Berichten door admin
Welke route bewandel je wanneer er een integriteitsschending heeft plaatsgevonden? | 23 oktober 2024
Wanneer we het over integriteit en integriteitsschendingen hebben kan de vraag naar boven komen: wat betekent dat nu eigenlijk, integriteit? Wat houdt het in om integer te handelen?
Het Nederlands woordenboek zegt hierover het volgende: [integriteit is] de eigenschap dat u eerlijk en betrouwbaar bent. Met deze kernwaarden ‘eerlijkheid’ en ‘betrouwbaarheid’ wordt de lat voor integer handelen gelijk mooi hoog gelegd. Als deze kernwaarden gevolgd worden, zou er snel geconcludeerd kunnen worden dat iemand waarschijnlijk integer handelt. Jammer genoeg is dit niet altijd het geval. Mensen kunnen immers ook oneerlijk en onbetrouwbaar handelen, contra-integer dus. Dit kan leiden tot een integriteitsschending. Wanneer dit op je werk gebeurt, kan het onduidelijk zijn wat je daaraan kan doen.
In deze blog worden verschillende routes uiteengezet die bewandeld kunnen worden wanneer je een integriteitsschending wil aankaarten. Welke routes zijn er en waar kan je Unravelling tegenkomen?

Waar begint je route?
Een integriteitsroute begint bij het vermoeden van een integriteitsschending. Voorbeelden hiervan zijn (de schijn van) een belangenverstrengeling en vriendjespolitiek. Ook grensoverschrijdend gedrag is een voorbeeld van een integriteitsschending. Discriminatie, pesten, en (seksuele) intimidatie zijn voorbeelden van grensoverschrijdende gedragingen. Organisaties hebben vaak een gedragscodes waarin wordt aangegeven wat gewenste omgangsvormen zijn en welke omgangsvormen verboden zijn. Wanneer iemand, of jijzelf, gepest of gediscrimineerd wordt op werk, is het van belang om dit aan te kunnen kaarten bij de werkgever, of anders bij een ander onafhankelijke entiteit.
Let op: soms kan er (ook) sprake zijn van een strafbaar feit. In dergelijke gevallen zal niet altijd een integriteitsroute voor de hand liggen, maar juist een melding of aangifte bij de politie.
Welke integriteitsroutes kun je bewandelen?
Leidinggevende en/of afdeling human resources
In beginsel ligt het voor de hand om een integriteitsschending intern aan te kaarten. Dit betekent dat je naar de leidinggevende kan gaan om een melding te doen. Wanneer er onduidelijkheid is over wie de leidinggevende is (of deze persoon is de oorzaak van de melding) kan er ook gekozen worden om naar de afdeling human resources te gaan. Deze interne route heeft korte lijntjes (je leidinggevende en human resources zijn als het goed is makkelijk te contacteren) en zal mogelijk relatief snel een oplossing bieden voor de integriteitsschending. Wanneer er sprake is van een arbeidsconflict kan de leidinggevende als mediator optreden.
Vertrouwenspersoon
Wanneer de leidinggevende en de afdeling human resources geen prettige of zelfs een onveilige keuze zijn, kan je aankloppen bij de vertrouwenspersoon van jouw organisatie. De meeste organisaties hebben een vertrouwenspersoon aangesteld, bij wie onder andere integriteitskwesties gemeld kunnen worden. Deze vertrouwenspersoon kan intern of extern zijn aangesteld, maar is altijd onafhankelijk. In beginsel is deze persoon verantwoordelijk voor het in behandeling nemen van meldingen van werknemers die zijn lastiggevallen of die hulp en advies nodig hebben. Vervolgens zal deze persoon ook nagaan of een oplossing in de informele sfeer mogelijk is.
Integriteitscommissie
Een integriteitscommissie is een commissie die binnen een organisatie is aangesteld en die tot taak heeft maatregelen te nemen wanneer er zich integriteitskwesties voordoen. Deze taak kan uitgevoerd worden door bijvoorbeeld trainingen geven. Een integriteitscommissie zal, wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, een onderzoek uitvoeren naar de integriteitskwestie.
Je kunt bij deze integriteitscommissie terecht wanneer je een misstand, een integriteitskwestie of een bejegeningskwestie wilt melden. Denk aan corruptie, maar ook aan de eerder genoemde grensoverschrijdende gedragingen. Een integriteitscommissie heeft de autorisatie om onafhankelijk onderzoek te doen binnen de organisatie.
Sinds 2 juni 2020 is de onafhankelijke integriteitscommissie van het ministerie van Justitie en Veiligheid operationeel, de Integriteitscommissie JenV. Meer over deze integriteitscommissie en de ambitie van de overheid voor een rijksbrede commissie in een volgende blog.
Huis voor Klokkenluiders
Het Huis voor Klokkenluiders is een organisatie die advies geeft aan werknemers die kennis hebben van maatschappelijke misstanden, die onderzoek doet naar de behandeling van dergelijke klokkenluiders en die bijdraagt aan een integere samenleving door overheden te stimuleren hun integriteit te bewaken. Je kan een melding doen bij het Huis voor Klokkenluiders wanneer je denkt dat er sprake is van een misstand met een maatschappelijk belang. Het is van belang dat je pas naar het Huis voor Klokkenluiders stapt, wanneer er geen andere autoriteit of toezichthouder bevoegd is om onderzoek te doen.
