenementen. Met het onderzoek wilde de rekenkamercommissie graag inzicht in de baten en kosten van deze evenementen en in hoeverre het evenementenbeleid robuust is.

Drakenbootfestival Apeldoorn

Bevindingen

De gemeente Apeldoorn heeft vier categorieën evenementen: publieksevenementen, topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen. Met een uitgewerkt evenementenbeleid heeft de gemeente Apeldoorn een heldere basis gelegd, maar het beleid is toe aan vernieuwing. Dit komt onder andere doordat er sinds de vaststelling divergentie is ontstaan tussen de uitvoeringspraktijk en het beleid op schrift. De organisatie en uitvoering van de evenementen binnen de ambtelijke organisatie is verspreid over diverse afdelingen. Er is sprake van afstemming, maar de rol van de ondersteunende organisatie Apeldoorn Marketing bij topsportevenementen en topevenementen is onduidelijk.

Evenementenorganisatoren van publieksevenementen zijn tevreden over het subsidietraject, maar voor topevenementen, topsportevenementen en culturele evenementen is er geen geformaliseerd subsidiebeleid, noch een afwegingskader . Ook lopen de subsidies voor vier categorieën evenementen via verschillende budgetten en verschillende trajecten waardoor een integrale afweging van alle evenementen niet mogelijk is.

Daarnaast zijn de ambities van het college toegenomen. Hierdoor is gaandeweg een disbalans ontstaan tussen de ambities van de gemeente Apeldoorn en het evenementenbudget. Het totale evenementenbudget is niet voldoende om alle ambities te bereiken.

Het vergunningenbeleid is over het algemeen goed in orde, maar vraagt op punten om doorontwikkeling, met name om het belang van omwonenden nog beter te borgen. Uit dit onderzoek blijkt dat het merendeel van de inwoners en ondernemers meer baten dan kosten van de evenementen ervaart. Maar de mate waarin evenementen en de uitvoeringspraktijk van het evenementenbeleid bijdragen aan de strategische doelen van de gemeente is lastig in kaart te brengen, omdat de doelen niet zijn geoperationaliseerd en niet SMART zijn geformuleerd. Daardoor kan de gemeente evenementen ook lastig sturen in de richting van de gewenste bijdrage aan de stad.

Een bijzonder element in dit onderzoek vormde een online enquête onder inwoners en ondernemers.

De rekenkamercommissie heeft naar aanleiding van deze conclusies aanbevelingen aan college en raad geformuleerd.

Doorwerking

Op 15 juli 2021 besprak de raad het rapport van de rekenkamercommissie en de bijbehorende bestuurlijke reactie in de Politieke Markt. In de raadsvergadering van september zal de raad besluiten over de conclusies en aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamer Apeldoorn
Onderzoekers: Martijn Mussche, Miriam Dorigo, Steffie Loenen en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: juni 2021

Besluitvorming Huis van Eemnes | 28 juni 2021

De Rekenkamer van Blaricum, Eemnes en Laren (BEL) besloot in 2020 onderzoek te doen naar de besluitvorming rondom het Huis van Eemnes; een multifunctioneel gemeenschapshuis waarin de bibliotheek, sport, cultuur en horeca van Eemnes zijn samengebracht.

Huis van Eemnes

Bevindingen

De hoofdconclusie van de Rekenkamer BEL is dat het besluitvormingsproces rond het Huis van Eemnes tot aan de gemeenteraadsverkiezingen naar behoren is verlopen. Dat houdt in dat het college de raad in de voorbereidende fase de mogelijkheid gaf om op basis van scenario’s en keuzemogelijkheden kaders te stellen en tussentijds te controleren en bij te sturen. De informatievoorziening richting de raad over het investeringsbedrag en de Total Cost of Ownership (TCO) had beter gekund.

Het besluitvormingstraject kwam rond de gemeenteraadsverkiezingen in gevaar doordat raad en college ervoor kozen een enquête onder inwoners uit te zetten, waarvan de uitkomst bindend verklaard werd en mogelijk had kunnen leiden tot het terugdraaien van meerdere eerder genomen besluiten. Daarmee nam het gemeentebestuur het risico dat inwoners, stichting Huis van Eemnes, de bibliotheek en de gecontracteerde aannemer hadden kunnen betogen dat de gemeente niet handelde volgens algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het vertrouwensbeginsel en het rechtzekerheidsbeginsel.