Het Huis voor Klokkenluiders zal nagaan of er inderdaad sprake is van een misstand met een maatschappelijk belang (misstandonderzoek) óf een melder onjuist behandeld is vanwege diens melding (bejegeningsonderzoek).
Wanneer kom je Unravelling tegen?
Onderzoekers van Unravelling werken in opdracht en in samenwerking met het Huis voor Klokkenluiders en ondersteunen de Integriteitscommissie JenV bij verschillende onderzoeken naar integriteitskwesties binnen uitvoeringsorganisaties van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Daarnaast houdt Unravelling zich ook op breder vlak bezig met integriteitsonderzoek, feitenonderzoek en cultuuronderzoek.
Unravelling komt vaak in beeld wanneer integriteitskwesties intern niet zomaar opgelost kunnen worden. Een voorbeeld daarvan is een ingewikkelde integriteitskwestie binnen een gemeente. De burgemeester kan ervoor kiezen een onderzoek uit te laten voeren door een extern onderzoeksbureau. In een dergelijk geval kan Unravelling het onderzoek uitvoeren in opdracht van de burgemeester.
Hetzelfde geldt voor andere organisaties waarbij een oplossing in de informele sfeer niet mogelijk blijkt te zijn. De organisatie kan er dan voor kiezen om een externe partij bij de oplossing te betrekken. Unravelling zal dan onafhankelijk onderzoek doen en advies geven aan de organisaties. Aangezien integriteitskwesties vaak gevoelig kunnen liggen, zijn er ook onderzoeken en rapporten die niet openbaar gemaakt kunnen worden. Unravelling zal altijd vertrouwelijk en integer omgaan met informatie die binnen een onderzoek naar voren komt. Op onze website kun je onze openbare onderzoeken en casusbeschrijvingen vinden, zoals onze onderzoeken naar grensoverschrijdend gedrag in de topsport en het topsportklimaat.
Deze blog is geschreven door Pita Klaassen. Wil je meer weten? Neem dan contact op met haar of Martijn Mussche.
In gesprek met ‘de doelgroep’ bij armoede en schulden: hoe doe je dat? | 5 september 2024
Zoals te lezen in dit artikel probeert gemeente Arnhem de schulden van inwoners kwijt te schelden. De gemeente heeft echter moeite om kandidaten te vinden. Sommige inwoners blijven, zelfs na uitleg, de hulp weigeren. Inwoners voelen enorme argwaan jegens ‘de overheid’ en alle vertegenwoordigers ervan, maar ook jegens hulpverleners van hulpverlenende organisaties die niet aan de overheid gerelateerd zijn. Zelfs wij, als onafhankelijk onderzoekers, moeten soms wantrouwen overwinnen voordat mensen met ons in gesprek durven gaan. Toch legt Unravelling vaak contact met inwoners tijdens rekenkameronderzoeken naar armoede en schulden. Onze leercurve in deze projecten was stijl. Hoe leg je nu contact met mensen? Hoe krijg je ze zo ver om open te zijn over zo’n gevoelig onderwerp?
Op onze website hebben we in een van onze cases al geschreven over dit onderwerp. We gaan in deze blog dieper in op de manieren van contact leggen, de woordkeuze en de verschillende vormen van in gesprek gaan. Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden, waaronder veldwerk, groepsgesprekken of enquêtes. In deze blog gaan we uit van een scenario waarin we mensen werven om ze één op één te interviewen.

Over wie spreken we eigenlijk?
De ‘doelgroep’, de ‘inwoners’… Over wie spreken we eigenlijk? Een woord als ‘doelgroep’ stelt het gemeentelijk beleid centraal: wie is de doelgroep van het beleid? En de term ‘inwoner’ is weinig specifiek. Wij gebruiken het liefst het woord ‘ervaringsdeskundige’. We willen kennis en ervaring putten van deze mensen en daarvan leren. ‘Ervaringsdeskundige’ betekent: een gelijkwaardig gesprek waarin de geïnterviewde centraal staat.
Woordkeuze is essentieel
Het kiezen van eenvoudig taalgebruik in de communicatie is belangrijk. Het devies is: korte zinnen en veel gebruikte, gemakkelijke woorden. Maar welke woorden dan precies? Dat is de crux. Het is essentieel om in de eerste communicatie woorden als ‘armoede’ en ‘schulden’ te vermijden. Er zijn weinig mensen die zichzelf echt als ‘arm’ definiëren. En praten over schulden? Een deel van deze doelgroep is juist als de dood om geconfronteerd te worden met ‘het probleem’.
Als Unravelling mensen werft, vragen we of men ‘moeite heeft om rond te komen’ of: ‘kom je (soms) geld tekort’? Subtiele keuzes kunnen het verschil maken: ‘heb je te maken met’ in plaats van ‘heb je ervaring met’. Want ‘ervaring’ klinkt zwaarder dan ‘ermee te maken hebben’. Ervaringsdeskundigen denken al snel: ‘mijn problemen zijn niet ernstig genoeg’. Zo mogelijk is het ook beter om het woord ‘gemeente’ niet te noemen in de eerste communicatie. Daarop haken mensen af. Het wantrouwen richting de gemeente kan immers groot zijn en daardoor afschrikwekkend werken.