Ten slotte zitten er belangrijke aandachtspunten – ook ten tijde van afronding van het onderzoek – in het maken van afspraken met de stichting en de bibliotheek over beheer, exploitatie en subsidies.

Doorwerking

Op 14 juni 2021 besprak de commissie BSM (Bestuur, Samenleving en Middelen) Het rapport van de Rekenkamer en de bijbehorende bestuurlijke reactie. In de raadsvergadering van 28 juni 2021 besloot de raad de aanbevelingen voor het college ter kennisgeving aan te nemen en de aanbevelingen voor de raad en het college over te nemen.


Opdrachtgever: Rekenkamer Blaricum, Eemnes, Laren
Onderzoekers: Martijn Mussche, Steffie Loenen en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: maart 2021

Grip op gemeentefinanciën Neder-Betuwe | 22 april 2021

De rekenkamercommissie van Neder-Betuwe besloot in 2020 onderzoek te doen naar de grip op de gemeentefinanciën. De hoofdvraag was: Op welke momenten wordt de gemeenteraad van Neder-Betuwe geïnformeerd om inzichtelijk te hebben of zij, met het oog op hun kaderstellende en controlerende rol, bij vaststelling van structureel beleid beslist over incidentele of structurele middelen en in hoeverre is deze informatievoorziening adequaat en rechtmatig?

Gemeentefinanciën – Structureel in control

Bevindingen

Dit onderzoek leidt tot een positief beeld over de sturing op gemeentelijke financiën in de gemeente Neder-Betuwe. Enkele aanpassingen kunnen zorgen voor een verdere verbetering. Het college informeert de raad van Neder-Betuwe via de P&C-documenten over structurele en incidentele baten en lasten. Deze documenten maken inzichtelijk welke baten en lasten structureel dan wel incidenteel zijn. Er zijn nog enkele verbeteringen mogelijk in de weergave van incidentele baten en lasten op basis van de stellige uitspraken en aanbevelingen van de Commissie BBV. Daarnaast zijn er enkele aandachtspunten om de informatievoorziening te verbeteren zoals de tijdigheid van P&C-documenten en van mee- en tegenvallers, beleidsinhoudelijke verantwoording en het gebruik van P&C-documenten om investeringskredieten aan te vragen.

Doorwerking

Het college gaf in de bestuurlijke reactie aan goed uit de voeten te kunnen met de aanbevelingen. Het college onderschreef ook de meeste bevindingen, maar herkende zich niet in de bevinding dat de raad niet tijdig was geïnformeerd over een tegenvaller in het sociaal domein. Op 8 april 2021 is het rapport toegelicht en besproken in de beeldvormende vergadering. De raadsleden konden zich goed vinden in de conclusies en op 22 april 2021 besloot de raad uitvoering te geven aan de aanbevelingen voor de raad en tevens het college opdracht te geven de aanbevelingen voor het college uit te voeren. De rekenkamercommissie verzocht de agendacommissie afspraken te maken over de monitoring van de uitvoering van de aanbevelingen voor de raad. Verder werd het presidium verzocht om afspraken te maken over de monitoring van de aanbevelingen voor het college.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Neder-Betuwe
Onderzoekers: Martijn Mussche, Steffie Loenen en Frank Galesloot (Galesloot Onderzoek en advies)
Oplevering rapport: april 2021

Armoedebeleid Sint-Michielsgestel | 19 nov 2020

De rekenkamercommissie van Sint-Michielsgestel besloot in 2019 onderzoek te doen naar het armoedebeleid. De hoofdvraag was: Op welke wijze geeft de gemeente Sint-Michielsgestel uitvoering aan het armoedebeleid en wat zijn hierbij de gevolgen van de Participatiewet?

Magazijn Voedselbank

Bevindingen

Sint-Michielsgestel is een relatief welvarende gemeente. Echter is er ook in Sint-Michielsgestel sprake van armoede. Ongeveer 1.000 inwoners van Sint-Michielsgestel leven in armoede. Sint-Michielsgestel heeft een actueel beleidskader en een uitgebreide set aan gemeentelijke minimavoorzieningen. Ook is er een netwerk van niet-gemeentelijke voorzieningen van orgaanbieders en diverse (vrijwilligers)organisaties. Vanuit het netwerk is er behoefte aan een actieve regierol vanuit de gemeente.