Concreet, toegankelijk, anoniem
Bij het leggen van contact is het belangrijk om de vraag eenvoudig te houden. Vraag alleen naar naam, e-mailadres of telefoonnummer en niet naar aanvullende informatie bij een (digitaal) aanmeldformulier. Benadruk anonimiteit en vertel dat de geïnterviewde geen papieren en formulieren mee hoeft te nemen. Bij een uitnodiging voor een interview maak je het concreet: waar, op welke dag? En als je kiest voor een vergoeding voor een interview: vermeld dat.
Zoeken naar verbinding
Goed, onze communicatie is in orde: we hebben een klein uitnodigingsformulier gemaakt en een (digitale) flyer. Maar hoe zorgen we dat ervaringsdeskundigen die boodschap krijgen?
Er zijn verschillende ingangen. Een flyer over ons verzoek om met elkaar te spreken kan en moet breed uitgezet worden. Natuurlijk is het daarbij belangrijk om via de gemeente en hulpverlenende organisaties te werven. Bij de Voedselbank, in de hal van het gemeentehuis, op het bureau van de gemeentelijke consulent: daar moet deze flyer sowieso te vinden zijn. Maar bedenk je wel: de mensen die de flyer daar zien, zijn al ‘gevonden’ door de gemeente. Als je zoekt naar verborgen armoede, zijn andere plekken van belang: het buurtcentrum, de bibliotheek, de kleuteringang van een lokale basisschool, misschien wel het prikbord van de supermarkt of de kantine van een voetbalclub, een weggeef-kastje. Als het mag, zijn dit goede plekken om een flyer op te hangen. Denk eens aan de optie om (via de gemeente) een brief uit te sturen naar willekeurige inwoners. Het voordeel: de lezer hoeft niet digitaal vaardig te zijn. Het kan ook goed werken om inloopspreekuren en koffie-uurtjes te bezoeken om persoonlijk mensen te werven. Dit is tijdrovend maar is in zichzelf al een leerzaam moment in het onderzoek.
Een belangrijke opmerking bij dit alles: maak gebruik van je netwerk en bouw (dus) ook een netwerk op. Het is waardevol om contact te leggen met consulenten, vrijwilligers en medewerkers van maatschappelijke organisaties en de Cliëntenraad. Deze mensen kennen de ervaringsdeskundigen. De kunst is om vertrouwen te creëren zodat zij als verbindende factor willen optreden. Dit kost enige tijd. Maar uiteindelijk is dat een hele waardevolle manier om bij de ervaringsdeskundigen terecht te komen, ook bij degenen die het vertrouwen in ‘de overheid’ al verloren hebben.
Vooruitblik naar de volgende blog
We begonnen er al mee: waar werven we eigenlijk voor? Een één op één gesprek is voor een ervaringsdeskundige best spannend. Want stel je eens voor: je wordt door een onderzoeker gevraagd om dinsdag om 10.00 in een hokje in de lokale bibliotheek te komen praten over iets waar je je iedere dag zorgen om maakt: je schulden. Het zweet staat al op je voorhoofd. Kan dat ook anders? Ja. Daarover meer in een volgende blog.
Deze blog is geschreven door Miriam Dorigo. Wil je meer weten? Neem dan contact met haar op.
Onderzoek armoedebeleid Dordrecht ‘Armoede is (niet) niks’ | 11 april 2024
De rekenkamer Dordrecht (hierna: de rekenkamer) wilde weten of het armoedebeleid van de gemeente doeltreffend is. Daarbij had de rekenkamer speciale interesse in de vraag hoe de gemeente toekomstbestendig is, door te kijken naar hoe zij omgaat met onder meer energiearmoede.
De centrale onderzoeksvraag was:
In hoeverre is het armoedebeleid van de gemeente Dordrecht als doeltreffend aan te merken, zodanig dat ook rekening gehouden wordt met armoedeval en energiearmoede. En welke instrumenten zet de gemeente daarvoor in?
We zullen aan het einde terugkomen op de conclusies en aanbevelingen die we in dit onderzoek hebben opgeleverd. Eerst zal deze casusbeschrijving iets meer vertellen over de gebruikte onderzoeksmethoden, met name het interviewen van inwoners.

Onderzoeksmethoden
Rekenkameronderzoek kent een aantal geëigende methoden: de documentstudie, waarin we beleid, uitvoeringsplannen, raadsstukken en P&C-stukken (zoals de jaarrekening) bekijken en analyseren en interviews met beleidsambtenaren en het college. Een onderwerp als armoede heeft daarnaast baat bij een bredere kijk. Het raakt inwoners van een gemeente veel persoonlijker dan bijvoorbeeld verkeersbeleid of inkoopbeleid en er is een scala aan maatschappelijke organisaties die ook een rol spelen in armoedebestrijding, waardoor het beperkt zou zijn om enkel de gemeente zelf te betrekken in het onderzoek. Daarom heeft Unravelling aan de rekenkamer aangeboden om ook in gesprek te gaan met maatschappelijke organisaties en met mensen die te maken hebben met armoede of schulden. Dit hebben we gedaan in de vorm van een rondetafelgesprek en interviews. Maar hoe komen we in contact met mensen die in armoede of schulden leven?
Wie is ‘de doelgroep’?
‘De doelgroep’ is een veelgebruikte term als er gesproken wordt over mensen die ondersteuning krijgen of nodig hebben op het gebied van financiën. Het is daarbij wel goed om er bewust van te zijn dat DE doelgroep niet bestaat. Deze ‘doelgroep’ bevat immers een grote diversiteit aan mensen die ook verschillende soorten ondersteuning nodig kunnen hebben. De ondersteuning kan bijvoorbeeld zo eenvoudig zijn als samen een formulier invullen of éénmalig de administratie op orde brengen, waarna mensen weer zelfstandig verder kunnen. Er zijn echter ook mensen die het niet lukt een gezonde financiële huishouding te voeren, behalve als zij langdurige ondersteuning krijgen. Er is bovendien een breed scala aan redenen dat mensen deze korte of langdurige hulp nodig hebben. De groep mensen over wie we spreken is dus niet onder één noemer te vangen. Kortom; de eerste vraag die een onderzoeker zich moet stellen is; over wie spreken we?
In ons geval hebben we gekozen voor mensen die nu, of in het recente verleden, financiële ondersteuning hebben ontvangen van de gemeente. In het geval van Dordrecht is dat een breed net om uit te werpen; de gemeente biedt een groot scala aan regelingen met ruimhartige inkomensgrenzen. Omdat we specifiek de ondersteuning vanuit de gemeente onderzoeken betekent deze selectie dat we in het onderzoek de mensen uitsluiten die ‘alleen’ hulp ontvingen van een maatschappelijke organisatie.
Contact leggen met inwoners die ondersteuning ontvangen
In Dordrecht hebben we de gemeente om hulp gevraagd bij het leggen van contact met de inwoners die ondersteuning ontvangen. We hebben daarbij te maken met de AVG. De gemeente kent de mensen die hulp ontvangen, maar mag deze gegevens niet met Unravelling delen om hen te benaderen voor onderzoek. Deze inwoners hebben daarvoor immers geen toestemming gegeven. We gebruiken daarom een ‘tweetrapsraket’. De eerste stap bestaat eruit dat consulenten in de uitvoering de mensen die zij al spreken, de vraag stellen of zij mee willen werken aan een onderzoek. De tweede stap is, wanneer deze mensen toestemming geven, om hun gegevens te delen met Unravelling. Wij mogen hen dan benaderen omdat het hen expliciet gevraagd is en zij toestemming hebben gegeven.
We hebben deze ‘tweetrapsraket’ in Dordrecht ook opgezet met maatschappelijke organisaties. Ook zij spreken dagelijks inwoners en kunnen hen vragen of ze willen deelnemen aan onderzoek. Dit heeft voldoende aanmeldingen opgeleverd voor een groepsgesprek en een aantal losse interviews met inwoners van Dordrecht. In een andere gemeente hebben we aanvullend een flyer ontworpen en deze in een lokale krant gezet, hetgeen ook tot aanmeldingen leidde.
Het gesprek
Een belangrijke basis van interviews met inwoners is respect en gelijkwaardigheid. Zij stellen zich kwetsbaar op en hebben geen persoonlijk belang bij het vertellen van hun verhaal, terwijl dit emotioneel belastend kan zijn. Om die reden heeft de gemeente Dordrecht ons geadviseerd een VVV-bon mee te geven aan mensen die willen meewerken aan het onderzoek. Deze bon geven we al bij aanvang van het gesprek: de druk is eraf. Daarnaast vragen wij deelnemers aan het onderzoek (als dit past) of zij het liefst één op één geïnterviewd willen worden of in een groepsgesprek willen deelnemen.
Om deelnemers aan het groepsgesprek op hun gemak te stellen vroegen we hen om een fictieve casus te bespreken. De casus, een fictieve inwoner, had bijvoorbeeld schulden of kon niet goed lezen en schrijven. Op deze manier horen we hoe de gemeente inwoners behandelt en zien we of deelnemers aan het gesprek weten waar ze hulp kunnen krijgen, zonder dat ze direct hun levensverhaal op tafel hoeven te leggen. In de loop van het gesprek stellen we vragen die uitnodigen om ook eigen ervaringen te delen. We zien dat deelnemers aan het onderzoek dat ook doen, omdat ze merken dat hun verhaal ons echt verder helpt in het onderzoek. Door open vragen te stellen en hun ervaringen serieus te nemen nodigen we hen uit om zich open te stellen. Voor dit type gesprekken levert dat de meeste informatie op. Dit is dus een andere aanpak dan interviews met bijvoorbeeld gemeenteambtenaren, waarbij ook kritisch doorvragen van belang is.