Het huidige beleid leunt nog op de gedachte van eigen initiatief en zelfredzaamheid. In de praktijk belemmert de psychische belasting van armoede de zelfredzaamheid van mensen. Armoede zorgt ook voor schaamte. Een integrale en proactieve benadering van doelgroep is daarom van belang. Hierbij is het belangrijk extra aandacht te schenken aan risicogroepen. In 2018 en 2019 was de gemeentelijke capaciteit te beperkt om volledig invulling te geven aan het armoedebeleid. Ten slotte zijn zowel de gemeente als de betrokken netwerkpartners zich ervan bewust dat de doelgroep nog niet volledig wordt bereikt. De gemeente stuurt hiervoor nog niet op het verbeteren van de informatievoorziening.

Doorwerking

Het college heeft in een bestuurlijke reactie laten weten de conclusies te onderschrijven en de aanbevelingen ter harte te nemen.

Op 12 november 2020 is het rapport toegelicht en besproken. De raad besloot de conclusies en aanbevelingen uit het rapport over te nemen en verzocht het college van B&W om over een jaar te rapporteren over de stand van zaken van de aanbevelingen.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Sint-Michielsgestel
Onderzoekers: Martijn Mussche en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: november 2020

Markt en Kerkplein Hattem | 7 sept 2020

De gemeente Hattem had in 2014 de ambitie om een samenhangende stadsruimte te creëren door het samenvoegen en herinrichten van verschillende ruimtes. Als gevolg daarvan zijn in de jaren daarna het Markt- en Kerkplein heringericht. De rekenkamercommissie van Hattem besloot in 2019 onderzoek te doen naar de bestuurlijke en ambtelijke besluitvorming rondom deze herinrichting. De hoofdvraag was als volgt geformuleerd: In hoeverre is het proces van kaderstelling, (bestuurlijke en ambtelijke) aansturing, beheersing, toezicht en verantwoording bij het project herinrichting Markt en Kerkplein doelmatig en doeltreffend geweest en hoe is dit geborgd in de aanpak van grote projecten in Hattem?

Bestratingswerkzaamheden aan de Markt in Hattem

Bevindingen

Op hoofdlijnen is het proces van planvorming tot realisatie van het Kerkplein goed verlopen en toont het onderzoek geen grote fouten of onrechtmatigheden aan. De gemeente had veel aandacht voor een interactieve aanpak om samen met de Hattemse bevolking het nieuwe stadsbeeld vorm te geven. Positieve bevindingen waren dat de gemeente bij het tweede project de lessen uit het voorgaande traject heeft geïmplementeerd. Daarnaast wijzigde de raad binnen zijn bevoegdheid de eerste kaderstelling en verschoof daarmee de focus van esthetiek naar comfort en duurzaamheid. Natuurlijk zijn er ook enkele verbeterpunten geconstateerd. Ten eerste kent de gemeente Hattem geen formele definiëring voor (grote) projecten, al werd het project Markt en Kerkplein intern wel degelijk beschouwd als een groot project. Een formele definitie voor grote projecten – bijvoorbeeld op basis van tijd, geld & kwaliteit – kan houvast bieden in de besluitvorming en helpt in de voorfase van het project bij (het nadenken over) de afbakening en risicobeheersing. Daarnaast had de gemeente onvoldoende aandacht voor de risico’s omtrent de gewenste kwaliteit van het eindproduct. Ook heeft de gemeente onvoldoende afgewogen in hoeverre de verschillende ambities onderling verenigbaar waren. Ten slotte was er geen duidelijke proceseigenaar en integraal eindverantwoordelijke tijdens het proces.

De nieuw bestrate Markt voor de Grote of Andreaskerk in Hattem

Doorwerking

Het college heeft in een bestuurlijke reactie laten weten de conclusies gedeeltelijk te onderschrijven en de aanbevelingen deels ter harte te nemen.

Op 7 september 2020 is het rapport toegelicht en besproken in de commissie Algemene en Ruimtelijke Zaken. In deze raadscommissie is besloten het rekenkamerrapport voor kennisgeving aan te nemen. Het is daarna niet geagendeerd voor behandeling in de raadsvergadering.


Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Hattem
Onderzoekers: Martijn Mussche en Douwe Hoitinga
Oplevering rapport: juni 2020