Belangrijkste conclusies en aanbevelingen
De gemeente Dordrecht wil armoede tegengaan en zorgen voor bestaanszekerheid voor inwoners. Als deze zekerheid wordt bedreigd, krijgen inwoners van de gemeente op verschillende manieren ondersteuning, zoals hulp bij huisvesting, gezondheidszorg en kansen in onderwijs en werk. De rekenkamer komt tot de conclusie dat Dordrecht in vergelijking met andere gemeenten een ruimhartig armoedebeleid heeft. De gemeente gaf in 2021 enkele honderden euro’s meer dan andere gemeenten uit aan ondersteuning per inwoner in armoede. De gemeente Dordrecht heeft gedegen kennis waarmee het armoede, schulden en bijkomende problemen weet te verminderen. De gemeente doet dit onder meer door bij te dragen aan een armoedenetwerk van maatschappelijke organisaties. Dordrecht loopt voorop in de aanpak van energiearmoede, onder meer met ‘Energiehulpen’, die woningen gratis energiezuiniger maken. Via de Energiehulpen legt de gemeente ook contact met moeilijk bereikbare groepen.
Hoewel er veel goed gaat, raad de rekenkamer Dordrecht het college aan om duidelijke doelen en indicatoren vast te stellen en bij te houden. Bespreek hiervoor met de gemeenteraad wat het belangrijkste aandachtspunt is om armoede te voorkomen en maak daar structureel geld voor vrij. Aangeraden wordt ook om ervoor te zorgen dat meer inwoners gebruik maken van de collectieve zorgverzekering, het persoonlijk minimabudget en de bijzondere bijstand. De rekenkamer beveelt aan om inwoners die moeilijk te bereiken zijn scherper in beeld te brengen en hen te benaderen over de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn. Een deel van de inwoners, die herhaaldelijk hulp nodig hebben in de loop der jaren, hebben baat bij een regisseur die hen structureel ondersteunt.
Doorwerking
Op 5 maart 2024 heeft Unravelling de bevindingen uit het rapport gepresenteerd in de beeldvormende sessie van de raadscommissie Gezond, Sociaal en Zorgzaam Dordrecht. De oordeelsvormende sessie volgt voor de zomer van 2024.
Opdrachtgever: Rekenkamer Dordrecht
Onderzoekers: Miriam Dorigo, Rubin ten Broeke en Hannelore Schouwstra.
Oplevering rapport: 5 maart 2024
Vergelijkbaar onderzoek door Unravelling:
Waterschapsverkiezingen 2023 | 2 maart 2023
Op 15 maart a.s. kan Nederland weer naar de stembus voor de Provinciale Staten en de waterschappen. In deze blog richten we ons op de waterschappen, een voor sommige mensen wat ongrijpbaar overheidsorgaan. Want wat doet een waterschap precies? En wat is de democratische werking van het waterschap? Met deze blog geven we antwoord op deze vragen.

Taken en samenstelling besturen waterschap
Waterschappen zijn verantwoordelijk voor de waterhuishouding. Waterschappen zorgen voor het beheer van dijken en sluizen, de juiste waterstand en voor zuivering van afvalwater. Er zijn 21 waterschappen die elk verantwoordelijk zijn voor hun eigen regio. Net als provincies en gemeenten zijn waterschappen openbare lichamen, maar omdat de taken van het waterschap zich specifiek richten op (onderdelen van) het waterbeheer zijn waterschappen functionele decentrale overheden.
Waterschappen hebben een gekozen algemeen bestuur en een dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur is vergelijkbaar met de gemeenteraad: het algemeen bestuur stelt beleid vast en controleert of het dagelijks bestuur dit beleid goed uitvoert. Elke vier jaar wordt het grootste deel van de leden van het algemeen bestuur (ook wel ingezetenen genoemd) gekozen via verkiezingen. Een kleiner deel van het algemeen bestuur en één lid van het dagelijks bestuur bestaat uit leden vanuit geborgde zetels. De leden voor de geborgde zetels worden in dezelfde periode als het algemeen bestuur gekozen door belangenorganisaties. De geborgde zetels zijn bedoeld om deelbelangen (vanuit de landbouw, het bedrijfsleven en natuurorganisaties) te vertegenwoordigen. Het algemeen bestuur benoemt de leden van het dagelijks bestuur. Een dijkgraaf of watergraaf is voorzitter van het algemeen en dagelijks bestuur.
Op 29 november 2022 stemde de Eerste Kamer in met een Wetsvoorstel om de geborgde zetels voor bedrijven in de waterschapsbesturen te schrappen. Voorstanders van dit wetsvoorstel vinden dat met het wetsvoorstel het algemeen belang beter en democratischer vertegenwoordigd wordt in de waterschapsbesturen. Per maart 2023 gaat het aantal geborgde zetels daarom terug van zeven naar vier per waterschap: twee voor boeren en twee voor natuur. Ook komt de verplichte geborgde zetel in het dagelijks bestuur te vervallen.
Democratische werking waterschap
Het waterschap is een relatief jong democratisch orgaan. Met de in 1992 ingevoerde Waterschapswet kregen inwoners pas voor het eerst direct stemrecht om (per brief) te stemmen op individuele kandidaten voor het algemeen bestuur. In 2008 vonden de eerste landelijke waterschapsverkiezingen plaats; waarbij alle waterschappen tegelijkertijd verkiezingen hielden en inwoners naar de stembus moesten om te stemmen. In 2008 werd ook het lijstenstelsel ingevoerd, en konden inwoners voortaan stemmen op partijen in plaats van op individuele kandidaten.
Er zijn voor- en tegenargumenten te benoemen voor de wijze waarop het waterschap een (representatieve) democratische functie zou moeten hebben.
Interactieve waarborgdemocratie
Aan de ene kant zijn er argumenten om het waterschap vooral als functioneel en uitvoerend orgaan te (gaan) zien en niet (of in mindere mate) als een representatief democratisch orgaan. De Raad voor het Openbaar Bestuur ziet het waterschap als een interactieve waarborgdemocratie. Strategische (politieke) keuzes dienen volgens De Raad op provinciaal niveau te worden gemaakt, en het waterschap moet zich ‘[...] bij de uitoefening van taken beperken tot hun kerntaken: zorgen voor droge voeten en schoon water’. Dat betekent dat het waterschap volgens De Raad een beperkte uitvoerende taak dient te hebben, waarbij er weinig ruimte is voor het maken van besluiten op basis van politiek-ideologische standpunten (zoals in een representatieve democratie).
Democratische functie
Aan de andere kant kan gesteld worden dat het waterschap bij uitstek een belangrijke democratische functie heeft. Hoewel het waterschap vooral de beleidsrichtlijnen van het Rijk, provincies en gemeenten uitvoert, is het nog steeds nodig dat er keuzes worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de keuze of het waterpeil ten dienste moet staan van de landbouw (verlaging van het peil) of juist rekening moet houden met het natuur en het klimaat (verhoging of behoud van het waterpeil). Dit zijn bij uitstek afwegingen die binnen de verantwoordelijkheid van de politiek en het bestuur vallen, en waarvoor een volledig op uitvoering gerichte organisatie minder geschikt is. Bovendien worden waterschappen als gevolg van de klimaatverandering bij steeds meer maatschappelijke opgaven betrokken. Dit pleit voor een waterschap waarin de politiek en het bestuur keuzes maakt.
Waterschapsverkiezingen
In 2014 besloot het parlement tot het aannemen van de Wet aanpassing waterschapsverkiezingen om de opkomst te verhogen. Daarmee werden de verkiezingen voor de waterschappen gecombineerd met de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Er is sindsdien een stijgende trend zichtbaar in de opkomst bij waterschapsverkiezingen. De opkomst in 2008 lag op 22,7% en in 2015 op 44,5%. In 2019 lag de opkomst voor de waterschapsverkiezingen op 51,3%.
Uit een peiling in december 2022 door bureau Citisen komt naar voren dat 56% van de Nederlanders aan geeft te gaan stemmen voor de waterschapsverkiezingen. Een kanttekening hierbij is dat dit percentage altijd wat terugloopt als de verkiezingen dichterbij komen. Ook zijn de ondervraagde panelleden bovengemiddeld politiek geïnteresseerd. Afrondend is het waterschap een boeiend overheidsorgaan waarover het laatste woord nog niet is gezegd.
Deze blog is geschreven door Rubin ten Broeke. Meer weten over waterschappen en de democratische werking van dit orgaan? Neem dan contact op met hem of met Martijn Mussche.
Doorwerkingsonderzoek inkoopbeleid waterschap AGV | 30 nov 2018
In 2014 deed de rekenkamercommissie Amstel, Gooi en Vecht (AGV) onderzoek naar de inkoop, inhuur en aanbesteding voor het waterschap. Vier jaar later vroeg de rekenkamercommissie zich af wat er met deze aanbevelingen gedaan is en in hoeverre deze zijn opgevolgd.
De hoofdvraag van het doorwerkingsonderzoek luidde als volgt:
“In hoeverre heeft het waterschap invulling gegeven aan de aanbevelingen in het in 2014 door de rekenkamercommissie AGV uitgebrachte onderzoeksrapport naar inkoop, inhuur en aanbesteding?”

Een belangrijke constatering uit het rapport in 2014 betrof het inkoopbeleid. Het AGV-bestuur voerde geen zelfstandig inkoopbeleid, maar maakte gebruik van inkoopbeleid van de uitvoeringsorganisatie stichting Waternet. Hierop volgde in 2014 de aanbeveling om als AGV-bestuur zelfstandig een inkoopbeleid vast te stellen. Uit de bestuurlijke reactie van het dagelijks bestuur (DB) bleek dat zij niet positief reageerde op deze aanbeveling. Ze gaven aan inkoop te beschouwen als bedrijfsvoeringsaangelegenheid. Dit betekende dat het DB zowel de vaststelling van het inkoopbeleid door het stichtingsbestuur als de reguliere verantwoording over het uitgevoerde inkoopbeleid via het stichtingsbestuur afdoende vond. Wel onderschreef het DB het belang om externe (ingehuurde) kennis voor de organisatie te behouden en te waarborgen dat deze kennis niet zou wegvloeien. Na de behandeling van het rekenkamerrapport in de commissie van advies en bijstand op 29 oktober 2014 vond geen besluitvorming plaats over de voorliggende aanbevelingen. De behandeling werd afgesloten met de constatering: “de commissie het onderwerp voldoende heeft besproken.”
Conclusies
De rekenkamercommissie constateert nu dat de aanbeveling om als AGV-bestuur zelfstandig inkoop- en aanbestedingsbeleid te voeren niet is opgevolgd en geen doorwerking heeft gehad in de werkwijze van AGV. Een tweede constatering betreft de ontwikkeling in de omgang met externe inhuur en de borging van deze kennis in de organisatie. Zo is de registratie van externe inhuur op orde gebracht en is op afdelingsniveau afgesproken dat de kennis die externen meenemen in de organisatie moet achterblijven. Hiervoor wordt bijvoorbeeld in koppels van interne en externe medewerkers gewerkt en worden interne processen zoals digitalisering niet volledig uitbesteed.
Tot slot constateert de rekenkamercommissie een beperkte betrokkenheid van het algemeen bestuur (AB) bij het inkoopbeleid. Het is de rekenkamercommissie niet bekend of het AB meer betrokkenheid wenst bij de vaststelling van het nieuwe inkoopbeleid. Ook de kaderstelling voor inkoop en aanbesteding beperkt zich tot op heden tot casusniveau. Daarbij gaat het veelal om grote projecten, zoals de aanbesteding voor een rioolwaterzuivering. Hierbij is ook de controle door het AB op de uitvoering van het inkoop en aanbestedingsbeleid beperkt. In aansluiting op de kaderstelling op casusniveau vindt ook de evaluatie op casusniveau plaats. Het AB vraagt niet om een jaarlijkse verantwoording op de totale uitvoering van het inkoop en aanbestedingsbeleid.
Bijzonderheden
Het doorwerkingsonderzoek werd in begin 2018 uitgevoerd. Tijdens de behandeling van het rapport in de vergadering van de commissie voor advies en bijstand op 15 november 2018 benadrukte de rekenkamercommissie het belang om als AB een besluit te nemen over het rapport. Diezelfde vergadering stond de vaststelling van het nieuwe inkoopbeleid op de agenda, waarmee alsnog gehoor wordt gegeven aan de herhaalde aanbeveling van de rekenkamercommissie.
Opdrachtgever: Rekenkamercommissie waterschap Amstel, Gooi & Vecht
Onderzoekers: Martijn Mussche en Laura Meijer
Oplevering rapport: augustus 2018
Rekenkameronderzoek kunstijsbaan-zwembad Hoogeveen | 31 okt 2018
In maart 2017 stelde de gemeente zich garant voor de bouw van een kunstijsbaan in Hoogeveen. Najaar 2017 werd de realisatie van een nieuw zwembad aan het plan toegevoegd. Vlak voor het raadsbesluit over dit project van bijna € 32 mln. vroeg de raad de rekenkamercommissie het besluitvormingsproces en de uitgangspunten te onderzoeken.
Lees meerRekenkameronderzoek participatiewet Kampen | 12 jul 2018
De rekenkamercommissie van Kampen wilde meer inzicht in de uitvoeringspraktijk rondom de Participatiewet. Het ging onder meer om inzage in het verhaal achter de cijfers: Wat is de uitstroom? En waar naartoe? En waarom?
Lees meerRekenkameronderzoeken grondexploitatie: een korte meta-analyse | 29 juni 2018
De economische crisis bracht veel gemeenten in grote financiële problemen, mede dankzij forse verliesnemingen in de grondexploitatie. In deze korte meta-analyse worden de bevindingen van zes rekenkameronderzoeken naast elkaar gelegd en op hoofdlijnen vergeleken.

Cijfers liegen niet
Grondexploitatie was jaren een betrouwbare inkomstenbron voor Nederlandse gemeenten. De economische crisis bracht daar 10 jaar geleden verandering in. Er werden forse verliezen geleden en gemeenten kwamen erdoor in grote financiële problemen. Deloitte rekende in 2016 uit dat gemeenten sinds 2009 ruim € 3 miljard verlies hebben geleden door afwaarderingen in de grondexploitatie. Mede dankzij deze verliezen daalde de totale reserve van Nederlandse gemeenten met € 1,1 miljard.
Hoewel in 2017 nog altijd 1 op de 3 gemeenten te maken heeft met tekorten in de grondexploitatie (gemiddeld € 0,8 miljoen per gemeente), lijkt het ergste achter de rug. Door de aantrekkende woningmarkt en een groeiende economie durven gemeenten weer voorzichtig actief grondbeleid te voeren. Dit houdt in dat ze actief grond aankopen, ontwikkelen en (het liefst met winst) weer verkopen. Vorig jaar lag het totale saldo van grondexploitatie door Nederlandse gemeenten boven de € 1 miljard, zelfs hoger dan voor de crisis. Toch lijkt er wel iets te zijn veranderd. Werd er in 2010 nog ter waarde van zo’n € 850 miljoen aan grond aangekocht door gemeenten, in 2017 is dit gedaald tot ‘slechts’ € 147 miljoen; het laagste niveau in tien jaar tijd.
Gemeenten zijn voorzichtiger geworden en proberen de verliezen uit de crisistijd goed te maken. Maar welke conclusies werden er destijds getrokken in de verschillende rekenkamerrapporten die over dit thema verschenen? Voor deze korte meta-analyse zijn rekenkamerrapporten van zes verschillende gemeenten bestudeerd en vergeleken. Dit zijn in willekeurige volgorde: de gemeente Rotterdam (rapport gepubliceerd in 2012), Deventer (2013), Dordrecht (2013), Apeldoorn (2012), Dalfsen (2013) en Boxtel (2015). Al deze onderzoeken richten zich op de informatievoorziening, risicobeheer en sturing van het grondbedrijf van de gemeente. Op één na zijn het allemaal case studies, waarbij aan de hand van casussen het grondbeleid wordt ontrafeld en beoordeeld.
Meest voorkomende bevindingen
De conclusies van deze onderzoeken vertonen een aantal overeenkomsten, waaronder:
- Planoptimisme: Te hoge verwachtingen over de opbrengsten;
- Onvoldoende aandacht voor risico’s en risicobeheersing;
- Berekening weerstandscapaciteit onvolledig;
- Informatievoorziening richting de raad onvoldoende;
- Geen actualisatie van benodigde kader- en beleidsnota’s;
Uiteraard biedt een korte analyse als deze geen conclusies die voor alle gemeenten geldend zijn. Daarbij moet ook in acht worden genomen dat de onderzoeken ten tijde van de crisis zijn uitgevoerd en gericht waren op het blootleggen van de zwakke kanten van beleid. Deze korte analyse van zes rapporten laat zien dat er bij diverse gemeenten op grote lijnen dezelfde constateringen zijn gedaan bij onderzoek naar het grondbeleid. De verwachting waren onrealistisch hoog, er was onvoldoende aandacht voor de risico’s en mede door gebrekkige informatievoorziening schoot de controle tekort. De waarde van grond is altijd gebaseerd op schattingen en wordt beïnvloed door diverse factoren, zoals inflatie, prijsschommelingen en rente. Gemeenten nemen daardoor altijd een zeker risico bij de exploitatie van grond. Of er daadwerkelijk is geleerd van de vele (rekenkamer)onderzoeken naar dit thema moet de toekomst gaan uitwijzen.
In al deze onderzoeken wordt gesproken van zogenaamd ‘planoptimisme’, één van de belangrijkste oorzaken van de financiële misère. De gemeenten verwierven en ontwikkelden op grote schaal grond en hadden hoge verwachtingen van de toekomstige opbrengsten. Er ontstond een discrepantie tussen de ramingen en de daadwerkelijke opbrengsten van de exploitatie. Tegelijkertijd was er volgens deze onderzoeken onvoldoende aandacht voor de risico’s. De berekening van de weerstandscapaciteit gaf bij deze gemeenten een vertekend beeld van de aanwezige risico’s in het grondbedrijf. Daarnaast blijkt uit deze onderzoeken dat de informatievoorziening richting gemeenteraad onvoldoende was voor zijn kaderstellende en controlerende taken. De oorzaak hiervan ligt onder andere bij onvolledige of niet tijdig aangeleverde informatie. Bovendien bleken de benodigde beleids- en kadernota’s vaak niet geactualiseerd en/of geëvalueerd. Daarnaast was er bij deze gemeenten geen eenduidig risicosysteem waardoor risico’s binnen de organisatie wisselend gewaardeerd en beoordeeld werden. Dit alles zorgde ervoor dat de raad onvoldoende zicht had op de risico’s en hier ook beperkt op kon sturen.
Bronnen:
- Korthals Altes, W. (2018). Financiële gegevens bouwgrondexploitaties: Financiële gegevens bouwgrondexploitatie gemeenten tot en met 4e kwartaal 2017 (2e plaatsing). Delft: OTB-Onderzoek voor de gebouwde omgeving. Faculteit Bouwkunde, TU Delft;
- Binnenlands Bestuur (2015) Grond, geld en gemeenten: De betekenis en gevolgen van de gemeentelijke grondexploitaties voor de bestuurlijke en financiële verhoudingen, Binnelands Bestuur, juli 2015;
- Deloitte (2017) Gemeentelijke grondposities gehalveerd; data analyse grondposities gemeenten, ©2017 Deloitte The Netherlands;
- Rekenkamer Rotterdam (2012) Grond voor exploitatie: Onderzoek naar grondexploitatie in tijden van crisis, September 2012, Rotterdam;
- Rekenkamercommissie Deventer (2013) Risico’s beheerst? Onderzoek naar risicomanagement van grondexploitaties, Deventer, december 2013;
- Rekenkamercommissie Dordrecht (2013) Achter grond; Een onderzoek naar de informatievoorziening rondom grondbeleid en grondexploitatie, Dordrecht, 2013
- Gemeente Apeldoorn (2012) De grond wordt duur betaald: Raadsonderzoek naar het grondbedrijf in de gemeente Apeldoorn, Apeldoorn, 2012
- Gemeente Dalfsen (2013) Onderzoek naar de (financiële) beheersing van de grondexploitatie van de gemeente Dalfsen, Dalfsen, december 2013;
- Rekenkamercommissie gemeente Boxtel (2015) Sturing grondbeleid Boxtel, juli 2015.
Rekenkameronderzoek Postafhandeling Emmen | 12 apr 2018
In 2012 heeft de rekenkamercommissie van Emmen onderzoek gedaan naar de afhandeling van de post binnen de gemeente. De rekenkamercommissie vroeg zich af wat is er gedaan met de aanbevelingen van toen.
Lees meerRekenkameronderzoek Besluitvorming in Blaricum | 19 mrt 2018
De rekenkamer BEL is gestart met een drieluik over besluitvorming in de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren. In Blaricum koos de rekenkamer de besluitvorming rond de kunstgrasvelden van BVV’31. Een politiek gevoelig onderwerp, bleek al snel.
Lees meer